Timor wekt bekende reflexen op

Nu het geweld op Oost-Timor al dagen aanhoudt en naar alle huiskamers elders wordt doorgestraald, reageert de wereld met een vertrouwde reflex uit eerdere crises: de internationale druk om in te grijpen neemt toe, maar het hoogste besluitvormingsorgaan voor de internationale veiligheid, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, reageert met een slakkengang.

Alsof Bosnië, Rwanda en al die andere genocidale conflicten nooit hebben plaatsgehad, de crisisdiplomatie geen lessen leert en zichzelf steeds weer opnieuw uitvindt, zo traag, bijna verlamd reageren de VN op deze nieuwe potentiële volkerenmoord. Losgeslagen milities leggen de onmacht van de volkerenorganisatie meedogenloos bloot en beproeven haar fundament: de VN kunnen de uitslag van hun eigen referendum over de onafhankelijkheid van Oost-Timor niet eens veilig stellen, en moeten zelfs gedeeltelijk de wijk nemen. De Oost-Timorezen worden, net als de Rwandezen in 1994, voorlopig aan hun lot overgelaten. De euforie over de nieuwe mogelijkheden voor de VN na de Koude Oorlog is al jaren geleden omgeslagen in somberheid over de aaneenrijging van debacles. Inderdaad, op het eerste gezicht lijkt `Oost-Timor' een nieuwe ramp voor de VN en hun autoriteit als wereldwijde hoeder van de vrede, een echec-in-de-dop dat kan worden toegevoegd aan het bekende lijstje: gemarginaliseerd in Bosnië, afwezig in Rwanda en Congo, gepasseerd in Kosovo, verlamd in Irak, enzovoort, enzovoort.

Of de VN nog kunnen voorkomen dat het geweld op Oost-Timor die omvang aanneemt, is op dit moment niet duidelijk. Uitgesloten is het niet. De internationale druk is dermate groot dat de VN onmogelijk hun handen van Oost-Timor kunnen aftrekken, omdat dit de geloofwaardigheid van de VN zo goed als tot nul zou reduceren. De geringe armslag van de VN bij de uitvoering van vredesmissies is de afgelopen jaren al aangetoond, nieuw onvermogen op het vlak van democratie en zelfbeschikking brengt de VN in een volgende existentiële crisis.

Vanochtend circuleerden berichten over een wapenstilstand die door de milities zou zijn afgekondigd. Tevens werd bekend dat de ambassadeursmissie van de V-raad, die in Indonesië met de regering overlegt, zelf naar Oost-Timor zal reizen. Tegelijkertijd wil de Indonesische regering niets weten van een buitenlandse vredesmacht en zegt zij zelf de veiligheid op Oost-Timor te kunnen handhaven.

Deze afwijzing beperkt de manoeuvreerruimte van de V-raad en verklaart de slakkengang in New York. De VN hebben niet veel mogelijkheden tot snel ingrijpen, de afwezigheid van een al jaren bepleit, vast VN-leger maar even daargelaten. We sturen alleen troepen als het van Indonesië mag, zegt de V-raad. Ook al hebben de VN de annexatie van Oost-Timor door Indonesië nooit erkend, de soevereiniteit van Jakarta weegt in deze kwestie wel degelijk zwaar. Evenals de overeenkomst van 5 mei tussen de VN, Indonesië en Portugal, waarin het referendum werd geregeld en werd vastgelegd dat Jakarta de veiligheid zou garanderen. Deze overeenkomst mag een naïeve blunder van de VN zijn, de VN blijven Jakarta aan deze afspraak houden. Hoe lang dat nog kan, weet niemand.

Niemand van de vijf vaste leden met vetorecht in de V-raad is nu bereid een VN-invasie van Oost-Timor te steunen, die niet de zegen van Jakarta heeft. Zelfs al zou hiervoor toch een meerderheid in de vijftienkoppige raad ontstaan, dan nog zullen Rusland en vooral China een dergelijke actie vetoën. China dat non-interventionisme voorstaat, neemt het zelf niet nauw met de mensenrechten, dus waarom zou het resoluut optreden tegen vergelijkbare schendingen bij een Aziatische buur. Andere landen in de regio staan evenmin op om snel initiatieven te nemen. De regio mist voorts een eigen veiligheidsorganisatie zoals de NAVO, met een daarbij horend concept.

Bovendien kunnen de VN en de wereldgemeenschap in het algemeen alleen sterk optreden, als de Verenigde Staten de leiding nemen. Zie de Golfoorlog van 1991, de Holbrooke-missie in Bosnië eind 1995 en de recente Kosovo-operatie. Maar Oost-Timor is voor supermacht Amerika niet van hetzelfde belang als Kosovo, liet de Amerikaanse minister van Defensie, Cohen, gisteren nog eens merken. ,,Wij zijn niet de politieman van de wereld'', zei hij. Amerika zal geen troepen leveren voor een eventuele vredesmacht van pakweg 7.000 man, die door Australië zou moeten worden geleid.

Bij gebrek aan directe militaire drukmiddelen, is de enige gezamenlijke actie waartoe de wereldgemeenschap nu in staat is, dreigen met economische sancties en diplomatieke druk uitoefenen. De ambassasadeursmissie zal de komende dagen Indonesië blijven vragen de veiligheid te handhaven totdat het parlement in november over de uitslag van het referendum stemt. De VN kunnen al met al niet veel meer dan hopen dat het slagveld beperkt blijft en Indonesië alsnog orde op zaken stelt. Want zonder regionaal leiderschap en met de politieman op de thuisbasis in Washington blijft de anarchie in Oost-Timor op de loer liggen.