Timor wekt bekende reflexen op

Of het nu gaat om bosbranden, financiële crises of gewelddadige onderdrukking van bevolkingsgroepen, de Aziatische landen blijken steeds weer onwillig en onmachtig om snel orde op zaken te stellen in hun regio.

Landen als Maleisië, Thailand en de Filippijnen hebben zich bereid verklaard bij te dragen aan een internationale vredesmacht voor Oost-Timor, maar alleen als de Indonesische regering daarmee instemt. Die houding vloeit voort uit het `non-interventionisme' dat tot hoogste beginsel is verheven in de gezamenlijke buitenlandse politiek van de Zuidoost-Aziatische landen, voor zover daarvan sprake is.

Anders dan in Europa en de VS ontbreken in de Aziatische regio grensoverschrijdende instellingen die verplichtingen met zich meebrengen, zoals NAVO en Europese Unie. `Informeel' overleg, zonder elkaar `gezichtsverlies'toe te brengen, heeft in Azië de voorkeur. Zo overleggen de Aziatische landen met elkaar in de ASEAN, het samenwerkingsverband van Zuidoost-Aziatische landen. En zo benaderen zij ook het Westen: in de ASEM (het forum voor dialoog met Europa), en in de APEC (het overlegforum met de Verenigde Staten, Canada en Australië). Economische onderwerpen, vooral het bevorderen van handel, staan in die gesprekken voorop. De APEC is deze week in Nieuw Zeeland bijeen.

Juist het `informele' en dus ook het vrijblijvende karakter van het met elkaar omgaan, wordt in Azië steevast gepropagandeerd als behorend tot het typisch `Aziatische waardenpatroon'. De buitenwereld heeft er de afgelopen jaren met een zekere bewondering en afgunst naar gekeken zolang de Aziatische `tijgers' zich bleven gedragen als wondereconomieën. Maar sinds het uitbreken van de Aziatische crisis, twee jaar geleden, is de glans er een beetje af. Elk land werd teruggeworpen op zijn eigen economische en sociale sores.

Op het gebied van `veiligheid' vloeit de Aziatische inertie voort uit het ontbreken van een door iedereen geaccepteerde leider in de regio, zoals de VS dat in de NAVO is.

China, bezorgd over Taiwan en over onafhankelijkheidsbewegingen in het westen van het land, verzet zich binnen de VN-Veiligheidsraad tegen een geforceerd optreden in Oost-Timor.

Japan wordt in Aziatische regio nog steeds gewantrouwd wegens zijn oorlogsverleden en kan zich alleen al om zijn door de Amerikanen opgelegde grondwet geen militaire avonturen veroorloven.

Australië wordt door veel Aziatische landen niet als een Aziatisch land beschouwd, en heeft er alle belang bij (onder andere de vermeende gas- en olievoorraden in de Oost-Timorese Zee) de ernstig vertroebelde relatie met Indonesië niet duurzaam te verstoren.

Het enige Zuidoost-Aziatische land waaraan toe voor twee jaar geleden een leidende rol werd toegedicht, is nota bene Indonesië, het onderwerp van alle commotie.

De enige echte grootmacht in Azië zijn de Verenigde Staten. Zij hebben in het verleden laten blijken desnoods op eigen houtje te kunnen en willen interveniëren (Vietnam, Korea). Ook nu nog schuilen Aziatische landen graag onder de defensieparaplu van de VS: Japan, Zuid-Korea, Taiwan. Maar het is Washington dat de afweging maakt of ingrijpen een doorslaggevend Amerikaans belang is.

In het geval van Oost-Timor is het antwoord `nee'. ,,We kunnen en willen niet de politieman van de wereld zijn'', zei minister van Defensie, William Cohen, gisteren. Een uitspraak die in ieder geval de relaties met China geen kwaad zal doen.