Schikking

Mijn artikel (NRC Handelsblad, 20 augustus) als reactie op een eerder ingezonden stuk van prof.mr. P.J. Baauw (18 augustus), heeft bij hem een gevoelige snaar geraakt. Zijn tegenaanval (26 augustus) ziet hij wellicht als de beste verdediging, maar is, alle door hem gebruikte krachttermen ten spijt, ongefundeerd.

Om te beginnen kunnen we constateren dat Baauw mijn argumenten waarom zijn pleidooi voor een recht op een buitengerechtelijke afdoening met het openbaar ministerie onjuist is, niet tegenspreekt. Overigens ontken ik daarbij niet dat buitengerechtelijke afdoeningen veel voorkomen; maar het gaat natuurlijk om de vraag welk soort strafzaken daarvoor in aanmerking komen en op grond van welke criteria. Maakt een `gewone' strafzaak evenveel kans op een regeling met het OM als witteboordencriminaliteit?

Ik heb in mijn artikel aangegeven dat verschillende mechanismen in het recht veroorzaken dat dat niet het geval is. Onder meer zijn dat de geldmiddelen van de witteboordencrimineel om een dreamteam van advocaten te betalen en de schikking te voldoen; en de complexiteit van de zaak die er bij het OM vanwege een gebrek aan expertise en menskracht eerder toe leidt een schikking te treffen. Ik ben niet de enige en eerste geweest die dit aangeeft. Een recent onderzoek naar klassenjustitie van de criminoloog B. Rovers bevestigt dit.

De getroffen schikking door het OM met verdachte Fred H. betrof een grote fiscale fraudezaak. Menige kleinere strafzaak is er slechter van af gekomen. En niemand ontkent dat de fiscale package-deal die de familie van der Valk sloot met het OM over de betaling van achterstallige premies en belastingen – rekeningen die ieder ander mens gewoon op tijd moet betalen – van invloed is geweest op de lichte straftoemeting door het hof. De onwetendheid van Baauw waar hij stelt dat dit bij alle strafzaken gebruikelijk is wordt wellicht veroorzaakt door het feit dat hij geen sociaal-advocaat is. Met zijn beschuldiging dat ik de feiten onjuist weergeef geeft hij er blijk van de essentie van mijn betoog nog steeds niet begrepen te hebben.

Het vervolgingsbeleid van het OM is een gevolg van politieke keuzes en kan leiden tot klassenjustitie. Sterke controle daarop, onder meer van de kant van de Tweede Kamer, is en blijft hard noodzakelijk.