Onbekend maakt onbemind

Zijn ouderen en jongeren nu wel of niet solidair met elkaar? Discussie over de diepte van een generatiekloof.

WIE MAKEN de meeste brokken in het verkeer? Ouderen zeggen: jongeren - die zijn roekeloos, rijden te snel en letten slecht op. Jongeren vinden juist dat het de ouderen zijn die de meeste ongelukken maken: slakken op de weg en een slecht reactievermogen. De waarheid ligt in het midden. Het zijn zowel 65-plussers als jongeren onder de 25 jaar, die de meeste verkeersongelukken maken en krijgen.

Het is volgens N. van Dijk van het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie een voorbeeld van hoe ouderen en jongeren tegen elkaar aankijken. ,,Generaliseren vindt tegenwoordig gemakkelijk plaats. Generaties staan anders tegenover elkaar in het leven. Respect, maar vooral onderling begrip, ontbreekt nog wel eens.''

Ze kan het niet hard maken, maar meent in de dagelijkse praktijk van het Landelijk Bureau Leeftijdsdiscriminatie te zien dat zowel jongeren als ouderen minder tolerant tegenover elkaar zijn. ,,In onze samenleving gaan levenscohorten steeds minder met elkaar om. Helaas leidt onbekendheid met elkaar ook tot minder begrip. Onderling begrip wordt steeds ingewikkelder naar mate groepen elkaar minder goed kennen. En als je elkaar niet kent, gaan excessen het beeld overheersen.'' Jongeren vinden ouderen bijvoorbeeld ziek en langzaam. Ouderen vinden jongeren gewelddadig. Contact tussen generaties is daarom volgens haar ,,uitermate belangrijk''.

Die angst voor jongeren past bij de onzekerheid van ouderen: ooit waren zij modern, nu zijn er steeds meer dingen die ze niet begrijpen en waar ze geen affiniteit mee hebben. Met een nostalgische blik wordt er teruggekeken naar het verleden toen er rust en zekerheid heersten in vergelijking met de chaos van het heden.

,,Generaties maken elkaar juist weinig verwijten'', meent H. Vinken, socioloog aan de Katholieke Universiteit Brabant. Hij deed samen met de sociologen I. Diepstraten en P. Ester onderzoek naar de vijf generaties die nu in Nederland leven en concludeerde dat er weinig verschillen tussen generaties bestaan. ,,Als er verwijten worden gemaakt, is dat eerder naar de overheid toe. Jongeren vinden bijvoorbeeld dat zij in vergelijking met oudere generaties slechter onderwijs krijgen, maar die oudere generatie krijgt daarvan niet de schuld.'' Andersom geldt hetzelfde: ouderen vinden dat de overheid de welvaartsstaat die zij hebben opgebouwd, laat verwateren.

Vinken vindt het van belang dat jongeren zelfstandig en op eigen kracht experimenteren. ,,Dat ouderen daar geen vat op hebben, is van alle tijden.''

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, hebben jongeren ook veel voor ouderen over. Dat bleek vorige week uit een onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) en de Katholieke Universiteit Brabant naar de gevolgen van vergrijzing voor de sociale zekerheid. ,,Jongeren zijn bereid om een financiële bijdrage te leveren en voor de oudere generaties te zorgen'', zo concludeerden de onderzoekers.

Het huidige stelsel van sociale zekerheid dateert uit een tijd dat er veel werkenden en weinig ouderen waren. Nu de situatie zich omkeert, werd gevreesd dat de werkenden die meer moeten gaan betalen, zich zouden verzetten. L. van Wissen van het NIDI: ,,Er was een kans dat ze zouden zeggen: bekijk het maar, hadden jullie ouderen maar moeten sparen.'' Die angst is ongegrond, zo kwam uit het onderzoek van het NIDI. ,,De solidariteit in de Nederlandse samenleving is erg groot.''

De enige vrees bij deze gedachte is volgens Vinken dat jongeren vooral uit eigenbelang solidair zijn met oudere generaties. Want ooit zullen ook zij gebruik moeten kunnen maken van sociale zekerheden.