Noordtak

Mijn idee van geluk: op een stille doordeweekse dag, buiten de schoolvakanties, zwemmen in het Berkelbad in Almen. Met uitzicht op het kerktorentje dat zijn bekendheid dankt aan de veelgeciteerde regels 'Elk weet waar 't Almensch Kerkje staat, en kent de laan die derwaarts gaat'.

Het is een half uurtje fietsen door het fraaie Gelderse landschap. Aan het eind van de rijkbeschaduwde negentiende-eeuwse laan met aan beide zijden een dubbele rij beuken, glinstert het net gerestaureerde smeedwerk van het hek van het elegant-witte kasteel De Voorst.

Op deze prachtige nazomerdag blijkt er een samenzwering gaande om mijn geluk nog te vergroten: de pachters rond Huize De Voorst en de boeren van Almen hebben allen juist deze ochtend het gras gemaaid. Behalve die heerlijke geur heerst op de Almense Binnenweg slechts stilte. Echte stilte zoals je die haast nergens meer hoort. Zelfs op zondag kom je hier zelden meer tegen dan wat vogels, fietsers, wandelaars en honden.

Ik kruis op mijn tocht geen enkele autoweg. Soms is mijn enige gemotoriseerde ontmoeting een tractor met een boer die zijn hand opsteekt. Op een wegenkaart van Nederland is het goed te zien: achter Zutphen en Arnhem stopt het cartografisch bloedbad. Door de Achterhoek lopen geen rode verkeersaders. Het landschap hier is een van onze laatste onaangetaste stukjes bos en akkerland. Wel steek ik een zijkanaaltje van de Berkel over met daarnaast het enkelspoors boemellijntje naar Vorden. De massa paarsroze wilgenroosjes in de spoorberm is nu herfstachtig pluizig. Als je in deze streek om je heen kijkt begrijp je waarom de Achterhoek bij natuurliefhebbers zo geliefd is: het zicht loopt uit op bomen, een molen of het torentje van Almen.

Maar precies hier dreigt een tien meter hoge spoordijk de stilte en ongereptheid voorgoed te vernietigen. Dwars door het boerenachterland van Zutphen zou de noordelijke aftakking moeten komen van de Betuwelijn, waarover continu goederentreinen zullen denderen. De geplande route kruist de Almense Binnenweg; gave oude boerderijen moeten wijken; korenvelden zullen verdwijnen (en waar zie je die gouden vlaktes nog in met maïs en varkensstallen begroeid Nederland?); de nu zo landelijke horizon zal tot in de wijde verte worden doorsneden. Voor altijd.

In het landschap rond Almen zijn dit jaar blauwe protestborden geplaatst: NEE... HET GEBEURT NIET. STOP DE NOORDTAK. In restaurant `De Hoofdige Boer' zijn ansichtkaarten te koop met aan de ene kant een Almens landschap en achterop een dringende oproep aan de Tweede Kamer om van dit heilloze besluit af te zien. Net als het Almens kerkrijmpje danken we de uitdrukking `hoofdige boer' aan de dichter-jurist A.C.W. Staring, die van 1791 tot 1840 het nabijgelegen landgoed De Wildenborch bewoonde. Een `hoofdige boer', wil het verhaal, is een koppige boer – een boer die zich tegen de door landbouwhervormer Staring gewenste vooruitgang verzette. De boer die in Starings gedicht wordt bespot, verzette zich tegen een brug: hij trok wel laarzen aan, dat hadden zijn ouders ook gedaan. Naast het beekje dat ik vlak voor het zwembad passeer, staat op een bordje couplet twee van Starings gedicht:

Eens was het anders hier ter stêe,/ wanneer een voord den weg doorsnêe,/ en 't brugje, naast die voor geleid,/ den smaad droeg van zijn nieuwigheid.

Is het huidige verzet even achterlijk als dat van toen? Integendeel. Het getuigt van een vooruitziende blik en van verantwoordelijkheidsgevoel: de beslissing om de Noordtak over dit traject te leiden is er een die nooit te herstellen zal zijn. Het Achterhoekse protest is een tamelijk stil en bescheiden protest geweest maar heeft toch een hoopvolle ontwikkeling in gang gezet. Sinds een aantal Kamerleden ter plekke is komen kijken, dringt langzaamaan ook tot Den Haag door dat hier iets moois en unieks voorgoed dreigt te worden vernietigd.

En nu lijkt gelukkig ook mevrouw Netelenbos om. Zou het dan inderdaad niet gebeuren?