Nieuwe wet op de privacy past goed bij deze tijd

Het VNO-NCW heeft principiële bezwaren tegen het wetsvoorstel bescherming persoonsgegevens dat beoogt regels van de Europese Unie om te zetten in ons nationale recht. ,,Liever geen wet dan een slechte wet'', zegt voorzitter Blankert in deze krant (28 augustus). Het voorstel zou te ingewikkeld, te vergaand, te onzeker en disproportioneel duur zijn. De bezwaren van Blankert zijn niet nieuw.

Na mijn aantreden als minister van Justitie heb ik met verschillende belanghebbenden en organisaties, ook met het VNO-NCW, overlegd over de bezwaren tegen het voorstel. Voor zover mogelijk heb ik toen voorstellen tot afslanking van de wet overgenomen. Daarmee sluit het wetsvoorstel nu nauw aan bij het minimum dat volgens de Europese regels in Nederland moet gelden.

Het wetsvoorstel is te ingewikkeld volgens VNO-NCW-voorzitter Blankert. Helaas is het nu eenmaal zo dat soms ingewikkelde wetgeving nodig is om ingewikkelde problemen te regelen. Dat is geen reden om er maar van af te zien. Dat er een moeilijk probleem ligt, valt niet te ontkennen. De ontwikkelingen in informatietechnologie gaan snel en de mogelijkheden om gegevens over burgers op allerlei manieren te manipuleren zijn toegenomen. Een regeling die onjuist gebruik van deze gegevens beoogt tegen te gaan, kan onmogelijk met enkele simpele regels volstaan. Dan zouden we de plank volledig misslaan.

De wet gaat verder dan waartoe Europa ons verplicht, zo stelt VNO-NCW. Alleen als burgers kunnen weten wie, voor welk doel gegevens over hen verwerkt kunnen zij invloed uitoefenen op wat er met die gegevens gebeurt. Daarom verplicht de nieuwe wet degene die persoonsgegevens verwerkt degenen om wie het gaat daarover te informeren. De nieuwe wet is daarin inderdaad strenger dan het bestaande recht – overigens zonder onwerkbaar te zijn. Dat hebben we niet zelf bedacht maar dat volgt rechtstreeks uit de richtlijn. De rechtsbescherming op dit punt ligt in Nederland nu nog eenvoudigweg onder het gemiddelde van de andere Europese landen.

De totstandkoming van uniforme Europese regels is een kwestie van geven en nemen. In ruil ervoor krijgen we een markt in Europa waarop ten aanzien van de omgang met persoongegevens overal dezelfde regels gelden. Dat komt de vrije concurrentie ten goede. Iets wat VNO-NCW moet aanspreken.

Het wetsvoorstel zou te vaag zijn en onzekerheid met zich brengen. In Europa is gekozen voor een algemene regeling voor alle wijzen van verwerking van persoonsgegevens. Op deelgebieden kunnen deze dan nader worden uitgewerkt in bijzondere regels voor maatschappelijke sectoren zoals de sociale zekerheid, de bevolkingsboekhouding, medische dossiers en politiegegevens. Verder biedt de wet het bedrijfsleven de mogelijkheid in gedragscodes zelf concretere invulling te geven aan de algemene regels. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in het verzekeringswezen. Zo biedt de wet de mogelijkheid de invulling ervan zo concreet als wenselijk te maken. Concretere regels in de wet zelf zouden juist hebben geleid tot datgene wat VNO-NCW terecht zo vreest, namelijk een gigantisch onwerkbaar wetgevingscomplex. Helemaal zonder wet zouden we de problemen geheel overlaten aan de rechter, die op grond van het buitengewoon ingewikkelde leerstuk van de onrechtmatige daad over schendingen van de privacy zou moeten oordelen.

De wet zou disproportioneel duur zijn. Uiteraard is uitvoerig stilgestaan bij de kosten van dit wetsvoorstel voor de betrokkenen, onder meer het bedrijfsleven. Voorafgaand aan de totstandkoming van de Europese regels zijn er verschillende onderzoeken geweest naar de kosten van de uitvoering. Deze zijn voor geen van de lidstaten van de Europese Unie reden geweest zich tegen de richtlijn uit te spreken. De claim van het bedrijfsleven dat de `regeldruk' van het wetsvoorstel een veelvoud zou zijn dan waartoe `Brussel' ons verplicht, is uit de lucht gegrepen. Vooral de bewering dat het wetsvoorstel bijna een miljard gulden zou kosten, is grotesk. De helft van dat bedrag is begroot voor de aanstelling van `privacyfunctionarissen' bij bedrijven. Bedrijven die dat willen kunnen zo'n functionaris aanstellen, niemand wordt daartoe echter verplicht. De kosten zijn dus facultatief. De overige in kaart gebrachte kosten vloeien rechtstreeks uit de Europese regels voort. In de contacten die ik met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven had, zijn mij dan ook geen werkbare voorstellen gedaan op onderdelen van het wetsvoorstel die minder zouden kosten bij een andere omzetting van de Europese regels.

Tot slot voert het VNO-NCW aan dat de nieuwe regels niet te handhaven zouden zijn in een wereld met Internet. Juist in een wereld met Internet, waar persoonsgegevens ongebreideld kunnen worden verspreid en gekopieerd, is het nodig dat de wetgever ordenend optreedt. Juist vanwege het grensoverschrijdende karakter van Internet zijn internationale regels hard nodig om de verschillende bestaande nationale wetten te harmoniseren. Ook vanwege de toenemende bedreigingen voor de privacy is een doeltreffende handhaving vereist. Daartoe is nodig dat de toezichthouder passende bevoegdheden krijgt. Het wetsvoorstel strekt daartoe. De bestaande Registratiekamer, die onder de nieuwe wet College bescherming persoonsgegevens zal heten, dient daarmee effectief te kunnen optreden.

Het wetsvoorstel zoals dat nu in de Tweede Kamer ligt, is een passende omzetting van de Europese regels. Nederland had deze al in oktober van het vorig jaar in Nederlandse wetgeving moeten omzetten. We zijn niet het enige Europese land dat in gebreke is. Dat vrijwaart ons echter niet van boetes van het Europese Hof van Justitie wegens niet-nakoming van onze internationale verplichtingen. De vele – en terechte – vragen van de Tweede Kamer op dit zich ontwikkelende rechtsgebied, hebben mijn voorganger en ik nu uitvoerig beantwoord.

Ik hoop dat de Tweede Kamer op korte termijn een definitief besluit over het wetsvoorstel zal nemen om ervoor te zorgen dat de privacywetgeving aan de maat van de tijd is.

Mr. A.H. Korthals is minister

van Justitie.