Krappe reserves

1999 is uitgeroepen tot het VN-jaar van de Ouderen. Vanaf 55 jaar begint het ouder worden. Het kabinet treft her en der een maatregel tegen de gevolgen van de massale vergrijzing, maar ouder worden vergt ook eigen inspanning op het gebied van gezondheid en zorg, financiën, huisvesting en beeldvorming.

Voorbereiding op de ouderdom.

Artsen in het ziekenhuis richten zich te weinig op ouderen. Medische en sociale aspecten worden dan over het hoofd gezien, is de vrees van geriaters.

OUDEREN LEVEREN regelmatig prestaties aan de grenzen van hun vermogen. Zaken als boodschappen doen, met het openbaar vervoer reizen of het huishouden kunnen door beperkingen in de lichamelijke conditie een enorme inspanning vergen. Veroudering, zegt prof.dr. Gerard Ligthart, is heel eenvoudig te definiëren: het is het afnemen van de reservecapaciteit van het lichaam. Ligthart, geriater bij het Amsterdamse VU-ziekenhuis: ,,Van alle organen en weefsels - hart, hersenen, longen, nieren - neemt gedurende het leven de functie af. Dat proces verloopt niet voor alle onderdelen van het lichaam even snel. De ademhaling en bloedcirculatie bijvoorbeeld, gaan sneller achteruit dan de zenuwgeleiding en het immuunsysteem.'' Al met al ligt de maximale prestatie van iemand van tachtig jaar ongeveer zestig procent lager dan die van een jong volwassene van twintig.

Verouderen doen alle mensen, maar de een sneller dan de ander. Er bestaan dan ook grote gezondheidsverschillen bij mensen op hoge leeftijd. Erfelijke aanleg bepaalt voor een deel hoe snel iemand veroudert. Dit normale verouderingsproces wordt natuurlijk sterk beïnvloed door factoren zoals ziekte, milieu-invloeden en vooral leefstijl. Sommige mensen van tachtig hebben bijvoorbeeld minder gewrichtsslijtage dan een hockeyer van 35.

Gezond, of in elk geval zelfstandig oud worden, is gereserveerd voor een minderheid. Uit onderzoek blijkt dat een kwart van de oudste ouderen (85+) in Nederland nog zelfstandig woont, zonder professionele hulp van thuiszorg of wijkverpleging. De statistieken geven aan dat steeds meer mensen een hogere leeftijd bereiken, zij het met gebreken. Dat is te danken aan de medische vooruitgang. Voor de meeste chronische ziekten is nu ook een behandeling beschikbaar. Tegelijkertijd vereist die ontwikkeling meer inspanning om al die mensen te verzorgen. Ligthart: ,,De Nederlandse gezondheidszorg is daar absoluut nog niet op berekend. Het is nu al dringen om thuiszorg of een ziekenhuisopname te regelen.''

Volgens Ligthart, die voorzitter is van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, lopen vooral de ziekenhuizen achter met de zorg voor ouderen. ,,De meeste ziekenhuisdokters zijn gericht op organen. Je hebt cardiologen, nierspecialisten, neurologen, maag-darmspecialisten. De enige specialismen die zich op een specifieke leeftijdsgroep richten zijn kindergeneeskunde en geriatrie. In medisch opzicht zijn ouderen goed te vergelijken met kinderen. Beide groepen zijn kwetsbaar, er is vaak sprake van complexe problemen en de sociale omgeving levert een belangrijke bijdrage aan de verzorging.''

Maar waar in alle ziekenhuizen afdelingen bestaan voor kinderen, is er maar een kleine minderheid die een speciale afdeling voor ouderen heeft. Men houdt zich nu eenmaal - alle veranderde beeldvorming van de laatste tien jaar ten spijt - nog steeds minder graag met ouderen bezig dan met jongeren. Volgens geriaters is de ziekenhuiszorg voor ouderen in Nederland dan ook nog verre van optimaal. Ligthart: ,,Ik weet zeker dat er in veel ziekenhuizen allerlei medische en sociale problemen van ouderen over het hoofd worden gezien.''

De meest voorkomende ouderdomskwalen die het zelfstandig dagelijks functioneren beperken zijn gewrichtsslijtage, afname van het gezichtsvermogen en cognitieve beperkingen (van de geestelijke vermogens). Door ontwikkelingen op het gebied van hulpmiddelen en woningaanpassingen kunnen veel lichamelijke beperkingen thuis worden opgevangen. Meer en meer geldt dementie als de belangrijkste oorzaak van het verlies van zelfstandigheid.

Dementie is als `volksziekte' betrekkelijk nieuw. Pas na de Tweede Wereldoorlog is de gemiddelde levensverwachting van de Nederlandse bevolking boven de 65 jaar gekomen. En voor het 65ste jaar is dementie zeldzaam. Intussen telt Nederland ruim 100.000 demente ouderen. Volgens schattingen zal dit aantal halverwege de volgende eeuw verdrievoudigd zijn. Tweederde van alle dementieën wordt veroorzaakt door de ziekte van Alzheimer.

Kenmerkend voor dementie zijn geheugenstoornissen, persoonlijkheidsveranderingen en stoornissen in het abstracte denken en het oordeelsvermogen. Maar niet alle geheugenstoornissen wijzen op dementie, onderstreept zenuwarts (neuroloog en psychiater) dr. Frans Verhey van de Universiteit Maastricht. ,,Iedereen kent het verschijnsel dat je details vergeet of niet meer op een naam kan komen. Dat komt ook bij jongere mensen voor. Anders wordt het als hele episodes uit het geheugen zijn verdwenen en mensen er last van krijgen in het dagelijks leven. Ze raken de weg kwijt, kunnen niet meer plannen of herkennen zelfs mensen niet meer.''

Verhey denkt dat de zorg voor demente ouderen hét zorgprobleem van de volgende eeuw wordt. Dementie is voor zowel de patiënt als diens verzorgers een lastige ziekte. Patiënten hebben in het dagelijks leven veel begeleiding nodig. Vaak hebben ze al andere aandoeningen, bijvoorbeeld een hartkwaal of artrose. Soms veranderen ze op het persoonlijke vlak en reageren ze onverwacht. Daardoor is de verzorging heel intensief, wat voor de naaste omgeving veel stress kan opleveren. Daarbij komt dat dementie nog steeds een taboe is. De omgeving schaamt er zich vaak voor. Dat maakt het voor veel mensen moeilijk om te bespreken, waardoor er vertraging ontstaat in de diagnostiek en in de behandeling.

De behandeling van dementie bestaat vooral uit begeleiding van de patiënt en diens verzorgers. In een aantal Nederlandse ziekenhuizen zijn hiervoor geheugenpoliklinieken opgezet. Op de geheugenpoliklinieken worden patiënten behandeld door multidisciplinaire teams, waardoor diagnostiek en begeleiding vanaf een vroeger stadium mogelijk is. Verhey: ,,Vroege diagnostiek is bij dementie van groot belang: hoe eerder we patiënten en met name ook de verzorgers kunnen helpen met ondersteuning, hoe beter het is. Men moet niet wachten tot de zaak uit de hand loopt. Het is voor iedereen beter als problemen besproken worden.''

Kortgeleden op de Nederlandse markt gekomen geneesmiddelen (cholinesteraseremmers) hebben een beperkt effect. Volgens Verhey kunnen deze middelen voor een groep patiënten met lichte of matige dementie tijdelijk de geheugenstoornissen en het concentratieverlies beperken. Maar genezend noemt hij ze zeker niet.

Bij alle aandacht voor zaken als veroudering, de gemiddelde levensduur en ziekenhuiszorg voor ouderen rijst de vraag waaraan men – na een langere of kortere periode van ouderdom – ten slotte overlijdt. Een hartinfarct, kanker of een hersenbloeding zijn de meest voorkomende doodsoorzaken. Geriater Ligthart: ,,Uiteindelijk overlijden de meeste mensen aan een of andere ziekte. Maar ook als iemand nooit ziek wordt, is het lichaam op een zeker moment niet meer in staat om het hele systeem van bloedsomloop, ademhaling, afweer tegen infecties enzovoort in stand te houden. Het is moeilijk te zeggen welke schakel het dan uiteindelijk als eerste begeeft. Meestal is dat het hart.'' Mensen overlijden aan ouderdom, is dan de conclusie, al blijft dat, vindt Ligthart ,,een wat onbestemd begrip''.