KABINETSBELEID

Een greep uit het kabinetsbeleid voor ouderen:

AOW Iedereen die 65 jaar of ouder is, krijgt AOW van 50 tot 90 procent van het minimumloon. Elk jaar dat iemand niet in Nederland heeft gewoond, wordt de AOW met 2 procent gekort. Zo'n 2,2 miljoen mensen hebben recht op AOW. Ruim 200.000 daarvan krijgen een gekorte AOW.

Spaarfonds Omdat wordt gevreesd dat in de toekomst de AOW voor een steeds grotere groep ouderen niet kan worden opgebracht door een steeds kleinere groep mensen jonger dan 65 jaar, is het zogenoemde AOW-spaarfonds opgericht. Dit is een spaarpot waarin jaarlijks een van tevoren vastgesteld bedrag wordt gestort.

Deze spaarpot is feitelijk fictief; het `gestorte' bedrag vormt in werkelijkheid een reductie van het financieringstekort.

Belasting Ouderen betalen zelf niet mee aan de AOW, daardoor is het tarief voor de zogenoemde eerste belastingschijf dat 65-plussers betalen 17,85 procent in plaats van 35,75 procent.

Ouderenaftrek In 1995 en 1997 zijn de algemene ouderenaftrek en de specifieke aftrek voor alleenstaande ouderen ingevoerd. Dit zijn vaste bedragen die ouderen van hun belastbaar inkomen mogen aftrekken. Reden is dat ouderen veel te weinig een beroep doen op bijvoorbeeld huursubsidie en bijzondere bijstand. Het voordeel voor ouderen zou op jaarbasis tussen de 225 en 300 gulden netto moeten zijn.

Huursubsidie De huursubsidie voor (alleenstaande) ouderen wil het kabinet verruimen, vooral om de extra energielasten waarmee ouderen te maken krijgen in verband met de invoering van de eco-tax.

Werk Ouderen moeten langer blijven werken. Om dit te bereiken zouden werknemers tussen de 55 en 65 aantrekkelijker ofwel goedkoper moeten worden gemaakt voor de werkgever.

Zo wordt een korting overwogen op de WW-premie die werkgevers betalen voor oudere werknemers. Ook zou het bruto-inkomen van een oudere werknemer verlaagd kunnen worden, zonder dat zijn netto-inkomen minder wordt.

Verder wordt gedacht aan het gunnen van allerlei fiscale voordelen aan werkgevers die ze krijgen wanneer ze een oudere werknemer in dienst nemen.

Sport Vooral voor ouderen vindt het kabinet sportbeoefening belangrijk. Daarmee zou onder andere het beroep op de gezondheidszorg af kunnen nemen. Een voorbeeld is het m.b.v.o. (meer bewegen voor ouderen), een programma waarmee ouderen worden uitgenodigd tot fitnessactiviteiten in het water. Zwembaden die dit aanbieden kunnen rekenen op een verlaagd tarief voor de te betalen omzetbelasting.

Wachtlijsten De wachtlijsten in de ouderenzorg zijn te lang en moeten worden aangepakt. Staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn) wil binnen drie jaar de wachtlijsten voor verpleeghuizen wegwerken. Vanaf september is de zogenaamde wachtlijstbrigade onder leiding van Marcel van Dam aan de slag gegaan; instellingen worden geadviseerd bij het wegwerken van de wachtlijsten. Het kabinet trekt 81 miljoen gulden uit om de wachtlijsten weg te werken. Het totale budget van de ouderenzorg, waarvan ook uitbreiding verpleeghuizen, thuiszorg en afspraken in het kader van de CAO deel uitmaken, groeit met 368 miljoen in 1999. Dit bedrag loopt op tot ongeveer 1,9 miljard in 2002. Het kabinet wil verder vormen van wonen stimuleren waarbij wonen en zorg zoveel mogelijk met elkaar zijn geïntegreerd.

Openbaar vervoer Ouderen betalen minder voor kaartjes voor het openbaar vervoer. Een strippenkaart bijvoorbeeld met 15 strippen kost de 65-plussers 7 gulden. Anderen betalen daarvoor 11,75 gulden. Bij de NS bestaat de mogelijkheid om vanaf 60 jaar één keer in de twee maanden vrij te reizen, Verder geeft de NS op alle treinkaartjes een kleine reductie.