Inleiding

Van alle mensen die in Nederland overlijden, is 72 procent ouder dan 70. De belangrijkste doodsoorzaken zijn: hart- en vaatzieken (39.235 sterfgevallen onder 70-plussers in 1997), kanker (22.504) en aandoeningen aan de luchtwegen (11.462). Samen zorgen deze voor 75 procent van de sterfte onder ouderen. Een overzicht van de belangrijkste doodsoorzaken bij ouderen.

hart en bloedvaten

Hart- en vaatziekten eisen de meeste slachtoffers onder ouderen. Het hartinfarct (myocardinfarct) komt het vaakst voor, met 10.063 doden bij 70-plussers in 1997. Op de tweede plaats bij de hart- en vaatziekten staat de beroerte, met 6.765 doden bij ouderen.

Veroudering hart

Gebrek aan activiteit zorgt voor afname hartspierweefsel

kanker

Kanker is de op een na belangrijkste doodsoorzaak, zowel onder 70- plussers als de rest van de bevolking. Maar de grootste sterfte aan kanker komt voor bij de jongere ouderen; voor mensen boven de 85 wordt het risico om dood te gaan aan kanker juist weer kleiner. De enige vorm van kanker die beduidend vaker bij ouderen voorkomt is prostaatkanker - van alle mannen die eraan doodgaan is 86 procent boven de 70. In totaal overlijdt 5 procent van de mannen boven de 70 eraan. Maar ook voor hen geldt: boven de 90 neemt het overlijden door prostaatkanker weer af - andere aandoeningen eisen dan hun tol.

voeding en stofwisseling

Ouderdomssuikerziekte (of: niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus (NIDDM)) komt veel voor onder ouderen. De belangrijkste oorzaak is overgewicht, afslanken is de beste remedie. De sterfte aan ouderdomsdiabetes is aanzienlijk: 2499 gevallen onder 70-plussers in 1997.

luchtwegen

De sterfte aan griep (influenza) was de laatste jaren niet hoog, maar ouderen lopen wel veel meer risico om eraan te overlijden wanneer ze het krijgen dan jongeren. In 1997 stierven slechts 197 mensen aan influenza, maar 87 procent van hen was ouder dan 70 (ter vergelijking: van alle overledenen was 71 procent ouder dan 70). Ook chronische luchtwegaandoeningen (CARA) eisen onder ouderen meer slachtoffers dan gemiddeld. Een bijzondere en belangrijke plaats nemen de sterfgevallen door longontsteking (pneumonie) in. Bij veel sterfgevallen is het de primaire doodsoorzaak (5.306 doden bij 70-plussers), maar vaak treedt een longontsteking op als complicatie bij een andere aandoening, bijvoorbeeld na een val of bij dementie.

psyche

De gevolgen van psychische stoornissen (vooral dementie) zijn een geduchte doodsoorzaak onder ouderen. Het sterfterisico neemt, anders dan bij kanker, toe met de leeftijd. Van de 95-plussers overlijdt 7 procent als gevolg van een psychische stoornis, tegen slechts 1 procent van de mensen tussen 70 en 75 jaar. De sterfte aan de ziekte van Parkinson is met nog niet 1 procent van de 70-plussers zeer laag. Maar het is wel een typische ouderdomsziekte: van iedereen die eraan sterft, is 94 procent ouder dan 70. Hierbij moet worden aangetekend, dat veel patiënten uiteindelijk overlijden door bijvoorbeeld een longontsteking.

spijsvertering

Ziekten aan de spijsverteringsorganen komen vaak voor bij ouderen (3.678 gevallen in 1997). Het gaat onder meer om levercirrose, darmaandoeningen en ziekten van de alvleesklier.

nieren en urinewegen

Nierstenen, nierinsufficiëntie en andere ziekten aan de nieren en urinewegen zijn naar grootte de achtste doodsoorzaak bij 70-plussers. Onder deze bevolkingsgroep komen ze 20 procent vaker voor dan onder de bevolking als geheel. Het aantal sterfgevallen ligt met 2.337 ongeveer even hoog als bij suikerziekte.

Veroudering onderkaak

Tanden en kiezen gaan verloren, waardoor mensen minder goed kauwen. Krachten op de kaak nemen af, wat botafname veroorzaakt.

gewrichten

Spier- en gewrichtsziekten komen voor bij alle leeftijdsgroepen. Maar sterfte door reumatoïde artritis en artrose komt bijna alleen voor bij oudere vrouwen: zij krijgen de aandoening vier maal zo vaak als mannen. De sterfte hierdoor is echter gering: 222 gevallen in 1997.

botten

Ouderen vallen vaak; 3,2 procent van de 95-plussers overlijdt aan de gevolgen van een val. Vrouwen vallen niet vaker dan mannen, maar krijgen wel vaker botbreuken doordat zij meer last hebben van botontkalking (osteoporose).

Veroudering bot

Ontkalking, versterkt door gebrek aan beweging