In de haven kon je met mulo ver komen

Havenmannen, de naoorlogse geschiedenis van de Rotterdamse haven in 16 portretten. Francis Productions BV, Rotterdam. Prijs ƒ32,50

De Rotterdamse havenbaron is een man van de praktijk. Hij is vaak op de onderste sport van de ladder begonnen aan zijn carrière – met `de poten in het bluswater', zoals dat heet. Een markant voorbeeld daarvan is Wout Boer, die dit jaar zijn loopbaan beëindigde als algemeen directeur van Kühne & Nagel Nederland. Hij moest al na twee jaar van de mulo. Het gezin had een kostwinner nodig. Wout begon als jongste bediende voor 35 gulden in de maand bij het expeditiekantoor Schreuder & Co: op de fiets boodschappen rondbrengen in de Rotterdamse haven.

Ook Jan Rijsdijk trok al op 14-jarige leeftijd de schooldeuren achter zich dicht. Groot geworden met het overslaan van droge bulk was hij na de verkoop van zijn bedrijf meer dan 100 miljoen gulden waard. Wim Pesselse reikte in de haven na vier jaar mulo en avondstudie tot directeur van de maritieme groep Broekman. Allen schopten het op hun manier tot havenbaron, een titel die nogal eens te pas en te onpas wordt gehanteerd in Rotterdam, maar die in hun geval op zijn plaats is.

Maar ook wanneer zij als havenbaron wél een gedegen schoolopleiding achter de rug hebben verschilt het verhaal van de pioniers, die de Rotterdamse haven na de oorlog hebben groot gemaakt, niet veel van elkaar. Twee jaar mulo, HBS, Hogere Zeevaartschool, de Hoge Economische School van Rotterdam of TH - namen van de gangbare dure businessscholen ontbreken op hun cv - één ding hebben alle havenbaronnen gemeen: hun pionierszin en geestdrift voor de Rotterdamse haven, die onder hun leiding en ideeën is uitgegroeid tot de grootste haven ter wereld.

In zijn boek `Havenmannen, de naoorlogse geschiedenis van de Rotterdamse haven in 16 portretten' beschrijft de Rotterdamse journalist David van der Houwen 16 `Havenmannen van het Jaar.' Deze onderscheiding wordt sinds 1981 jaarlijks uitgereikt door persclub Kyoto, een vereniging van media-vertegenwoordigers die zich bezighouden met havenjournalistiek.

Als een rode draad lopen door de verhalen van het bonte gezelschap stuwadoors, cargadoors, expediteurs, vervoerders, bestuurders en een oud-directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf, de wederopbouw van de haven en de uitbreiding via Botlek, Europoort naar de Maasvlakte. Jacques Schoufour, telg uit het Swarttouwgeslacht is de enige van de Havenmannen die de puinhopen in de haven direct na de oorlog heeft aanschouwd. Maar ook daarna was het voor iedereen hard werken voordat de contouren van een wereldhaven zichtbaar werden.

Dankzij de onvermoeibare inspanningen van de bedrijfsstrategen en de denkers van het Gemeentelijk Havenbedrijf en het stadhuis, waaronder het havenbedrijf nog steeds ressorteert. Maar vooral dankzij de havenarbeiders. Arbeiders die Van der Houwen in zijn boek omschrijft als ,,mannen die 's avonds na de warme prak geen pap meer konden zeggen en in de leunstoel als een blok in slaap vielen. Omdat ze zich die dag weer `de pleuris' hadden gewerkt.''

Maar de arbeider heeft in de Rotterdamse haven, mede door de inspanningen van ex-vakbondsman Paul Rosenmöller – de Groen Links fractievoorzitter die als ex-Havenman van het Jaar de enige was die afzag van medewerking aan het boek – grotendeels plaats gemaakt voor geavanceerde (informatie)technologie. Vroeger toen nog veertig tot vijftig arbeiders een bananenboot losten was de stakingsbereidheid bij vermeend onrecht groot. Tegenwoordig wordt er door de havenarbeider, die vaak goed is opgeleid en kriskras door de haven werkt en niet meer in grote groepen, niet zo snel meer actie gevoerd. De grote havenstakingen in Rotterdam behoren dan ook alweer bijna een decennium tot het verleden.

Ook de sfeer en solidariteit van vroeger zijn verleden tijd. Of zoals Jan Rijsdijk dat formuleert: ,,Je komt tegenwoordig nauwelijks meer mensen tegen die hun wortels in de haven hebben. Vroeger had je een soort cultuur, een atmosfeer, een belevingswereld die voor het grootste deel verdwenen is.'' Niettemin is het opvallend dat Gerrit Wormmeester, met Frans Swarttouw (commercie) de `uitvinder' van containeroverslagbedrijf Europe Combined Terminals (ECT), bijna drie decennia geleden al voorspelde wat voor vlucht het containervervoer in de wereld zou nemen. Ook fraai is het verhaal van de vloeiend Russisch sprekende cargadoor en voormalig Havenman van het Jaar Hans van Zonneveld en `de rode pier', zo genoemd omdat daar zoveel Russische en Chinese schepen van staatsrederijen bij Pakhoed afmeerden. Pier 2 in de Waalhaven was op een ochtend begin jaren zeventig zelfs helemaal verlaten omdat de daar werkende Rotterdamse havenarbeiders onderricht kregen in het Rode Boekje van Mao. Ook dat vond iedereen best in Rotterdam, zolang de rekeningen van het schip, dat opgelegd tienduizenden guldens per dag kostte, maar op tijd werden betaald.

Aan werken voor `die rooien' had men een broertje dood in de Rotterdamse haven. Dat ondervond ook ex-burgemeester André van der Louw van de PvdA, die aanvankelijk met de nodige scepsis in de Rotterdamse haven werd bekeken, maar tijdens zijn delegatiereizen al snel uitgroeide tot een waardig `bondgenoot' om Rotterdam op te stoten in de vaart der volkeren. Geen tijd mocht verloren worden om Rotterdam te promoten. Zelfs niet tijdens delegatiereizen.

Toch presteerde werkgeversvoorzitter van de SVZ Jacques Schoufour het om het in zijn kielzog meegereisde gezelschap, na een slopende vliegreis van een etmaal naar Sydney, bij aankomst mee te slepen naar de dierentuin om het vogelbekdier te bekijken. Een historisch moment volgens vogelliefhebber Schoufour omdat het vogelbekdier in Blijdorp ontbrak.

Een tegendraads geluid tenslotte komt van de huidige directeur van het Gemeentelijk Havenbedrijf in Rotterdam, Willem Scholten. Hij vindt de kwalificatie van Rotterdam als de haven die de meeste tonnen goederen overslaat te simpel. Scholten zou graag zien dat er ook wat wordt gedáán met de goederen die in Rotterdam aankomen. Dat niet alle goederen worden doorgevoerd maar ter plekke ook gedeeltelijk wordt bewerkt om daarmee toegevoegde waarde aan de haven te geven. ,,Met alle respect voor de mannen en hun verhalen die in dit boek beschreven worden, ik vind het hoog tijd worden dat er een ander type, een ander soort ondernemer gaat domineren in de haven van Rotterdam'', zegt Scholten. ,,Wat we nodig hebben zijn jonge ondernemers met visie en durf; mensen die in figuurlijke zin in gaten stappen. Mensen die opereren in sectoren als automatisering of industriële procestechniek. Zo iemand mag van mij best een havenvrouw zijn.''

    • Marc Serné