Hervorming bedrijven bepaalt succes Japan

Is de voorzichtig ingezette Japanse groei blijvend? Tokio is nog altijd geneigd sterk van bovenaf te sturen. Veel hangt af van hervormingen in de particuliere sector.

Premier Keizo Obuchi kan komend jaar met een gerust hart de parlementsverkiezingen ingaan als de `premier van het economisch herstel'. Hij heeft bij zijn aantreden een jaar geleden 0,5 procent groei beloofd en het zal moeilijk zijn om aan het eind van dit jaar lager uit te komen, zo heeft het Planbureau berekend. Maar de vraag blijft of het beeld ook na die verkiezingen zo positief zal blijven.

Dankzij een overvloedig gebruik van overheidsgeld heeft de Japanse economie al twee kwartalen lang het pad van krimp verlaten. Maar wil dat ook zeggen dat de patiënt gezond is? De beursindex doet het goed dit jaar maar geeft slechts de koersen weer van de 225 grootste bedrijven. Deze bedrijven lijken eindelijk de weg in te zijn geslagen van herstructurering: ontslagen en het afstoten van overbodige faciliteiten.

De gewone burger schiet met deze activiteiten niet veel op. Een recente peiling van de krant Asahi leert dat ruim de helft van de bevolking in zijn directe omgeving ontslagen heeft meegemaakt. Volgens het Planbureau hebben Japanse bedrijven 2,8 miljoen overtollige werknemers. Een tv-commentator sprak zelfs al over 6 miljoen. Het aantal werklozen staat op het naoorlogse record van 3,3 miljoen (ruim 4 procent). Niet voor niets zei minister Taiichi Sakaiya, hoofd van het Planbureau, vandaag dan ook dat overheidsstimulering in ,,ruime mate nodig blijft''.

Maar bij dit beleid komt de vraag van effectiviteit op: Is de overheid in staat deze stimulering lang genoeg vol te houden? En verandert er in de tussentijd iets in de particuliere sector waardoor de economie op het juiste pad terugkeert? Over het eerste beginnen vragen te rijzen. De hoofdstad Tokio heeft onlangs bekend gemaakt dat in het jaar 2000 alle salarissen met 4 procent worden gekort, daarnaast gaat de jaarlijkse bonus met 10 procent omlaag. De hoofdstad is bijna failliet. Vijf andere provincies namen soortgelijke maatregelen. De landelijke overheid is vooralsnog niet tot zulke maatregelen gedwongen, maar het bureau Moody's verlaagde een jaar terug wel de kredietwaardigheid van Japan. Met een staatsschuld groter dan het bbp komt het einde van alle stimuleringspaketten, waarmee Tokio in 1992 begon, eens in zicht.

De stimulering moet de ineenstorting van de economie voorkomen, terwijl Japan in de tussentijd structurele aanpassingen doorvoert. Zo is door de hoge kosten slechts 20 procent van het bedrijfsleven internationaal concurrerend, aldus cijfers van hoogleraar Heizo Takenaka van de Keio Universiteit. Daarom moeten kartels worden opengebroken net als de ,,ijzeren driehoek'' van ambtenaren, politici en bedrijfsleven. Econoom Iwao Nakatani (net als Takenaka eerder dit jaar lid van een tijdelijke adviesraad van premier Obuchi) schreef onlangs: ,,Ook al is de ijzeren driehoek een relikwie uit het verleden, zij heeft nog altijd een sterke invloed op het huidige beleid en berokkent grote schade aan de noodzakelijke structurele hervormingen en deregulering.''

De neiging van de Japanse top om de economie van bovenaf te sturen blijft sterk. Zo is een van de symptomen van Japans verstarring dat het aantal bedrijven daalt. Er gaan meer bedrijven failliet dan er bijkomen. Het Japanse ministerie van Handel en Industrie (MITI) kwam vorige maand – met een blik op het succesvolle Amerika – met het idee genieën tot ontwikkeling te brengen, een plan waarbij geld wordt uitgeloofd aan de `nieuwe Bill Gates'. Een commentator: ,,Dit is het paard achter de wagen spannen. Ze moeten de omstandigheden creëren, waarin innoverende ondernemers vanzelf opkomen, niet geld uitloven aan mensen die aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.'' Het is dus de vraag of het MITI op de juiste weg is.

In de tussentijd werkt dankzij alle overheidsstimulering 10 procent van alle werknemers in de bouw. Ook bij deze investeringen is het de vraag of het genoeg zoden aan de dijk zet. De krant Sankei constateerde recentelijk dat de overheid zo'n haast heeft het geld op te maken, dat het geld hoofdzakelijk aan herstelwerkzaamheden wordt uitgegeven, die weinig planning vergen. Econoom Takenaka stelt dat nauwelijks van investeringen kan worden gesproken, slechts van geldoverdracht richting bouw. Een deel van dit geld komt weer terug in de zakken van de regerende politici als bijdrage aan verkiezingskassen. Symbolisch is dan ook de recente oproep van politicus Shizuka Kamei, een ex-minister van Bouwzaken, om deze herfst niet een extra budget van 5 biljoen, ook niet van 10, maar van 20 biljoen yen te spenderen.