Een geestverruimend stuk

Kijk naar het Nederlandse voorbeeld!' Met deze uitnodigende oproep begint een artikel in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs waarin geen spaan wordt heel gelaten van het Nederlandse drugsbeleid. De nationale drugsindustrie wordt hierin beschreven als een economische activiteit met 20.000 mensen, een omzet van twintig miljard gulden (meer dan de jaaromzet van KPN) en een illegale export groter dan die van (legale) tulpenbollen.

De auteur van het artikel, Larry Collins, heeft gedegen zijn werk gedaan. Hij heeft gesproken met politie- en douaneautoriteiten in omringende landen. In Nederland heeft hij voor- en tegenstanders van het drugsbeleid, academici, directeuren van centra voor verslavingszorg en ambtenaren van het ministerie van volksgezondheid en justitie geïnterviewd. Holland's half-baked drug experiment, zoals de titel van het artikel in het mei/juni-nummer van Foreign Affairs luidt, is geïllustreerd met foto's van een hasj rokende vrouw in een Bussumse coffeeshop en van een marihuanakwekerij in Oosterhout.

Nu kunnen politici en beleidsmakers in Nederland gemakkelijk de schouders ophalen voor het zoveelste negatieve verhaal in een buitenlands blaadje over de zegeningen van de nationale liberale drugspolitiek. En die foto's, ach aan die beelden zijn wij hier toch allang gewend. Maar Foreign Affairs is niet zomaar een blad. Het is de gezaghebbende stem van en voor Amerika's politieke en diplomatieke establishment, een tijdschrift met invloed in de kringen van policymakers in Washington.

Dan is het verontrustend dat Nederland als de `supermarkt voor drugs in Europa' en als `narcoticahoofdstad van Europa' wordt betiteld, dat wordt vastgesteld dat de `liberale houding van de rechters een explosie van het aantal internationale drugsbendes die vanuit Nederland opereren' tot gevolg heeft gehad. Of dat uit de doeken wordt gedaan hoe Amerikaanse toeristen in coffeeshops en smartshops (winkels in psychedelische paddestoelen) geestverruimende pillen kunnen kopen die op verzoek worden verpakt in nep-spuitbussen scheercrème, bierblikjes of deodorantflesjes zodat ze zonder problemen langs de Amerikaanse douane kunnen worden gebracht.

,,Ik zou er niet trots op zijn als we door onze buurlanden beschouwd worden als een narco-staat'', zo wordt in het artikel een verdediger van het liberale drugsbeleid aangehaald.

Maar een narco-staat – dat is precies wat de autoriteiten in buurlanden van Nederland denken. Het begrip dook drie jaar geleden voor het eerst op in een rapport van de Franse Senaat. In zijn artikel haalt Larry Collins zegslieden van de Franse en Britse douane aan, die schatten dat 80 procent van de heroïne op hun markten en vrijwel alle ecstacy en amfetaminepillen uit Nederland afkomstig zijn. Ze noemen Nederland hét land voor drugshandelaren om te werken. Drugs zijn hier goedkoop, de pakkans is gering en de straffen zijn laag.

Twee verschuivingen hebben zich voorgedaan sinds de invoering van het gedoogbeleid eind jaren zeventig met een goedbedoelde scheiding van soft- en harddrugs. Ten eerste de opkomst van synthetische drugs zoals ecstasy, waarin Nederland wereldmarktleider is. En ten tweede de succesvolle veredeling van de nationale trots, nederwiet. De hoeveelheid werkzame stof (THT) die voor de geestverruimende ervaring zorgt, is volgens een Britse professor die Collins citeert vertienvoudigd in vergelijking met de tijd toen werd besloten dat een stickie een softdrug was.

De sociale gevolgen van de drugscultuur zijn vernietigend – in andere landen, maar ook in Nederland. De drugsgerelateerde criminaliteit is hier groot. Verslavingsinstellingen kampen met opvangproblemen. Onderwijsmoeilijkheden houden verband met drugsgebruik. Buurten van grote steden zijn verloederd, overgeleverd aan drugshandelaren. Wie vorige week de televisiebeelden heeft gezien van premier Kok die samen met staatssecretaris Van Boxtel (Grotestedenbeleid) een bezoek bracht aan een `probleembuurt' in Rotterdam-Zuid, zag dichtgetimmerde panden, kaalslag en half afgebroken huizen.

Er is een derde verandering die aanleiding geeft alarm te slaan over het drugsprobleem in Nederland – en dat is de aanwezigheid van al dan niet illegale vluchtelingen. Een aanzienlijk deel van de gelukzoekers die in Nederland de vluchtelingenstatus aanvragen, komt uit traditionele drugslanden – Afghanistan, Somalië – of doorvoerlanden – Balkan, Kaukasus, Midden-Oosten. Aangezien het Nederlandse vreemdelingenbeleid gezonde mensen langdurig onderdak biedt in open opvangcentra, waar ze niets te doen hebben, is het niet zo'n gekke veronderstelling dat hier een aantrekkelijk arbeidspotentieel voor de clandestiene drugseconomie beschikbaar is. Of dat zich drugsnetwerken vormen.

Wat doet Nederland? De officiële reactie is: ontkennen dat er een probleem bestaat. Een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid zegt meewarig dat het artikel in Foreign Affairs al enkele maanden oud is – alsof de strekking van het verhaal in drie maanden zou zijn veranderd.

De Nederlandse ambassadeur in Washington heeft een verongelijkte reactie (4 mei 1999) naar Foreign Affairs gestuurd. Collins heeft volgens ambassadeur Vos een simplistisch artikel geschreven, ,,bevooroordeeld, onevenwichtig en in hoge mate anekdotisch''. Bovendien maakt de auteur volgens hem feitelijke fouten (zoals betwiste cijfers over het cannabis- en heroïnegebruik in Nederland, de bewering dat cannabis tot gewelddadigheid leidt, een fout gespelde naam en een verkeerde functie). De strekking van Vos' brief, die nog niet in Foreign Affairs is gepubliceerd, is dat andere landen ook drugsproblemen hebben en dat de problemen in Rotterdam en Amsterdam verbleken met die in andere grote steden.

De Nederlanders zijn merendeels tevreden over het nationale drugsbeleid en dit heeft indrukwekkende resultaten geboekt, stelt de ambassadeur vast. Indrukwekkende resultaten? Wat kennelijk niet wil doordringen – tot de ambassadeur, tot het ministerie van Volksgezondheid – is dat anderen hierover hun gefundeerde twijfels hebben.

rjanssen@nrc.nl

    • Roel Janssen