Draagbare decoraties

Al dertig jaar geldt Hans Appenzeller als een van de meest vooraanstaande sieradenontwerpers van Nederland. In het Singer Museum in Laren is een overzicht van zijn werk te zien.

Sieraden zijn gebruiksvoorwerpen. Ze moeten gewoon om nek of pols gedragen kunnen worden en niet de drager reduceren tot kapstok voor kunst. Althans, dat vindt Hans Appenzeller (1949). Al dertig jaar bedenkt en maakt hij `persoonlijke decoraties' waarbij het gebruik voorop staat. Ter ere van dit jubileum wijdt het Singer Museum in Laren een overzichtstentoonstelling aan zijn werk.

De vroegste ontwerpen op de tentoonstelling dateren uit 1969, het laatste jaar dat de ontwerper aan de Amsterdamse Rietveld Academie studeerde. Het zijn oefeningen in het combineren van verschillende metalen en het werken met schakels. In een armband gemaakt uit een enkele strip zilver en uitlopend in robuuste krullen is al de technische vindingrijkheid te vinden die Appenzellers hele oeuvre zou gaan kenmerken. De vering van het metaal maakt het mogelijk om de armband, als hij eenmaal om de pols zit, vast te klemmen zonder dat daar een conventionele slotje aan te pas komt. Het alternatief voor schroefsluiting of haakje is even simpel als elegant.

Het is merkwaardig dat het meest recente ontwerp op de tentoonstelling, een simpele gladde armband waarvan het scharnierende deel naadloos terugklapt in de ovaal, een schoolvoorbeeld is van het `wegwerken van slotjes', iets waartegen Appenzeller zich altijd heeft verzet. Zo voorzag hij eens een rubberen collier van een sluiting van klittenband. De met twee rijen tanden afgezette armband uit dezelfde collectie bijt zich als het ware vast in de arm van de drager. Voor een zilveren broche bedacht hij een bevestigingssysteem waarbij de speld met een draai aan het kubusje op de kop van de speld wordt vastgezet in het opgebolde roosterpatroon van de broche en zo deel uitmaakt van het ontwerp.

Ook in zijn materiaalkeuze toont Appenzeller zich veelzijdig. In het begin van zijn carrière hield hij zich verre van de klassieke edelmetalen. In de vitrines van zijn Galerie Sieraad in 1970 de eerste galerie in Nederland die uitsluitend sieraden tentoonstelde en verkocht - lagen destijds kloeke armbanden gemaakt van aluminium staven, veelkleurige broches van perspex en met briljanten ingelegde rubberen polsbanden. Deze sieraden waren door het gebruikte materiaal goedkoper en laagdrempeliger in gebruik dan de perperdure fine jewelry die uitsluitend op hoogtijdagen uit de juwelendoos komt. In 1975 maakte Appenzeller een serie felgekleurde armbanden van kunststof voor de Bijenkorf om zo handgemaakte sieraden binnen het bereik van de modale consument te brengen.

Appenzeller heeft altijd graag de eigenschappen van nieuwe materialen verkend. Hij freesde gleuven en boorde gaten in ronde schijven Corian, een op marmer lijkende kunststof die ook gebruikt wordt in keukens, en vlocht er rubberdraad doorheen. Experimenten met spidermesh, een gaasachtig materiaal gemaakt uit gunmetal, resulteerden in soepele geweven kettingen waarvan de losse uiteinden als slangen langs de hals naar beneden hangen. Zelfs toen de edelsmid begin jaren tachtig besloot toch goud en zilver te gaan gebruiken, wist hij hiervoor nieuwe bewerkingsmethoden te bedenken. Zo maakte hij voor de collectie `Stuctured metal' modellen van draadjeswas zodat na het gieten volgens de `cire perdue methode' een gevlochten matje van goud ontstond dat als basismateriaal diende voor juwelen.

De contrasten tussen de collecties - elk jaar een nieuwe - zijn enorm. Zo concentreerde hij zich in 1985 op simpele, rond gebogen staven om zich een jaar later uit te leven in gedetailleerde filigrain techniek. Naast een barok aandoend pochet gemaakt volgens deze methode, liggen de stoere armbanden uit de collectie Klinknagel uit 1987. In deze no-nonsense ontwerpen vormen spijkers met platte koppen zowel de verbinding tussen de verschillende lagen metaal als de minimale, maar effectieve versiering.

Appenzellers sieraden variëren van nadrukkelijke `showpieces' tot bijna terloopse versierselen voor alledag. Maar of het nu een abstracte schakelketting opgebouwd uit driehoeken is of de grappige zippertips - hangers in de vorm van een traan of verschrompelde peper om ritssluitingen mee op te fleuren ze nodigen uit tot omhangen en langdurig voor de spiegel draaien. En eigenlijk niet om als kunstvoorwerpen achter glas in een museum te tonen, hoe mooi deze expositie ook is.

Tentoonstelling Hans Appenzeller 30 jaar in beweging, Singer

Museum, Oude Drift 1, Laren.

Open: di t/m za 11-17u, zo 12-17u.

Inl. 035-5315656. Catalogus op

cd-rom: ƒ30. Een aantal sieraden is te koop.Winkel: Grimburgwal 5,

Amsterdam