Buitenlands beleid moet zich niet laten leiden door CNN

De informatierevolutie leidt er toe dat burgers en politici geconfronteerd met mensonterende beelden zich binnen luttele uren achter één of andere zaak scharen. Volgens J.J. van Aartsen kan buitenlands beleid niet gebaseerd zijn op primaire emoties.

De informatierevolutie is fundamenteel en treft iedereen in de persoonlijke levenssfeer. Het is duidelijk dat we op de drempel van de 21ste eeuw worden geconfronteerd met razendsnelle nieuwe, niet meer weg te denken ontwikkelingen. Meer en meer mensen zijn on line. Maar leidt de proliferatie van informatie en kennis via fax, email en internet tot meer `begrip' van de wereld om ons heen? Ik denk van niet. Door de hoeveelheid van informatie dreigt een zogenaamde information overload. Daar komt nog bij dat de snelheid van de `klaar-terwijl-u-wacht-informatie' vaak omgekeerd evenredig is met de kwaliteit ervan.

Organisaties en bedrijven zijn afhankelijk van de juiste strategische informatie. Duizenden publicaties per dag maken het er niet makkelijker op. Wat te denken van de gewone burger die in een digitale `oersoep' van enen en nullen wordt geworpen? Veel burgers zullen juist door de bomen het bos niet meer kunnen zien. Zoals intelligentie en wijsheid twee verschillende dingen zijn, zo ook zijn kennis en begrip niet hetzelfde.

Kennis en informatie hebben pas waarde als ze gewogen kunnen worden en in een context passen. En daar ligt een uiterst belangrijke taak voor de overheid. Mensen hebben de juiste instrumenten nodig om uit een oceaan van feiten de relevante van de niet-relevante feiten te onderscheiden. Onderwijs moet ten eerste de mensen de vaardigheden bijbrengen om kennis te vergaren en te begrijpen. Dat betekent tegenwoordig meer dan leren lezen. De overheid moet ten tweede ook de praktische belemmeringen voor de toegankelijkheid van informatie en kennis wegnemen. Maar wellicht het allerbelangrijkste is dat onderwijs meer dan ooit mensen leert informatie kritisch te benaderen. We worden soms wat al te gemakkelijk op sleeptouw genomen door de berichtgeving van de media. Dit noem ik de `CNN-factor'.

Een voordeel van de moderne communicatie-technologie is dat aan de ene kant het voor potentiële dictators steeds moeilijker wordt hun misdaden te verhullen. Door de satelliet-televisie en internet is de wereld kroongetuige van haar eigen geschiedenis. Dit is een goede ontwikkeling. Aan de andere kant is de snelle berichtgeving van vandaag de dag een veel te smalle basis om belangrijke beleidsbeslissingen te nemen.

De kwaliteit van de berichtgeving laat steeds meer te wensen over. Door het prisma van de media worden van seconde tot seconde boodschappen aan ons doorgegeven. De druk van de hoofdredacteur om een scoop te maken wordt steeds groter. Dat betekent ook dat de traditionele hoor- en wederhoor steeds minder wordt toegepast. Het nieuws krijgt zo steeds meer soap-gehalte. Het gevaar dat de CNN-factor verwordt tot een virtuele rattenvanger van Hamelen is niet meer denkbeeldig. Burgers en politici – geconfronteerd met mensonterende beelden – scharen zich binnen luttele uren achter één of andere zaak. De roep om harde actie klinkt dan luid.

Goed, effectief buitenlands beleid kan echter niet gebaseerd zijn op primaire emoties. Snelheid van informatie kan geen overhaaste beslissingen afdwingen. Voor een minister van Buitenlandse Zaken in het bijzonder is het dus uiterst belangrijk om het hoofd koel te houden. Pas handelen als het duidelijk is wat er echt aan de hand is, als we de situatie echt doorgronden en begrijpen. Ook in de diplomatie doet de moderne communicatie-technologie zijn intrede. Het is echter een koude douche om te merken hoeveel misverstanden er ontstaan in het diplomatieke verkeer door het gebruik van hoogwaardige communicatiemiddelen.

De informatie wordt tot in het absurde gereduceerd en met lichtsnelheid overal naar toe gezonden. Het lijkt alsof de kwaliteit van de communicatiemiddelen, dezelfde communicatie juist bemoeilijkt. Daarom zijn nu, meer dan ooit tevoren, goed opgeleide diplomaten nodig om uit de wirwar van feiten het nationale of internationale belang te ontwaren en de kern van het probleem te raken.

Neem de wereld van de diplomatie. Laten we eens het hypothetische geval nemen dat we uit de kluwen van informatie de juiste kennis kunnen destilleren en dat we een bijna feilloos begrip hebben van de internationale situatie. Laten we veronderstellen dat er absoluut geen misverstanden bestaan en dat we dus kunnen anticiperen. Dan nog worden we in toenemende mate geconfronteerd met het probleem dat we eenvoudigweg onvoldoende diplomatieke en politieke instrumenten hebben om onze kennis en begrip van de situatie in echte daden om te zetten.

De ontwikkeling van de kennismaatschappij snelt voort over de digitale snelweg, terwijl de evolutie van het diplomatieke instrumentarium het voetpad lijkt te volgen. Terwijl burgers door de technologische ontwikkelingen meer en meer van de overheid, de EU en de VN verwachten, moeten we handelen binnen het kader van een Handvest van de VN van een halve eeuw oud. De mogelijkheden tot effectief handelen in het internationaal verkeer zijn beperkt. Dat zijn feiten waarmee wij allen rekening hebben te houden. Zij behoren tot onze diplomatieke bagage van vandaag. Maar moeten wij ons erbij neerleggen?

We moeten verder nadenken over humanitaire interventie met militaire middelen in reactie op wreedheden en schaamteloze schendingen van mensenrechten. Sinds de opstelling van het Handvest in 1945 wordt het respect voor mensenrechten steeds prangender en het respect voor de nationale soevereiniteit minder absoluut. Het Handvest van de VN is specifieker met betrekking tot het recht van soevereiniteit dan wat betreft respect voor de mensenrechten.

Maar het Handvest is niet de enige bron van internationaal recht. Vandaag de dag beschouwen we het als een algemeen aanvaarde regel van internationaal recht, dat geen enkele soevereine staat het recht heeft zijn eigen burgers te terroriseren. De NAVO-acties tegen Joegoslavië bevestigen deze stelling. De internationale gemeenschap zal zich serieus moeten buigen over de verschuiving van de balans tussen het respect voor de nationale soevereiniteit enerzijds en de mensenrechten en fundamentele vrijheden anderzijds. Dit zal geen pro-Westers of anti-Derde Wereld debat zijn. De verschuiving in deze balans brengt onzekerheden met zich mee. Maar de internationale gemeenschap kan het zich niet veroorloven deze ontwikkeling te negeren. Gisteren was het Kosovo, vandaag is het Oost-Timor, en wie weet wat morgen in het verschiet ligt?

De komst van de kennismaatschappij dwingt ons letterlijk tot bezinning. Kritisch luisteren, lezen en leren zijn van het grootste belang. Dat is winst. Tegelijkertijd betekent de informatie-revolutie, dat bestaande ideeën en normen aan verandering onderhevig zijn. Mensen zullen steeds meer van hun overheden eisen. Wij moeten daar verstandig mee omgaan. En dat betekent ook dat we moeten durven nadenken over veranderingen in ons beleidsinstrumentarium. Dat betekent dat we bijvoorbeeld moeten durven nadenken over het Handvest en zijn plaats in het internationaalrecht.

J.J. van Aartsen is minister van Buitenlandse Zaken. Dit is een deel uit de toespraak die hij vanmorgen hield bij de opening van de vijfde Nederlands-Duitse conferentie.