Beeld van bètastudie moet bijgesteld

Techniek is een aparte wereld en die wereld is de mijne niet, lijken veel jongeren te denken en dus kiezen ze een andere studierichting. Om die trend te keren dient onder andere de beeldvorming te worden bijgesteld, vindt W. van Oosterom.

Het advies van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) heeft veel reacties losgemaakt. In de berichtgeving en het commentaar vallen twee zaken op. Zo wordt geconstateerd dat Nederland in de vergelijking met een aantal andere Westerse landen in een middenpositie zit. Daaruit moet echter niet de conclusie getrokken worden dat wij ons minder moeten inspannen. Alle prognoses wijzen erop dat bij ongewijzigd beleid de discrepantie tussen vraag en aanbod van bèta/techniek-opgeleiden steeds groter wordt. Dit kan funeste gevolgen hebben voor onze economie.

Degenen die voorspellen dat wij steeds meer een diensten-economie worden, zien over het hoofd dat ook in dat geval hoogwaardige technische kennis een must is. In veel landen die in een met Nederland vergelijkbare situatie zitten, wordt hard gewerkt om dit probleem aan te pakken. Ook Nederland kan het zich niet permitteren het vraagstuk te relativeren.

Voorts wordt in de berichtgeving over het desbetreffende advies vooral de aandacht gevestigd op het voorstel het aantal opleidingslocaties te halveren. Op zich begrijpelijk, want het is een opvallend voorstel en het maakt ook duidelijk dat onorthodoxe maatregelen onvermijdelijk zijn. Maar daarmee komt het zwaartepunt in de discussie te liggen op de middelenkant en raken de kernvraag en het doel – namelijk jongeren motiveren voor een bèta/techniek-leerweg – op de achtergrond. In het AWT-advies wordt dat verband gelukkig wel gelegd. Maar op basis van onderzoek en verkenningen die Axis, het Nationaal Platform voor het bèta/techniek-vraagstuk, inmiddels heeft laten uitvoeren, is gebleken dat in ieder geval op drie fronten verandering noodzakelijk is.

Ten eerste het op jonge leeftijd doen kennis maken met de wereld van bètatechniek. Alhoewel iedereen, dus ook jongeren, dagelijks profiteert van de technologische ontwikkelingen is de beeldvorming over de wereld daarachter vaak zeer onjuist en deels ook zeer traditioneel. Het basis- en voortgezet onderwijs kan dit absoluut niet alleen veranderen. De interactie met het bedrijfsleven zal daarom veel intenser moeten worden. We kunnen daartoe de communicatiemogelijkheden via nieuwe media als Internet onderzoeken, maar duidelijk is wel dat meer rechtstreeks contact een absolute noodzaak is. Dit kan door de Boonstra's van het bedrijfsleven te mobiliseren om zelf het belang en het interessante van de bèta/techniekwereld over te brengen naar het basis- en voortgezet onderwijs. Axis kent inmiddels een aantal projecten die zeer beloftevol zijn, maar de aanpak op deze manier zou veel grootschaliger moeten zijn.

Ook moeten de opleidingen een betere weerspiegeling zijn van de gevarieerde beroepenwereld. In de vormgeving van het onderwijs is het overheersende beeld nog altijd dat techniek een aparte wereld is. De werkelijkheid is echter dat techniek door alle sectoren heen speelt. Axis heeft voor het HBO laten verkennen of die nieuwe realiteit al voldoende is doorvertaald naar de wereld van de opleidingen. Kern van het advies is dat verschillende beroepenoriëntaties te onderscheiden zijn en dat dit zijn weerslag zou moeten hebben op het onderwijs.

Naast de klassieke oriëntatie op het maken van technische producten en processen zijn er inmiddels veel beroepen met een bredere beroepenoriëntatie waarin de nadruk ligt op de aansturing van processen waarin ook andere dan technische kennis essentieel is en beroepen waarin technische know how wordt doorvertaald naar sectoren die traditioneel als niet-technisch worden beleefd.

Natuurlijk zijn in het onderwijs her en der uitingen van deze ontwikkeling in gang gezet. Maar de adviseurs van het HBO rapport raden aan om in enkele experimenteer-pilots HBO-instellingen de ruimte te bieden dit systematischer uit te werken. Het lijkt de moeite waard deze benadering ook meer integraal te beproeven in het universitaire onderwijs.

Een derde punt: de maatschappelijke waardering van bèta/techniek. Terecht werd in deze krant gewezen op een andere kant van de medaille, namelijk de waardering van bètaberoepen op de arbeidsmarkt, in het bijzonder de salariskant. Uit onderzoek blijkt echter dat andere factoren minstens zo belangrijk zijn voor de maatschappelijke waardering. Bijvoorbeeld zicht op loopbaan-perspectief en mogelijkheden voor flexibel werken. Bij de maatschappelijke waardering hoort ook de rol van de overheid. Weliswaar verstrekt de overheid een wat hoger bekostigingsniveau voor bijvoorbeeld de techniekopleidingen in het HBO, maar het is de vraag of dit verschil een voldoende prikkel is om de risico's van investeren in het aantrekkelijker maken en houden van bèta/techniekopleidingen te overbruggen.

Drs. W. van Oosterom is directeur van Axis.