Tribunaal

De werkelijkheid is kleiner, menselijker. Door de hoge ramen valt het licht stil op de rechterstafel. Vanaf de beklaagdenbank zijn alleen de wolken te zien. Sinds 1960 is de zaal van het Neurenbergse oorlogstribunaal weer gewoon onderdeel van de rechtbank. ,,Niets is meer origineel'', zegt de portier, van wie ik even mag rondkijken. ,,De Amerikanen hebben alles als souvenir meegenomen.'' Alleen de enorme vergadertafel van de rechters is gebleven. ,,Die kon niemand verslepen.''

Ik denk aan Richard von Weizsäcker, die hier in 1948 de verdediging van zijn eigen vader voerde, de topdiplomaat Ernst von Weizsäcker. De Amerikaanse aanklager was toen al vrij slordig: Von Weizsäcker werd wel beschuldigd van het aanzetten tot oorlog in 1939 – hij deed precies het tegendeel – maar met geen woord werd gerept over zijn rol in het Vaticaan, waar hij als Duits gezant de paus overhaalde om passief te blijven. ,,Toen in 1945 de verschrikkelijke waarheid over Auschwitz bekend werd, was hij daarover net zo oprecht ontzet als ik, jonge militair. Hij wist er echt niets van'', vertelde zijn zoon me. Volgens hem was zijn vader alleen blijven zitten om nog iets ten goede te kunnen doen. Toch werd hij veroordeeld tot vijf jaar, maar daarop kwam zoveel buitenlands protest dat de Amerikanen hem direct vrijlieten.

Von Weizsäcker: ,,In het proces tegen mijn vader ging het in wezen om de vraag: was het mogelijk om een misdadig regime te verafschuwen en tegelijk daaraan dienstbaar te zijn om het te kunnen bestrijden? Wat betekende het, erger te voorkomen, terwijl het allerergste gebeurde?''