Serviërs spijbelen van politieschool

Het multi-etnische politiekorps van Kosovo komt eraan. De jonge wetshandhavers hebben een heel eigen visie op mensenrechten. En waar zijn de Serviërs gebleven?

Multi-etnisch zou de nieuwe politiemacht van Kosovo worden. Zesentwintig van de tweehonderd kandidaten voor de nieuwe politieschool waren Serviërs, meldde de OVSE vorige week tevreden. Twaalf procent, een keurige afspiegeling van de bevolking van Kosovo voordat de Serviërs massaal op de vlucht sloegen.

Afgelopen maandag kwamen slechts tien Serviërs hun uniform passen en hun rooster ophalen. Gisteren, tijdens de officiële opening van de school, zat er nog maar één in de zaal. Waar de anderen zijn gebleven? De OVSE heeft geen idee.

De allereerste les op de nieuwe politieschool van Kosovo gaat over mensenrechten. ,,Hebben jullie daar weleens van gehoord?'' vraagt de docent, een politieman uit Noorwegen. De leerlingen knikken. Ze moeten in groepjes bedenken wat volgens hen de belangrijkste mensenrechten zijn bij de opbouw van een democratisch Kosovo.

,,Jij moet het ons maar uitleggen'', zegt een Albanees tegen een jongen die alleen Servisch spreekt. ,,Jij zat toch bij de eenheden van Miloševic ? Jij hebt ervaring.'' De jongen glimlacht onzeker. Hij is geen Serviër, maar een Slavische moslim. Hij noemt zichzelf `Bosnisch' omdat zijn voorouders uit Bosnië komen. Maar ook als moslim hoort hij er niet bij, want hij spreekt de verkeerde taal. Een kwartier lang blijft de Albanese man hem treiteren. De docent loopt langs hun tafeltje. ,,Waarover discussiëren jullie?'' Over de volgorde, zegt de man, waarin zijn collega – hij wijst naar de moslim – de mensenrechten straks aan de klas zal presenteren. Het ene recht is misschien wel belangrijker voor Kosovo dan het andere. ,,Praat maar door, dit gaat goed.''

Op vellen papier schrijven de groepjes welke mensenrechten ze hebben bedacht. Er staat: vrijheid van godsdienst en meningsuiting, het recht je eigen taal te gebruiken. Er staat ook: het recht op nationale symbolen. En het recht op zelfbestuur en onafhankelijkheid als een bevolkingsgroep ergens in de meerderheid is. ,,De minderheden in zo'n gebied'', zegt een Albanees meisje, ,,moeten dat dan accepteren.''

Anderhalve maand was de OVSE, verantwoordelijk voor de nieuwe politieschool, bezig met de voorbereidingen. Zorgvuldig zijn tweehonderd deelnemers uitgezocht voor de eerste cursus van zes weken: Albanezen, Serviërs, een paar Slavische moslims en Turken, een zigeuner. De politiemacht vormt volgens Bernard Kouchner, de VN-vertegenwoordiger in Kosovo, de basis voor een ,,multi-etnisch en democratisch Kosovo''.

Gisteren, op de eerste lesdag, zit er dus nog één Serviër in de klas. Vreselijk vinden ze het, de hoge vertegewoordigers van de OVSE en de VN die naar Vucitrn zijn gekomen voor de feestelijke opening. In hun toespraken komt het woord `multi-etnisch' niet meer voor. Dezelfde middag gaan OVSE-medewerkers, ook de Amerikaanse directeur van de school, op pad om met de afvallers te praten. ,,Als mijn vrienden niet meedoen'', zegt de enige Servische leerling, ,,kom ik ook niet meer.''

De lijst met kandidaten is de afgelopen weken een paar keer gewijzigd omdat het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK bezwaren heeft tegen Serviërs en tegen Albanezen die met Serviërs zouden hebben samengewerkt. Albanese kranten in Kosovo publiceerden hun namen, woonplaatsen en vermeende misdrijven, zonder bewijzen te noemen. De OVSE wilde geen risico nemen en haalde de kandidaten van de lijst. Na zes weken gaat de eerste groep stage lopen bij de VN-politie in Kosovo. In totaal moeten er zo'n drieduizend politie-agenten worden opgeleid.

Het UÇK blijft ontevreden. Het had de selectie zelf willen doen. De opening van de school werd een week uitgesteld, omdat de UÇK-leiding opeens zei dat er te weinig van hun soldaten op de lijst voorkwamen. Een deel van de 115 UCK-soldaten die de OVSE had uitgezocht, zouden geen `echte' zijn. Iedereen kan zich wel UÇK-soldaat noemen. En wat de Serviërs betreft: het UÇK meent dat een deel van hen tot het eind van de NAVO-bombardementen politieman in actieve dienst was.

De laatste Servische aspirant-politieman, Staniša Asanin, vertelt in de pauze wat er volgens hem een dag eerder gebeurde. De tien Serviërs die waren gekomen voor hun uniform, stonden in de rij voor de lunch. Een groepje Albanezen zou naar hen hebben gewezen en de Serviërs raakten in paniek. ,,We hadden afgesproken dat we vanochtend op school zouden overleggen wat we moeten doen. Maar ik was alleen.''

Op het gras naast de kantine zitten Xhemajl Ademaj, professor criminologie op de universiteit van Priština, en Nuredin Ibishi, UÇK-commandant. Ibishi is nu chef van het departement `Openbarde Orde' van de zelfbenoemde regering van UCK-leider Hasim Thaçi. Ze volgen de cursus als vooruitgeschoven post van het UÇK. Ze willen een commandantspost in de nieuwe politiemacht en betrokkheid bij het opstellen van nieuwe wetten voor Kosovo. Maandag hebben ze, zeggen ze, met Servische kandidaten ,,een gesprek'' gehad. Ibishi: ,,We vroegen vriendelijk in het Servisch hoe het met ze ging, waar ze vandaan kwamen, en of ze een misdrijf hadden begaan tegen Albanezen.''

Natuurlijk is het reuze jammer, zegt Ademaj, dat er nu nog maar één Serviër over is. ,,Wij zijn vóór een multi-etnische politie-macht. Maar deze lijst met kandidaten klopte niet.''

Dinsdag, aan het eind van de middag, heeft klas A gymles. De leerlingen staan klaar om op een teken van de Britse sportleraar van de ene kant van de gymzaal naar de andere te rennen. De Albanese leerlingen blijven bij de Serviër uit de buurt. Naast hem staan de enige zigeuner van de groep en een moslim. Staniša Asanin heeft, zegt hij na afloop, de directeur van de school beloofd dat hij tot vrijdag zal blijven. ,,Als er dan niet meer Serviërs zijn, ben ik weg.''