`Prioriteit bij crisisbeheersing'

De PvdA pleit voor hogere uitgaven voor defensie, die voortvloeien uit een andere kijk op de krijgsmacht.

,,Ja, natuurlijk krijgen we kritiek op de afschaffing van het Duits-Nederlandse legerkorps die we voorstellen. Maar we leggen het waarom daarvan uit. De dreiging uit Oost-Europa is verdwenen en de daarop gebaseerde klassieke verdedigingstaak kan daarom geen prioriteit meer zijn.''

Harry van den Bergh, oud-Tweede-Kamerlid ('77-'87) en oud-internationaal secretaris van de PvdA ('75-'79), is even terug van weggeweest aan het Binnenhof. In een gesprek vooraf verdedigt hij de nieuwe, onder zijn leiding geschreven en vandaag gepubliceerde defensienota van de Tweede-Kamerfractie van zijn partij alvast tegen voorspelbare bezwaren uit vele richtingen.

Van den Bergh: ,,Onze prioriteit is de bijdrage aan de internationale crisisbeheersing. We bevelen daarvoor meer parate, flexibele en snel inzetbare bataljons aan en volgen daarin het nieuwe strategisch concept van de NAVO.''

Het Duits-Nederlandse legerkorps is vijf jaar geleden in Münster door premier Kok en de toenmalige Duitse kanselier Kohl geïnstalleerd. Het werd om politieke én militaire redenen belangrijk gevonden. Ook toen al waren de Koude Oorlog en de dreiging van het Warschaupact verleden tijd. Bovendien wordt de geestverwante Duitse minister van Defensie, Scharping (SPD), nu net bedreigd door het snoeimes van zijn collega van Financiën. De vraag ligt voor de hand: Wat zal men in Berlijn denken van deze PvdA-nota?

Van den Bergh, in 1987 uit de Kamer vertrokken na (nooit bewezen) verwijten dat hij met voorkennis in Fokker-aandelen had gehandeld en sinds vorig najaar voorzitter van de defensiecommissie van de PvdA, kent het politieke handwerk nog goed. Wat hem betreft heeft de PvdA de SPD een dienst bewezen: ,,We gaan 19 september met een partijdelegatie in Berlijn praten. In de Duitse situatie wordt het ook onvermijdelijk dit type grote legerkorpsen te heroverwegen. Ze zijn niet betaalbaar meer, en ook niet effectief. Kleinere, parate en flexibele eenheden zijn zowel voor de verdediging als voor crisisbeheersing beter, dat zal Duitsland ook moeten erkennen. En wij zijn natuurlijk bereid met de Duitsers andere samenwerkingsverbanden te bespreken.''

Minister De Grave (Defensie) kwam begin dit jaar in zijn Hoofdlijnennotitie op 9 parate en 13 mobilisabele bataljons uit. De PvdA wil in haar nota naar 18 parate en drie mobilisabele landmachtbataljons (de artillerie-afdelingen niet meegerekend), wat volgens haar 5.000 nieuwe functies zou meebrengen. Is dat gezien de moeizame werving van militiair personeel niet erg ambitieus?

Van den Bergh geeft toe dat hier ,,een risico van ons plan ligt''. Maar door de opheffing van een verbindingsbataljon uit het Duits-Nederlandse korps en minder fregatten bij de marine (van 14 naar 12, waaronder vier kleinere) komen 2.500 militairen vrij. De andere 2.500 moeten worden geworven, waarvoor ,,veel inspanning en denkkracht'' nodig zal zijn.

De politiek moet meer moeite doen om het aanzien van het militaire beroep te verbeteren, zegt hij. Er moet ook een betere betaling komen: ,,We zijn bereid daarvoor geld op tafel te leggen.''

De PvdA-nota bevat ook een nauwelijks verhulde oorlogsverklaring aan de vele krijgsmachtstaven op Defensie in Den Haag. ,,De organisatie moet veranderen, wil het budget goed worden besteed. Nu blijft er nog steeds veel te veel hangen in het gevecht tussen de krijgsmachtdelen. Die zijn altijd bedacht op autonomie en consolidering van het eigen budget. De uiteindelijke verdeling geschiedt dan altijd min of meer per consensus tussen landmacht, luchtmacht en marine volgens de vaste verdeelsleutel 2-1-1. Daar willen we van af. Want als de huidige organisatie niet verandert, blijft het onmogelijk om de krijgsmacht echt anders aan te sturen of om te vormen.''

De organisatie van de top is een oud probleem op Defensie. Ooit was er een verticale structuur (met eigen staatssecretarissen voor marine, land- en luchtmacht), later werd die — in de jaren zeventig — `gehorizontaliseerd' (met meer integratie van beleid) en nog later werd met mengvormen gewerkt.

Wat wil de PvdA nu? ,,We willen de chef defensiestaf totale operationele verantwoordelijkheid voor de hele krijgsmacht geven. Voor dat doel krijgt hij een operationeel hoofdkwartier met medewerkers uit alle krijgsmachtdelen. En de beleidsplanning moet bij de krijgsmachtdelen verdwijnen en gecentraliseerd worden bij een nieuwe man, de corporate planner.''

Vorige week brak de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) de staf over De Graves Hoofdlijnenotitie. Het defensiebudget zou niet toereikend zijn om het geldende takenpakket uit te voeren. Een VVD-commissie was de AIV eerder al voorgegaan met soortgelijke kritiek. Nu zorgt de PvdA-fractie met haar nota in zoverre voor een nieuwigheid dat zij niet pleit voor bezuinigingen op Defensie. Een paar maanden geleden zeiden PvdA-premier Kok en fractieleider Melkert dat er gezien de lessen van de Kosovo-crisis en het streven van de Europese Unie naar een sterkere Europese defensie-identiteit voorlopig maar niet verder op Defensie moest worden gekort. Beleeft Nederland na jaren bezuinigen een omslag in het defensiedebat?

Van den Bergh: ,,Ja, je kunt langdurig bezuinigen en je dan na verloop van tijd afvragen of je ambities nog binnen je budget passen. Maar zo hebben wij nu niet gewerkt. Wij hebben eerst onze politieke ambities geformuleerd. Dus: een verschuiving in de richting van omgevormde grondstrijdkrachten. Daarna hebben we pas gekeken welk budget daarbij nodig is. Of het net andersom is gegaan in de verkiezingsprogramma's van PvdA en D66 en in het regeerakkoord en of we daarom nu al die discussies achteraf hebben? Dat is uw conclusie, daar laat ik me niet over uit.''