Portillo dingt naar Tory-zetel overleden Clark

Alan Clark, de meest flamboyante en minst politiek correcte Britse Tory-parlementariër, is gisteren op 71-jarige leeftijd overleden. Clark was in juni aan een hersentumor geopereerd. Vriend en vijand betreuren vandaag de dood van een hilarisch-pedante dwarsligger. Hij was drie keer staatssecretaris onder Margaret Thatcher, maar zal bekend blijven om zijn openhartige dagboeken over de politiek en zijn onstuimige buitenechtelijke liefdesleven.

De tussentijdse verkiezingen om Clarks vrijgevallen zetel voor het Londense kiesdistrict `Kensington and Chelsea' kunnen leiden tot de terugkeer van Michael Portillo in het Lagerhuis. Portillo, die zijn eigen zetel in 1997 kwijtraakte maar populair is in de rechter partijflank, zou dan het omstreden leiderschap van William Hague kunnen betwisten.

Alan Clark werd in 1928 geboren als zoon van de beroemde kunsthistoricus Sir Kenneth Clark, doorliep Eton en Oxford, was enige tijd jurist en maakte naam als militair historicus. Barbarossa, een studie uit 1965 over het Oostfront in de Tweede Wereldoorlog, is een standaardwerk. In The Donkeys (1961) doorbrak hij een taboe door de dood van veel Britse soldaten in de Eerste Wereldoorlog te wijten aan een ,,incompetente officiersklasse''. In legerkringen werd hij sindsdien gehaat en dat was wederzijds. Als staatssecretaris van Defensie, begin jaren '90, schepte hij er een satanisch genoegen in de mannen in goudgalons op hun nummer te zetten. Minister werd hij niet. ,,Je kunt Alan toch niet met een kernbom vertrouwen?'', zou Thatcher binnenskamer hebben gezegd.

De bloemlezers hadden het vannacht gemakkelijk. Hij noemde koningin Elizabeth ,,O.K.'' en prinses Diana ,,een godin'', maar de rest van het koningshuis ,,zo verschrikkelijk dat het een heel werk is om hun vulgariteit te beschrijven''. Tegen de in smoking geklede Sir Geoffrey Howe, vice-premier van Margaret Thatcher, zei Clark in haar bijzijn: ,,Ga eens drie Bucks Fizzes halen en hou het wisselgeld maar.'' En toen hij met zijn Porsche in de stad 150 had gereden vroeg de rechter of hij de achtervolgende politieauto's niet had gezien ,,Jawel'', zei Clark, ,,maar ik dacht dat ze mijn escorte waren.''

Het is niet moeilijk om de multimiljonair met zijn kasteel in Kent en Schotland en zijn aardappel in de keel neer te zetten als een upperclass twit. In praktijk was hij minder makkelijk classificeerbaar. Hij was vóór de doodstraf maar een vegetariër en tegen de vossenjacht. Hij onderhield een reeks affaires – de beroemdste was met een vrouw en haar twee dochters, die hij `mijn heksenkring' noemde – en gaf daarna ruiterlijk toe dat hij daarvoor ,,de zweep'' verdiende, terwijl zijn huwelijk met de veertien jaar jongere Jane steeds standhield. Hij schoot zich politiek meer dan eens in de voet, bijvoorbeeld door Afrika `bongo bongo-land' te noemen en, serieuzer, door zijn betrokkenheid bij de illegale export van militair materieel naar Irak. Maar zijn charme, zelfkritiek en ontwapenend gevoel voor humor redden hem steeds. In 1992 trad hij terug als parlementslid om in 1997 een stormachtige retour te maken. Voor het laatst deed hij van zich spreken tijdens de NAVO-operatie in Kosovo, die hij ondoordacht noemde.

,,Hij was uniek'', zei premier Blair over Clark. ,,Het is een stuk saaier zonder hem'', zei oud-premier Thatcher. Clark bleef his own man tot in de dood. Volgens zijn wens werd zijn dood pas bekend gemaakt toen de begrafenis al achter de rug was. ,,Alan stelde er prijs op te laten weten dat hij nu bij Tom en de andere honden is'', aldus een door zijn familie uitgegeven verklaring.