Parken geuren naar gebraden kip en kebab

Deze zomer vierden veel Turkse en Marokkaanse gezinnen hun vakantie naast de deur: in het park. Daar is ruimte om met familie en vrienden te verkeren.

Rechts van de jachthaven, boven het kunstmatige strandje van de Kralingse Plas, hangt een blauwe waas boven de bomen. De rook van vele barbecues is van verre te zien. Als de wind gunstig staat, ruikt het in Kralingen naar gebraden kip en kebab.

Aan veel Turkse en Marokkaanse gezinnen zijn de afgelopen zomer de files op de Route du Soleil en de lange rijen wachtenden op Schiphol voorbijgegaan. Meestal gaan zij eens in de paar jaar voor langere tijd terug naar hun geboorteland of dat van hun ouders en blijven ze de overige zomers in Nederland. Maar thuisblijven betekent niet dat ze geen vakantie vieren. De afgelopen zomer stroomden op de vele warme dagen de parken vol met grote families. Ze hebben geen boterhammen in folie bij zich, maar plastic tassen en koelboxen vol lekkernijen en natuurlijk een flinke barbecue.

Stadsparken zijn populair onder allochtonen, met name bij Turken en Marokkanen, zegt dr. Margit Jókövi van het DLO-Staring Centrum waar zij onderzoek doet naar de vrijetijdsbesteding van allochtonen. Van de Turken en Marokkanen bezoekt 85 procent regelmatig een stadspark tegenover 70 procent van de autochtonen met eenzelfde sociaal-economische achtergrond, zegt Jókövi. ,,Dat heeft te maken met de familiecultuur. Nederlanders gaan alleen, met z'n tweeën of met de kinderen naar het park, Turken en Marokkanen gaan met de hele familie, en de buren zijn óók welkom.''

Aan de Kralingse Plas poedelen Turkse en Marokkaanse kinderen in het water. Studente Esther Versnel houdt als strandwacht een oogje in het zeil. Direct achter de strandwacht hebben drie Koerdische gezinnen twee kleden uitgespreid. Op het ene kleed zitten de vrouwen. Op het andere kleed hurken de mannen. Ameera Golly komt uit Irak. Bagdad heeft prachtige parken, vertelt ze dromerig: El Zaora, Abu Noas, Medinet el Eraab. Elke avond, als de hitte door de muren trekt, ontvluchten mensen hun huis om onder de bomen te wandelen en te eten.

Drie jaar geleden kwam Ameera als asielzoeker naar Nederland. Inmiddels heeft ze haar verblijfsvergunning op zak en is ze getrouwd met Mohammed, die grijnzend naast haar zit. Mohammed komt ook uit Irak, maar woonde lange tijd in Syrië. ,,Daar had ik alles. Een garagebedrijf, helemaal van mij. Een huis met een groot stuk grond.'' Maar waarom is hij dan naar Nederland gekomen? ,,In Syrië had ik als Koerd geen paspoort, geen adres en geen rechten. Ik bestond eigenlijk niet.''

Ook in het Amsterdamse Flevopark is de geur van geroosterd vlees van verre te ruiken. Aan de ene kant van de vijver is een groot voetbalveld. Aan de andere kant een picknickweide. De Turkse neven Murat (21) en Yussuf (32) liggen uitgestrekt in het gras in de schaduw van een grote kastanje en knabbelen op zonnebloempitten. Op een plaid zitten Mumine (43) en Ummuhani (32), ondanks de warmte gekleed in lange, donkere, gebloemde rok, panty, blouse en hoofddoek. Ali (6) rent een teletubbie-bal achterna.

,,We komen hier vaak'', zegt Murat. ,,We hebben een kleine bovenwoning. Met balkon, maar dat is veel te klein. Het park is naast de deur. Bovendien is dit veel leuker voor de kinderen.'' Maar het heeft ook wel met traditie te maken, beaamt hij. In Karaman (Zuid-Turkije), waar de hele familie vandaan komt, speelde het leven zich ook buiten af. ,,Nederlanders houden er niet van om met de hele familie te picknicken'', zegt Yussuf. ,,Voordat ze met agenda's erbij tot een afspraak zijn gekomen, is het mooie weer alweer voorbij.''

De vrouwen snijden peterselie fijn die ze daarna in een plastic teil door een kilo schapengehakt kneden. Als Ramazan (13), Mohammed (12) en Yahya (11) aankomen, uitgehongerd van het zwemmen in het parkbad, kunnen ze meteen hun tanden zetten in stukken Turks brood met daartussen vers geroosterd schapenvlees.

De familie gaat eens in de twee of drie jaar voor vakantie naar Turkije. Vaker is te duur. Ze zijn vorig jaar geweest, dus blijven ze nu in Nederland. Ongeveer de helft van de familie woont in Turkije en de andere helft hier, legt Mohammed uit. Hij is het liefst in Nederland. Mij te warm in Turkije, puft hij. ,,Maar mijn vader wil terug, later.'' Waarom is hij ruim twee jaar geleden naar Nederland gekomen, met zijn moeder en zijn broer Murat? ,,Het geld, hè'', zegt hij wijs. ,,In Turkije zijn veel mensen arm. Kinderen van mijn leeftijd zoeken op de markt naar rot fruit. En eten het dan op.'' Hij trekt een vies gezicht.

Aan de rand van de Kralingse Plas in Rotterdam rollen de Koerdische broers Kemal en Calag met een apparaatje sigaretten. Kemal en Calag komen uit Turkije, uit zuidoost-Anatolië. Hun achternaam mag niet in de krant. ,,Dat geeft problemen met de Turkse ambassade.'' Eind jaren tachtig trok Kemal met de PKK de bergen in. Drie jaar vocht hij tegen het Turkse leger. Nu woont hij al negen jaar met zijn vrouw en drie kinderen in Nederland en werkt als postbode.

Ameera en Mohammed wonen in Den Haag, Kemal en Rewwsen wonen in Voorburg. Calag komt uit Leidschendam, maar woonde daarvoor vijf jaar in Hoogvliet. Sindsdien komen de gezinnen iedere zomer naar Kralingen. ,,Nergens is het zo mooi als hier'', zegt Kemals dochter Suzan terwijl de thee wordt ingeschonken. Suzan zit in Havo 4, maar wil straks naar het VWO en de universiteit, om kinderarts te worden. ,,Ik hou van leren.''

Als de thee is rondgegaan, wil Rewwsen iets zeggen, maar vindt niet de juiste Nederlandse woorden. Suzan vertaalt: ,,Je mag zo lang blijven als je wil.''