Mike Myers

In de reeks profielen van sterren deze week de Canadese komiek Mike Myers, die het succes van zijn party animal in de twee Wayne's World-films overtreft met de serie over jaren zestig-swinger Austin Powers.

Met het psychologisch duiden van acteurslevens moet je oppassen. Tom Cruise werd geen getapte jongen omdat hij leed aan dyslexie, Bruce Willis loopt niet in spierbonkshirts omdat zijn vader lasser was, en Mel Gibson speelt geen explosieve wrekers omdat hij gek wordt van zijn harmonieuze huwelijksleven. Maar in het geval van Mike Myers ligt dat anders. Zoals hij zelf te pas en te onpas rondbazuint, was het de persoonlijkheid van zijn vader die hem tot komiek kneedde. De in Liverpool getogen Myers Sr., die in Canada een bestaan als encyclopedieverkoper opbouwde, doordrong zijn kinderen van Britse humor en liet ze tot 's avonds laat naar films met Peter Sellers en series als Monty Python kijken. Het resultaat was zoon Mike, of liever diens alter ego Austin Powers: een geheim agent in de traditie van James Bond die zich beweegt in Swinging London en in hilarische uitstraling niet onderdoet voor Inspecteur Clouseau.

,,Mijn leven is een open boek – maar erg boeiend is het niet,'' pleegt Mike Myers (Scarborough, Ontario, 25 mei 1963) te zeggen. En om bij die beeldspraak te blijven: als de ene kaft de Engelse komedie is, dan is de andere Saturday Night Live, de Amerikaanse televisieshow die in de afgelopen decennia al zo veel komieken voor het grotere werk klaarstoomde. Vanaf zijn tiende jaar, toen hij samen met de latere SNL-ster Gilda Radner in een reclamefilmpje speelde, droomde Myers van een carrière als komiek bij de televisie. In 1989 trad hij toe tot de vaste ploeg van SNL: vijf seizoenen lang speelde hij Wayne, een van feesten bezeten jongen met een voorliefde voor `babes' en campy muziek. De succesvolle wekelijkse sketches leidden tot twee Wayne's World-films, die zich kenmerkten door een mix van flauwe en goede (running) gags en het slimme hergebruik van pophits van onder meer Queen en The Village People.

Het was de dood van zijn vader, in 1991, die er volgens Myers voor zorgde dat hij niet bleef hangen in zijn Party Boy persona. Als `eerbetoon' aan zijn vader maakte Myers –die steevast met onbekende regisseurs werkt– een paar jaar later Austin Powers: International Man of Mystery, een film die alleen al opzien baarde omdat hij in de videowinkels even veel opbracht (meer dan 100 miljoen gulden) als eerder in de bioscopen. Na AP 1 kwam AP 2: The Spy Who Shagged Me, en nu, drie maanden na de Amerikaanse première, zullen er maar weinig film- en televisiekijkers zijn die de door seks en onderbroekenlol geobsedeerde geheim agent met de zware bril en het slechte gebit niet kennen. Al was het alleen maar via de videoclip van het soundtrackliedje `Beautiful Stranger', waarin Austin (`groovy baby') ervan droomt verleid te worden door de spionne Madonna.

Drie dragende rollen speelt Mike Myers in AP 2. Het is het soort komische overexposure waar zijn grote voorbeeld Peter Sellers ook goed in was. Of Myers over 30 jaar inderdaad gezien wordt als de Sellers van de millenniumwisseling, hangt af van de regisseurs waar hij in de toekomst mee gaat werken. Zonder Stanley Kubrick, Blake Edwards en Hal Ashby zouden we Peter Sellers waarschijnlijk al vergeten zijn.