Kleinkunstfestival in Kleine Komedie

Met het optreden van twee zangsolisten, een cabaretgroep en twee cabaretduo's is gisteravond in de Kleine Komedie in Amsterdam het festival De Kleinkunstcarrousel begonnen, waarmee het theater deze maand de laatste verbouwingen aan het toneel overbrugt. De reeks van 22 avonden, waar in totaal 78 vaste bespelers van de Kleine Komedie verschijnen tegen betaling van een onkostenvergoeding, brengt ruim een ton op voor het verbouwingsfonds.

De bouw van een nieuw toneelhuis, twee meter hoger dan het huidige, en een elektronische trekkenwand vergt circa 1,5 miljoen gulden, bijeengebracht door sponsors, donateurs en een lening van de gemeente Amsterdam. Omdat het toneel nog tot eind deze maand niet kan worden gebruikt, vroeg de Kleine Komedie elk van zijn bespelers – voornamelijk uit de sectoren kleinkunst en lichte muziek – een optreden van twintig minuten vóór het brandscherm te verzorgen. Per avond treden vijf à zes solisten, duo's of groepen op. Wie dat zijn, wordt vantevoren niet aangekondigd.

Gisteravond werd het programma geopend door de `cabarock' van Arthur Umbgrove, gevolgd door de zangeres Fréderique Spigt en het cabaret-ensemble Crème Fraîche met fragmenten uit een nieuw programma dat pas in december in première gaat. Na de pauze traden de in slome typetjes gespecialiseerde Plien & Bianca aan, eveneens met nummers uit hun komende voorstelling, en het geroutineerde duo Lebbis & Jansen dat als enige een paar aangepaste grappen maakte over de verbouwing.

Volgens directeur Joost Nuissl, die zelf als presentator optreedt, is elke avond op vergelijkbare wijze samengesteld, met vaste elementen als een beginnende act, een muzikaal optreden en een gevestigde attractie. Tot die laatste categorie behoren Acda & de Munnik, Brigitte Kaandorp, Bert Visscher, Hans Teeuwen, Kees van Kooten, de groep Niet Uit Het Raam, Theo Maassen en Youp van 't Hek, die in 1988 de gangmaker was van een actie om de Kleine Komedie als uniek kleinkunstpodium te behouden. De gemeente Amsterdam was toen van plan de subsidie voor het theater in te trekken en het pand in gebruik te geven van de discotheek iT.

Sindsdien is ruimschoots bewezen dat het uit 1786 daterende schouwburgje – het oudste van de stad – een functie heeft. De gemiddelde zaalbezetting bedraagt 83 procent, zodat het theater circa tweederde van de exploitatiekosten zelf kan dragen, en de voorstellingen trekken overwegend een jong publiek. Ook voor het festival is de kaartverkoop volgens Nuissl `goed op gang'.

Festival De Kleinkunstcarroussel in de Kleine Komedie, Amsterdam, t/m 1/10. Inl. (020) 624 05 34.