In de verte stijgt een rookpluim op: Dili brandt

Wat er in Oost-Timor precies gebeurt, weet niemand. De meeste journalisten zijn weggejaagd. Betrouwbaarheid van ooggetuigen is beperkt.

De Oost-Timorese hoofdstad Dili is een spookstad. Journalisten die gisteren een laatste tocht door Dili maakten voordat ze per vliegtuig naar veiliger oorden vertrokken, zagen nergens burgers, alleen Indonesische militairen en pro-Indonesische milities, gewapend met machinegeweren en machettes. Winkels waren gebarricadeerd of met luiken gesloten. Met enige regelmaat klonk geweervuur. In de verte stegen pluimen rook van brandende gebouwen op.

Van de 500 journalisten die de laatste weken vanuit Oost-Timor de politieke verwikkelingen versloegen, zijn er geen twintig meer over. Het overgrote deel is gevlucht voor geweld en intimidatie. De laatste dagen was hun actieradius toch al beperkt tot het VN-hoofdkwartier in Dili waar ze samen met ruim 2.000 andere vluchtelingen een veilig heenkomen hadden gevonden. Nadat de beschietingen van het kantoor maandag en dinsdag toenamen, liet de VN-leiding hen gisteren weten dat hun veiligheid niet langer kon worden gegarandeerd.

Dat er in Oost-Timor nog maar weinig journalisten over zijn, en dat die blijvers zich niet vrij kunnen bewegen, maakt ooggetuigeverslagen schaars en onbetrouwbaar. Zekerheid is er alleen over de angst en wanhoop in het VN-hoofdkwartier die de afgelopen dagen een belegerde veste is geworden. Vluchtelingen slapen er in de open lucht, op de grond of op geïmproviseerde bedden. Op ovens, gemaakt van twijgen en conserven, worden karige maaltijden bereid. Het VN-centrum heeft nog maar water en voesel voor twee tot drie dagen.

De fotograaf Steve Tickner werd gisteren vlak voor zijn vertrek beschoten, toen hij zich voor een raam van het VN-hoofdkantoor waagde. Drie kogels van zwaar kaliber sloegen in vlak onder het raam. Even tevoren hoorde de fotograaf vlakbij het gebouw een aantal zware explosies. Militia-leden zouden het in brand steken van huizen moe zijn geworden en zijn overgegaan tot het opblazen van gebouwen.

Burgers die pas gisteren in het hoofdkwartier arriveerden, zeiden dat de hele binnenstad van Dili is platgebrand. Ze vertelden over militia-leden die ze over straat hadden zien lopen, met over hun schouder een zak vol buit. Ook uit andere delen van Oost-Timor _ Balide, Santa Cruz en Audian _ worden brandstichtingen en plunderingen gerapporteerd.

Andere ooggetuigen meldden dat Oost-Timor systematisch wordt ontvolkt. Ze meldden dat de kades in de haven van Dili vol stonden met vluchtelingen, die daar onder dwang per vrachtwagen door Indonesische militairen naartoe waren gebracht. In de haven zou het een komen en gaan zijn van schepen, die de vluchtelingen naar verre oorden moeten brengen, zoals Irian Jaya, Surabayo en Ambon. ,,Er stonden al duizenden mensen te wachten, terwijl steeds nieuwe groepen arriveerden'', vertelde een ooggetuige. ,,Ze werden voortgedreven door Indonesische militairen die over hun hoofden schoten. Mensen die niet opschoten, kregen een klap met de kolf van een geweer.''

Nog eens duizenden vluchtelingen zouden per truck worden gedeporteerd naar Oost-Timor. Volgens één van de vluchtelingen zitten de wegen naar de grens verstopt. Hij zei dat de konvooien voornamelijk bestaan uit vrouwen en kinderen, en dat onduidelijk is waar de mannen gebleven zijn.