Hogere ambachtschool

OP STRAAT EN COLLEGE zijn ze niet meer te onderscheiden. De studenten en docenten op universiteit en hogeschool lijken op elkaar. Zelfs het taalgebruik is naar elkaar toegegroeid. Ging je vroeger naar `college', tegenwoordig ga je naar een `les'. Deze informele werkelijkheid wordt nu formele realiteit. De grens tussen wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs mag van minister Hermans doorbroken worden. Eergisteren heeft hij bij de opening van het academisch jaar aangekondigd dat het verbod op samengaan van WO en HBO zal worden opgeheven.

De bewindsman geeft hiermee van boven gehoor aan stemmen die onderop al langer klinken. De eerste instellingen die hiervan gebruik zullen maken, zijn de Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam. Binnen twee jaar willen UvA en HvA fuseren. Volgens bestuursvoorzitter Noorda van de UvA liggen louter voordelen in het verschiet. Studenten die zich een beroep eigen willen maken, hoeven geen wetenschappelijke pretenties meer te veinzen. Omgekeerd kunnen de praktijkmensen eindelijk ruiken aan de klassieke academische cultuur. En het is ook nog eens goedkoper. Wie een verkeerde studie heeft gekozen, kan zich soepeler herstellen. Bovendien kunnen de bestuurlijke kosten doelmatiger worden aangewend.

Op het oog zijn daar weinig spelden tussen te krijgen. Wat heeft het voor zin een ontwikkeling te blokkeren die onvermijdelijk doordendert? De Alma Mater bestaat nu eenmaal niet meer, sinds de universiteit medio jaren zestig werd overspoeld door studenten uit brede lagen van de bevolking. De academie is daardoor een opleidingsfabriek geworden die weliswaar minder romantisch is dan vroeger, maar ondertussen wel levert waar de samenleving om vraagt: hoog gekwalificeerde burgers. Het huidige systeem is echter niet gedifferentieerd genoeg voor de nieuwe maatschappelijke noden. Niet alle juristen en artsen hoeven hetzelfde te kunnen. Internationale advocatenkantoren en academische ziekenhuizen stellen nu eenmaal andere eisen dan bijvoorbeeld kleine bedrijven en Arbo-diensten. Een Angelsaksisch model, waarin toegepaste beroepsopleiding het hoofdgerecht vormt en vrijere wetenschappelijke vorming het toetje, is dus een logische afronding.

MAAR ZO SIMPEL is het toch niet. Er zijn ten minste drie fundamentele kanttekeningen te maken bij een integratie van HBO en WO.

Ten eerste kan ze het toch al wankele wetenschappelijke curriculum van de meeste universiteiten verder ondermijnen. Dat is niet zonder risico. Kennis is niet altijd te koop, zeker niet in een samenleving waar fundamenteel onderzoek meer en meer de basis is voor economische ontwikkeling zonder dat het rendement van tevoren vaststaat.

Ten tweede zal integratie uitstralen naar het voortgezet onderwijs. Als HBO en WO in den beginne vergelijkbaar zijn, is er ook geen reden meer voor gescheiden HAVO en VWO. De basisvorming kan dan zes jaar gaan duren. Met alle mogelijke gevolgen voor de kwaliteit van dien, zoals een serieus onderzoek naar de negatieve resultaten van de driejarige basisvorming vorige week al heeft geopenbaard.

Ten derde heeft een eventuele fusiegolf effect op het merendeels openbare karakter van het hoger en wetenschappelijk onderwijs in Nederland. Als het basisniveau van HBO en WO convergeren, zullen er aan de top particuliere initiatieven genomen worden om in de ontstane lacunes te voorzien. Op zichzelf hoeft dat geen principieel bezwaar te zijn, ware het niet dat Nederland tot nu toe amper ervaring heeft met elite-onderwijs en je er de klok op gelijk kunt zetten dat de introductie daarvan vooral onder de dragende middenklasse tot ongelukken zal leiden.

GELUKKIG HEEFT minister Hermans zijn toestemming maandag aan een nadrukkelijke voorwaarde verbonden. Het niveau van het WO mag `op geen enkele wijze' de dupe worden van fusies. De minister mag het niet laten bij deze woorden. Hermans doet er goed aan zijn zachte realiteitszin te paren aan harde inspectie. Doet hij dat niet, dan zou over tien jaar wel eens kunnen blijken dat zijn beleid wederom is ingehaald door een nieuwe werkelijkheid op een lager peil. `Alma Mater' mag dan een ouderwets woord zijn, serieuze academische vorming is en blijft een moderne noodzaak.