Handwerk

Volkssport nummer één is hockey allang niet meer in Pakistan, waar cricket de sport met bal en stick langzaam maar zeker voorbij is gestreefd. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de prestaties van de nationale ploeg, eens een grootmacht maar de laatste jaren veroordeeld tot de internationale middenmoot, net als aartsrivaal India overigens. Nederland heerst op het kunstgras, Pakistan moet het hebben van incidentele succesjes.

Niettemin geldt het Aziatische land nog altijd als de bakermat van het hockey. Al was het maar omdat daar, in het onherbergzame noordoosten van het land, verreweg het belangrijkste onderdeel van de sport wordt gemaakt: de stick, het onmisbare slagwapen van de hockeyer.

Grays is een van de fabrikanten – Dita, Malik en TK zijn de andere bespelers van de hockeystickmarkt – die in Sialkot zijn productiebasis heeft. De keuze voor Pakistan is enerzijds ingegeven door de lage loonkosten, anderzijds het gevolg van de nabijheid van het natuurlijke basisproduct van de stick, het harde maar buigzame hout van de moerbeiboom.

Bijna acht maanden ligt het hout te drogen op de binnenplaats van de Grays-fabriek in Sialkot (foto 1). Aan de hand van de kleur wordt bepaald wanneer het materiaal hard genoeg is om in productie te nemen. Op ambachtelijke wijze brengt een handwerker vervolgens een krul aan in het hout (foto 2). De punt hoeft daarna nog slechts bijgevijld te worden.

De volgende stap is het aanbrengen van een wig (foto 3) waarna de greep van de stick erin gelijmd wordt (foto 4). Alle sticks zijn op het eerste gezicht hetzelfde, maar schijn bedriegt. Hout heeft één nadeel, een niet onbelangrijke: zelden of nooit is sprake van gelijkwaardig materiaal, waardoor de kwaliteit van de sticks onderling sterk kan verschillen.

Een expert bepaalt aan de hand van de maten en de verhoudingen welke sticks het predikaat `goedkoop' of `duur' krijgen. De `goedkope' exemplaren zijn bestemd voor de binnenlandse markt, de `dure' krijgen het exportlabel en worden verscheept naar elders. Na het aanbrengen van het lint (foto 5) zijn de sticks speelklaar.

De productie van houten sticks staat onder druk. Begin jaren negentig verscheen de eerste volledig van kunststof gemaakte stick op de markt, de composite-stick geheten. Grootste voordeel van het nieuwe slagwapen, bestaande uit glasfiber, cevlar, graphite en polyester: harder slaan (tegen de 160 kilometer per uur) en minder slijtage. Vooral dat laatste was een enorme verbetering, want kunstgras, zandingestrooid kunstgras (ongeveer 90 procent van de Nederlandse hockeyvelden) in het bijzonder, werkt als schuurpapier op de houten krul.

De vinding leek de doodsteek voor de Aziatische stickproductie. Uit vrees voor het verlies aan arbeidsplaatsen, en bijbehorende grootschalige sociale onrust, drongen India en Pakistan bij de internationale hockeyfederatie (FIH) aan op een verbod van de composite-stick. De bond koos voor een compromis: het hield vast aan de regel die bepaalt dat het zwakste punt van de stick – de krul – van hout moet zijn.

Die regel geldt tegenwoordig nog steeds, al stappen de laatste jaren steeds meer (top)spelers over op een kunststoffen stick. Van de huidige Nederlandse selectie, momenteel actief bij het Europees kampioenschap in Padova, geven drie spelers de voorkeur aan een kunststof stick, Jacques Brinkman, Piet-Hein Geeris en Remco van Wijk. Omdat het voor FIH-officials nauwelijks na te gaan is in hoeverre de krullen verstevigd zijn met kunststof materialen, wordt het gesjoemel oogluikend toegestaan.