Gevecht rond lek Haagse tramtunnel in impasse

Een professionele bemiddelaar met Stopera-ervaring moet de financiële en juridische problemen rond de Haagse tramtunnel helpen oplossen.

Sinds de Tramtunnel in het voorjaar van 1998 lek sloeg is de gemeente Den Haag eigenlijk nog maar met één ding bezig: hoe worden de kosten zoveel mogelijk beperkt. De stad is nog maar net door het rijk verlost van haar artikel-12-status en kan een nieuwe dreigende miljoenenstrop onmogelijk gebruiken. De zoektocht naar een oplossing om de tunnel op een betaalbare manier af te bouwen duurt echter zolang dat de kosten alleen maar verder dreigen op te lopen.

Om de inmiddels gegroeide impasse tussen aannemer, de ontwerper, de gemeente en de verzekeraars te doorbreken werd in juni van dit jaar Toornend & partners IPO BV in Haarlem in de arm genomen. Dit bureau moet de aannemers, de ontwerper en de gemeente helpen alsnog een oplossing te vinden. Het bureau maakte eerder naam bij het oplossen van gerezen financiële problemen bij de Amsterdamse Stopera. Onder leiding van het bureau zijn de laatste maanden gesprekken gevoerd met alle betrokken partijen. De Haagse gemeenteraad is in de zomer vertrouwelijk door wethouder Meijer (Verkeer) over de bemiddeling van Toornend geïnformeerd. Inmiddels zijn de meeste partijen het er over eens dat het oorspronkelijke tunnelontwerp onvoldoende deugdelijk is om het project zonder aanvullende maatregelen af te kunnen ronden. In de afgelopen jaar zijn meerdere technisch haalbare oplossingen onderzocht en gepresenteerd, maar bij nadere uitwerking bleken de kosten te hoog.

Onder de tunnelbak zijn zogenoemde groutbogen aangelegd die een waterremmende functie hebben en moeten zorgen voor de draagkracht van het bouwwerk. In een groutboog onder de Kalvermarkt ontstond in het voorjaar van 1998 een dusdanig lek dat acuut instortingsgevaar dreigde. Sindsdien is de tunnelbak op dat gedeelte vol gestort met water en staat het werk op grote delen stil.

Voor aanvang van de bouw hadden verschillende partijen al hun bedenkingen geuit bij het door Sat Engineering ontworpen project. De verzekeraars lieten Den Haag de bevindingen van hun ingenieurs weten. ,,Een niet al te gelukkige constructie'' waarmee ,,geen of nagenoeg geen ervaring'' mee was opgedaan. ,,Bij een relatief kleine lekkage ontstaat al snel welvorming die dan niet meer of moeilijk zal zijn te stoppen en dit kan uiteindelijk leiden tot ernstige instabiliteit van de bouwput'', stelden de verzekeraars in een brief van 29 juni 1995.

Naast de verzekeraars plaatsten ook de aannemers, verenigd in TramKom, vooraf hun kanttekeningen over het gebruik van de zogenoemde groutbogen, zo blijkt uit een brief van wethouder Meijer op 12 juni 1998 aan de gemeenteraad. ,,Tevens spreken de aannemerscombinaties hun zorg uit over de draagkracht van de groutboog, daar waar deze volgens het bestek in veeninsluitingen wordt aangebracht'', aldus de aannemers. Vervolgens werd in het bestek opgenomen dat de verantwoordelijkheid voor de draagkracht van de boog niet bij de aannemers zou komen te liggen.

Wie uiteindelijk de verantwoordelijkheid draagt voor het lek en de schade in de tunnel is onderwerp van een juridische strijd tussen de verschillende partijen. Zolang daar geen uitsluitsel over is blijft onduidelijk wie zal moeten opdraaien voor de waarschijnlijk enkele tientallen miljoenen guldens extra die nodig zijn om de tunnel af te bouwen. De gemeente liet vandaag bij de presentatie van haar begroting wel weten voor de zekerheid nu al wel extra geld naar de algemene reserve te schuiven om eventuele schadeclaims op te vangen.

Ir. E. Horvat, tot de zomer vorig jaar adviseur van de gemeente en hoogleraar ondergronds bouwen aan de technische universiteit in Delft, liet vorig jaar in deze krant al zeer kritisch uit over ,,de slechte voorbereidingen en halfhartige beslissingen'' van de gemeente Den Haag.

Horvat laat nu weten nog volledig achter zijn uitspraken van vorig jaar te staan. Horvat noemde het ,,een blunder van de eerste orde'' dat Den Haag niet goed was voorbereid op lekken. ,,De gekozen bouwmethode maakt de kans op lekken nu eenmaal mogelijk'', aldus Horvat. Maar met name vindt de hoogleraar het niet acceptabel dat het zoeken naar een oplossing geen prioriteit kreeg. Horvat: ,,Vier partijen (de ontwerper, de aannemer, het rijk als subsidieverstrekker, de gemeente als opdrachtgever) spelen een rol in het project en lopen het gevaar dat ze moeten opdraaien voor de aanzienlijke financiële gevolgen. Bevreesd voor een nieuwe financiële strop loopt de gemeente Den Haag intussen op eieren.''

Hoe langer wordt gewacht, hoe groter de tegenvaller, zeggen ingewijden. Vraag is hoe Toornend dat probleem te lijf zal gaan.