FNV: overblijven moet professioneler

Het overblijven op school moet professioneler worden aangepakt. Er moet gekwalificeerd personeel komen dat kinderen die tussen de middag op school blijven, opvangt. De ruimtes waarin dat gebeurt moeten aan wettelijk omschreven eisen voldoen.

Dat stellen de FNV, de Vrouwen Alliantie en het Netwerk Schoolkinderopvang in een plan van aanpak dat zij vandaag gepresenteerd hebben. Staatssecretaris Adelmund (onderwijs) nam het rapport in ontvangst.

Volgens het plan moet de overblijfregeling binnen tien jaar aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen als de buitenschoolse opvang.

Op negentig procent van alle basisscholen blijft ongeveer de helft van de leerlingen over. Het gaat om circa 750.000 kinderen. De kwaliteit van de opvang is volgens de initiatiefnemers zeer wisselend. Bij gebrek aan geschikte ruimten worden vaak klaslokalen gebruikt. De mensen die de kinderen opvangen zijn vaak vrijwilligers, ouders of leerkrachten. Door de inzet van vrijwilligers kunnen onveilige situaties voor de kinderen ontstaan.

Scholen zijn verplicht ervoor te zorgen dat kinderen kunnen overblijven. Maar de tussenschoolse opvang zou geen taak mogen zijn voor leerkrachten of vrijwilligers. Zij denken aan een mbo-opleiding om mensen voor het werk te scholen. Binnen een jaar zou er bovendien een éenjarige cursus tussenschoolse opvang moeten komen voor de huidige vrijwilligers. De kosten van de tussenschoolse opvang zouden gedragen moeten worden door ouders, overheid en werkgevers. Ouders zouden naar draagkracht moeten meebetalen. Voor specifieke doelgroepen, zoals alleenstaande ouders in de bijstand en achterstandsgroepen zou opvang volledig gesubsidieerd moeten worden.

De initiatiefnemers verwachten financiële voordelen voor de overheid. Er zou een dubbel werkgelegenheidseffect optreden: ouders kunnen betaald werk verrichten en beoogde professionalisering van de leiding levert betaald werk op voor uitkeringsgerechtigden en herintreders.