Euro-economie veert op

Komend weekeinde spreken Europa's financiële beleidsmakers elkaar informeel in het Finse plaatsje Turku. De aantrekkende economie zorgt voor de politieke smeerolie.

De limousines mogen weer uit de garage, de regeringstoestellen verlaten de hangar: het rondreizend euro-theater van ministers van Financiën en centrale bankiers is klaar voor een nieuw seizoen. Morgen geeft de Europese Centrale Bank (ECB) haar eerste persconferentie na de zomerstilte. Komend weekeinde vergaderen de ministers van Financiën van de Europese Unie weer, om te beginnen samen met de centrale bankiers in het Finse stadje Turku.

De cast van deze `informele Ecofin' is onveranderd, maar de voorstelling is ingrijpend gewijzigd. Vóór de zomer was het herstel van de Europese economie nog een vraagteken, maar een stroom van economische gegevens bevestigt nu dat de conjunctuur op dit moment sterk aantrekt.

In plaats van een tweede seizoen `Op hoop van zegen' staat nu dus `My Fair Lady' op het programma: hoe de veelbelovende, maar ongepolijste Europese economie naar een duurzaam hoger niveau te tillen.

Hoofdrolspeler Duisenberg, de president van de ECB, zal de rol van Professor Higgins beter liggen dan die van Kniertje. Hij krijgt hulp van Finland, dat als voorzitter van de Europese Unie gastheer is van de ministers van Financiën dit weekeinde. Goede voornemens over de structurele hervorming van de Europese economie waren er al genoeg. Het Finse voorzitterschap heeft zich dit halfjaar ten taak gesteld om te bevorderen dat de plannen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

Als de Ecofin zich dit weekeinde buigt over het economische klimaat, zal blijken dat de mogelijkheden verbeterd zijn. Italië zal zich waarschijnlijk toch aan het in euro-verband afgesproken begrotingsdoel kunnen houden. En Nederland krijgt gezelschap bij het exclusief besteden van financiële meevallers aan een verdere reductie van het begrotingstekort en belastingverlaging.

Het idee meevallers te gebruiken voor het opvoeren van de overheidsuitgaven is, in de door sociaal-democraten gedomineerde regeringen van de eurolanden, nergens te horen.

De Finnen zullen dit weekeinde ook proberen om de fundamenten te leggen voor een akkoord over belastingharmonisatie, die moet zorgen voor een gelijk speelveld voor de concurrentie tussen de Europese landen. De hoop is dat op de Europese top van staatshoofden en regeringsleiders in december in Helsinki zo'n akkoord kan worden beklonken. Ook de coördinatie van het economische beleid, een noodzaak waartoe de elf landen die aan de euro deelnemen zich hebben verplicht, moet meer vorm krijgen.

Bij deze ingewikkelde, en politiek gevoelige, dossiers zorgt het vooruitzicht van meer economische groei voor politieke smeerolie. De gemiddelde raming voor de groei van de euro-economie van volgend jaar is opgeschoefd tot 2,8 procent. Bij zo'n niveau loopt de werkloosheid terug en verbetert de begrotingssituatie sterk. Wel is de groei nog onevenredig verdeeld: in de perifere economieën (waaronder ook Nederland) en in Frankrijk is ht economische momentum er al. Duitsland en Italië, die samen goed zijn voor de helft van de omvang van de economie van de elf eurolanden, maken de versnelling pas in de tweede helft van dit jaar door.

Een goed draaiende economie geeft de Europese regeringen de binnenlandse politieke ruimte om maatregelen door te voeren. Maar minstens even interessant wordt de uitruil tussen de politiek en de Europese Centrale Bank. Duisenberg beroept zich bij het rentebeleid uitsluitend op de rol van de ECB als hoedster van de waarde van de gemeenschappelijke munt, de euro.

Omdat de inflatie, die de ECB geacht wordt binnen de perken te houden, deels afhankelijk is van overheidsbeleid - belastingen, prijzen van overheidsdiensten, de kosten van arbeid en de mate van vrije concurrentie tussen bedrijven - houdt de ECB zich het recht voor om commentaar te leveren op het politieke beleid dat deze factoren beïnvloedt. Duisenberg en de ECB zijn tot nu toe hard geweest in hun kritiek. Maar mocht Eliza Doolittle er nu plots sterk op vooruit gaan, dan zal professor Higgins niet anders kunnen dan een compliment uitdelen.

Dat compliment kan bij de ECB maar een vorm hebben: een vriendelijker monetair beleid in de vorm van een rentestand die lager kan zijn dan anders het geval was geweest. Daar zit een potentieel probleem. De rente is op dit moment zeer laag. Het belangrijkste tarief van de ECB staat op 2,5 procent. Bij een inflatie van slechts 1,1 procent, zoals die op dit moment in Euroland gemeten wordt, is zo'n lage rente goed verdedigbaar. Maar nu de economie aantrekt en de grondstoffenprijzen wereldwijd herstellen, loopt de inflatie grote kans om snel op te lopen. Met name de olieprijs - voorname veroorzaker van inflatie - zit sterk in de lift. Vanmorgen bereikte Brent-olie met 22 dollar per vat de hoogste prijs sinds begin 1997.

Op de obligatiemarkt, waar niet beleid maar vraag en aanbod de effectieve rente op langlopende leningen bepalen, heeft de rente de weg omhoog al gevonden. Vanmorgen steeg de rente op Duitse tienjaars-staatsobligaties boven de 5 procent - na begin dit jaar nog 3,7 procent te hebben bedragen. En Duitsland is toonaangevend voor de rest van de Europese obligatiemarkt.

De markt voelt de druk van hogere economische activiteit, een grotere vraag naar kapitaal en de kans op stijgende inflatie. Hoewel maar een enkeling verwacht dat ook de ECB zijn rente al in de loop van 1999 zal verhogen, hangt veel af van de economische omstandigheden in de komende maanden. En van de politieke. Een renteverhoging, als beloning voor goed politiek gedrag, is verdedigbaar door de structurele component van de inflatie los te koppelen van de incidentele component (de olieprijs). Duisenberg kan daar zeker zijn toevlucht toe nemen. Maar dan moet in zijn ogen het Spaanse graan wel eerst de orkaan doorstaan.