Beethoven opent kunstseizoen

Beethoven, vroeger traditioneel de componist van het slot van het muziekseizoen, opent nu bijna overal het nieuwe kunstseizoen. In Utrecht speelt het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen deze week het complete symfonische repertoire. Zaterdag klinken in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw de 32 sonates in de vertolking van pianist Gary Goldschneider. Het Orkest van het Oosten speelt dezer dagen onder leiding van Jaap van Zweden een Beethovenconcert van Enschede tot Istanboel. En het Nationale Ballet brengt deze maand tien keer een programma met drie choreografieën op muziek van Beethoven: het Adagio uit de sonate nr 29 `Hammerklavier', het Adagio molto e cantabile uit de Negende symfonie en de complete Zevende symfonie.

De Vlaming Florian Heyerick dirigeert het Nederlands Balletorkest op de Beethoven-avond van het Nationale Ballet en heeft daarmee rekening te houden met de tempo-wensen van de choreografen. Net als Hans van Manen in Adagio Hammerklavier gebruikt Xinpeng Wang in zijn Adagio slechts één deel. Het uitzonderlijk langzame tempo bij Van Manen, oorspronkelijk afkomstig van Christophe Eschenbach en nu goed (versterkt) gespeeld door pianist Michael Mouratch, heeft inmiddels bestaansrecht, ook omdat het goed wordt volgehouden.

Bij Xinpeng Wang is er toch nog een opbouw: zijn Adagio begint lange tijd extreem langzaam om vervolgens een normaler tempo te krijgen. Dat begin van Beethovens muziek, die klinkt na een inleiding op band met een soort harteklop, valt nu geheel uit elkaar in astmatische kortademigheid. Geen wonder dat, wellicht van de weeromstuit, aan het slot de enthousiast gespeelde Zevende symfonie juist uitzonderlijk flitsend, energiek en vitaal klinkt.