Werken en bidden

De Mouridenbroederschap, een islamitische sekte uit Senegal, beschikt over een snel groeiend internationaal handelsnetwerk. De broederschap blijkt veel beter in staat de nationale economie te stimuleren dan de Senegalese overheid. Westerse ontwikkelingshulp hebben ze daar niet bij nodig. Calvijn in Afrika.

In eerste instantie valt het niet echt op, maar wie er naar zoekt komt ze overal in Senegal tegen: de namen Amadou Bamba, Lampe Fall en Saliou Mbacké. Met grote letters staan ze op talloze winkelpuien en taxi's geschilderd. De drie zijn belangrijke personen uit de Mouridenbroederschap, een islamitische sekte uit Senegal. Ze zijn respectievelijk de oprichter, de eerste volgeling en de huidige leider.

Het meest opmerkelijke aan de Mouriden zijn hun handelsactiviteiten, met name de import en export van kleine consumptiegoederen. De Mouriden domineren al geruime tijd de handel in Senegal, maar de afgelopen vijftien jaar zijn ze ook steeds vaker actief in het buitenland. Zo zijn de Afrikaanse straathandelaren in Parijs, Rome en New York veelal Mouriden uit Senegal. Net als de Afrikanen die op het Waterlooplein in Amsterdam trommels, stoffen en sieraden verkopen.

Ook zijn er grote Mouridengemeenschappen in Dubai en Hongkong, waar elektronische apparaten – zoals tv's en radio's – goedkoop zijn. Doordat de verschillende Mouridengemeenschappen intensief contact hebben met elkaar, weten ze precies in welk land bepaalde producten het goedkoopst zijn en waar de meeste winst valt te halen. Veel Mouriden die in het buitenland wonen, zijn inmiddels genaturaliseerd waardoor ze gemakkelijk andere Mouriden kunnen uitnodigen. In feite hebben de Mouriden hun eigen global village gecreëerd.

De Mouriden zijn een van de drie grote islamitische broederschappen in Senegal. Bijna alle acht miljoen Senegalezen zijn lid van zo'n sekte. Met een miljoen aanhangers zijn de Mouriden niet eens de grootste broederschap in Senegal, maar door hun handelsactiviteiten zijn ze wel de rijkste. Doordat de Mouriden veelal actief zijn in het informele circuit, is hun exacte bijdrage aan de Senegalese economie niet vast te stellen. Wetenschappers schatten dat de Mouriden ongeveer vijftig procent van het Senegalese bruto nationaal product voor hun rekening nemen.

,,Werken en bidden zijn de twee steunpilaren onder de doctrine van de Mouriden,'' zegt Magatte Nguer, importeur van tweedehands auto's uit de Senegalese havenstad Saint Louis. In de winkel van zijn broer, die vol staat met geïmporteerd blikvoedsel, vertelt Nguer dat de nadruk op werken het belangrijkste verschil is tussen de Mouriden en andere broederschappen in Senegal. Volgens de leer van de Mouriden kan in sommige gevallen werken het bidden zelfs vervangen. De meest fanatieke volgelingen, die Bay Fall worden genoemd en vaak rastahaar hebben, zijn daarom vrijgesteld van de islamitische vastenmaand ramadan.

Het aantal volgelingen van de Mouriden neemt snel toe. ,,Mouriden doen bij voorkeur zaken met andere Mouriden'', zegt Nguer, terwijl hij een glaasje Chinese thee inschenkt. Daardoor vormen de Mouriden een machtsblok waar andere Senegalezen nauwelijks tegen kunnen concurreren. Steeds meer Senegalese ondernemers die oorspronkelijk lid waren van een andere broederschap, sluiten zich daarom bij de Mouriden aan. ,,Ik heb zelf veel contact met Mouriden die in Duitsland wonen'', zegt Nguer. ,,Zij zoeken voor mij tegen een gunstige prijs oude Mercedessen, die ze vervolgens naar Senegal verschepen.''

Amadou Bamba, de stichter van de Mouridenbroederschap, leefde van 1853 tot 1927. Hij ligt begraven in Touba, een stad van ongeveer 150.000 inwoners in midden Senegal. Het graf van Bamba bevindt zich in de moskee in het centrum van de stad. In een tombe aan de overkant van de straat ligt zijn eerste volgeling Lampe Fall begraven. De moskee in Touba is een treffend symbool van de groeiende welvaart van de Mouriden. Het gebouw is de grootste moskee van zwart Afrika. Elk jaar wordt de moskee verder verfraaid met geld dat Mouriden aan de broederschap schenken.

Doordat Bamba in Touba is begraven, heeft de stad een heilige status. Alcohol en sigaretten zijn er daarom verboden. Ook moderne muziek is in Touba niet te horen. De enige muziek die is toegestaan, zijn religieuze gezangen. Elke vrijdag komen Mouriden uit heel Senegal naar Touba om er te bidden. Door in de nabijheid van Bamba te zijn, zo geloven zij, wordt een goddelijke zegening op hen overgedragen. Ook wonen in Touba de marabouts, de geestelijke leiders van de Mouriden.

De belangrijkste marabout van de Mouriden is de 94-jarige Saliou Mbacké, de oudste nog levende zoon van Bamba. Daarnaast zijn er honderden marabouts van een lagere rang. Alle marabouts hebben een groep leerlingen. Ook hebben ze een economische rol. Veel marabouts zitten op centrale posities in het handelsnetwerk van de Mouriden. Leerlingen die ijverig zijn en de leer van Bamba intensief hebben bestudeerd, kunnen op termijn zelf marabout worden. Zo klimmen ze steeds hoger in de Mouridenhiërarchie.

,,Alle Mouriden zijn verplicht een gedeelte van hun inkomen af te staan aan de broederschap'', zegt Mamadou Diabaye, een marabout uit Touba. Volgens Diabaye, een lange slanke man die gekleed is in een wit gewaad, is dat gemiddeld zo'n tien procent. Behalve voor de verfraaiing van de moskee, wordt het geld gebruikt om Mouriden te helpen die in armoedige omstandigheden leven. De sociale cohesie van de broederschap wordt op deze manier versterkt. De marabouts, die verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun leerlingen, houden in de gaten of iedereen zich goed gedraagt. ,,Daardoor kan een Mouride een andere Mouride blindelings vertrouwen'', zegt Diabaye. ,,Waar ter wereld hij ook is.''

Een belangrijk onderdeel van de leer van de Mouriden is het verbod op alcohol. ,,Alcoholmisbruik is een groot probleem in Senegal'', zegt Diabaye. ,,Veel arme Senegalese mannen hebben de gewoonte hun inkomen grotendeels te besteden aan alcohol. Ze hopen op die manier hun problemen te vergeten. Hun familie is daarvan de dupe. Talloze kinderen worden verwaarloosd door het onverantwoordelijke gedrag van hun vaders. Daarom willen wij voor heel Senegal een verbod op alcohol.''

Westers georiënteerde Senegalezen beschuldigen de Mouriden van fundamentalistische denkbeelden. Maar Diabaye is het daar niet mee eens. ,,Onze ideeën over alcohol zijn zuiver pragmatisch. Als Senegal net zo rijk was als Frankrijk of Duitsland, zou een alcoholverbod niet nodig zijn. Als een Europeaan eens een avond te veel drinkt, heeft dit niet meteen gevolgen voor de huishoudportemonnee. In Senegal ligt dat anders.''

Door hun sterke onderlinge cohesie blijken de Mouriden veel beter in staat de nationale economie te stimuleren dan de Senegalese overheid. Westerse ontwikkelingshulp hebben ze daarbij niet nodig. De Mouriden maken duidelijk dat Afrika zich ook op eigen kracht kan ontwikkelen. Terwijl de Senegalese staat in een diepe crisis verkeert, boeken de Mouriden opmerkelijke economische successen. Zij zijn talloze malen beter georganiseerd dan de Senegalese overheid.

Vrijwel alle Senegalezen klagen over de enorme corruptie van de huidige regering. Door jarenlang wanbeleid zijn er de laatste maanden vrijwel dagelijks stroomstoringen in de hoofdstad Dakar. Ook lukt het de overheid nauwelijks om werk te creëren. Vroeger werd altijd gehamerd op het belang van een goede opleiding. Maar duizenden afgestudeerden blijken geen baan te kunnen vinden. ,,Steeds meer Senegalezen die studeerden hebben het idee dat ze hun tijd verspild hebben,'' zegt Mayoro Kassé, journalist bij de krant Le Matin. ,,Lidmaatschap van de Mouriden biedt veel meer mogelijkheden tot een glanzende carrière.''

Geen wonder dat Senegalezen zich veel meer betrokken voelen bij hun broederschap dan bij de staat. Belastingen aan de overheid betalen ze alleen met tegenzin. Aan de broederschap geven de meeste Senegalezen daarentegen graag geld. Ze weten uit ervaring dat ze van de broederschap iets terug kunnen verwachten. Geld dat ze aan de staat betalen, verdwijnt in hun ogen in een bodemloze put.

De Mouriden blijken keer op keer uitermate effectief in het vinden van nieuwe handelsmogelijkheden. Oorspronkelijk verdienden ze hun geld met de landbouw. Met name de export van pinda's was een belangrijke inkomstenbron. De broederschap beschikte over talloze plantages waar de volgelingen zich in het zweet werkten. Nog steeds is Senegal een van de grootste pindaproducenten ter wereld, maar nadat de pindaprijs in de loop van de jaren zeventig scherp daalde, verlegden ze hun aandacht naar de import van kleine gebruiksgoederen.

Doordat de Senegalese overheid steeds hogere invoerrechten ging heffen, kwam daar echter ook in de klad in. Op sommige producten bedragen die belastingen zelfs meer dan honderd procent, en die worden dus moeilijk verkoopbaar. De Mouriden hadden echter ontdekt dat in Europa en Amerika een markt was voor Afrikaans handwerk. Veel Mouriden houden zich daarom nu bezig met de export van in Senegal gemaakte trommels, portemonnees en houtsnijwerk.

Ook drijven de Mouriden steeds vaker rechtstreeks handel tussen verschillende wereldsteden. Door hun internationale handelsnetwerk, maakt het hun eigenlijk niet meer uit hoe hoog de belastingen in Senegal zijn. In Nepal gekochte stoffen worden niet langer in Senegal verkocht, maar in New York of Parijs. Daar zijn de heffingen lager en valt dus meer winst te maken. De opbrengst stroomt grotendeels terug naar Senegal.

In de rue Moussé Diop, een drukke straat in het centrum van Dakar, staat het verkeer vast. Talloze straatverkopers lopen langs de auto's om hun producten te slijten. Ze verkopen onderbroeken, nagelschaartjes en radio's. Ook is er een straatverkoper die foto's van Mouridenleider Saliou Mbacké in de aanbieding heeft. De portretten zijn voorzien van een goudkleurige lijst.

De foto's van Mbacké zijn populair onder Mouriden. Bijna iedere Mouride heeft er thuis wel een hangen. Daarnaast dragen veel Mouriden een afbeelding van Mbacké aan een koordje om hun nek. De sieraden zijn overal in Senegal te koop. Veel Mouriden hebben ook afbeeldingen van Amadou Bamba en hun eigen marabout om hun nek hangen. Ze geloven dat het dragen van deze sieraden geluk brengt.

De Mouriden die als straatverkoper werken, staan aan de onderkant van de Mouridenhiërarchie. Het zijn vaak Senegalezen die net zijn toegetreden tot de broederschap. Door middel van de straathandel kunnen ze zichzelf bewijzen. Straatverkopers die goed werk leveren kunnen na verloop van tijd hogerop komen. Wie echt goed is mag naar Europa of Amerika. Dat is de grote droom van de meeste Mouriden. Daar kun je in een week net zo veel geld verdienen als in Senegal in een heel jaar.