Vuurdoop voor Kok

Als ik in de schoenen stond van Pieter Broertjes zou ik er niet zo zeker van zijn dat Maxima Zorreguieta de toekomstige koningin van Nederland wordt. De hoofdredacteur van de Volkskrant (die de primeur van `de vriendschap' heeft gebracht) zei zondagmiddag in het tv-programma Buitenhof ter rechtvaardiging van de uitbundige aandacht van zijn krant voor Maxima dat hij ,,een goed gevoel'' heeft over de vriendschap die tussen de Nederlandse kroonprins en zijn Argentijnse vriendin is opgebloeid. Als dat alles is, kan hij weleens te vroeg hebben gejuicht. Ik had een beter gevoel bij de zuinige woorden die premier Kok twee dagen eerder aan `de vriendschap' wijdde. Welgeteld één zin kwam er uit diens mond en en hoewel de relatie daarmee in het publieke domein werd gebracht, getuigde die zuinigheid zowel van een verstandige zelfbeperking als van een gepaste nuchterheid.

Weliswaar is het eerste woord eruit en heeft dat woord een zekere staatsrechtelijke betekenis, maar zelfs als we er de betekenis van een aanloop naar een staatsrechtelijke intentieverklaring aan zouden kunnen toekennen, is het nog niet meer dan de intentieverklaring van één partij, namelijk Willem-Alexander. Van de Argentijnse wederpartij weten we nog niets. We weten niet of ze die intentieverklaring onderschrijft, we weten niet of ze van plan is haar Argentijnse schepen achter zich te verbranden en we weten ook niet of ze bereid is te zijner tijd als echtgenote van de toekomstige Nederlandse koning een bestaan te leiden in de schaduw van een politiek sinds lang monddood gemaakte Nederlandse troon – niet meer en niet minder. We weten evenmin of ze emotioneel en intellectueel geschikt is voor de rol die haar op termijn wordt toegedacht.

Ik moet nog zien of het zover komt. De eerste stap is gezet en dat kan niet anders betekenen dan dat een verloving in de maak is, maar als ik de koffiedikkijker van de Volkskrant was, zou ik toch behoedzamer van stapel lopen en meer op mijn tellen passen. Waarom zouden wij er zo zeker van zijn dat een wereldwijze, intelligente vrouw als de vriendin van de kroonprins - dat is totnutoe zo ongeveer alles wat we van haar weten - bereid is af te zien van haar burgerlijke vrijheden (bewegingsvrijheid, politieke burgerrechten, privacy) en die in te ruilen voor een marionettenrol in een staatsrechtelijk knellend keurslijf in Nederland?

Ze moet wel ontzettend graag willen, om niet te zeggen branden van ambitie, dan wel van een wonderbaarlijke liefde voor de Nederlandse kroonprins vervuld zijn om dat allemaal voor zo'n ornamentele functie in Nederland over te hebben - nog daargelaten dat het geen functie is. Een rol in het staatkundige leven van haar toekomstige man is er voor haar immers niet weggelegd. Op de tegemoetkomendheid van de Nederlandse regering dienaangaande hoeft zij niet te rekenen. De Nederlandse grondwet toont geen enkele consideratie met de wederhelft van het koninklijk staatshoofd. Aan comfort en luxe zal het haar niet ontbreken, aan zakgeld evenmin, maar aan de positie van echtgenote van de Nederlandse koning is geen functie verbonden, nog minder een baan waarin iets valt te presteren.

Als ze op onderzoek uitgaat zal ze zelf wel achter die beperkingen komen. Die ontdekking hoeft haar liefde niet te bekoelen, maar het zou de regering niet mogen verbazen als dat haar animo voor de non-functionele kant van de zaak enigszins zou temperen. Als ze dan ook nog eens ontdekt dat die aardige, vrolijke jongen uit Den Haag op wie ze verliefd is geworden, zijn toekomstige koningschap moet vervullen in een gouden kooi annex glazen huis, door zijn grondwet in een keurslijf is geperst en als koning niet meer in straaljagers mag vliegen, in raceauto's mag rijden of disco's mag komen, dan zal ze zich nog wel tien keer bedenken voordat ze zich aan het niet zo swingende hofleven van Den Haag committeert. Tegen die tijd zal iemand uit haar Argentijnse vriendenkring haar bovendien nog wel waarschuwen voor de ruimtelijke schaal van Nederland, waar een koningin alleen incognito over straat kan gaan als ze een theemuts opzet of zich verkleedt als een Scheveningse vissersvrouw. Zo zijn er nog wel een paar voorwaarden die de tegenzin kunnen vergroten: het Wilhelmus hoeft ze niet uit het hoofd te kennen, maar ze zal vlekkeloos Nederlands moeten spreken, Valerius' Gedenkklanken moeten zingen en zich zowel de gereformeerde historie van de Opstand als de geschakeerde geschiedenis van de Nederlandse illegaliteit in de Tweede Wereldoorlog eigen moeten maken. Als ze dan nog animo heeft, is het voor de Nederlandse feestartikelenindustrie vroeg genoeg om Maxima-vlaggetjes en -wandborden te laten maken zonder bang te hoeven zijn met de voorraad te blijven zitten.

Verlovingsaankondigingen van troonsgerechtigde leden van het koninklijk huis met de erop volgende huwelijksvoorbereidingen vormen de vuurdoop voor elke minister-president van dienst. Koks voorgangers hebben het geweten. Marijnen brandde in 1964 zijn vingers aan de verloving van prinses Irene met de Spanjaard Hugo Carlos en Cals kwam op de blaren te zitten door vast te houden aan zijn later betreurde beslissing om het huwelijk van de kroonprines in Amsterdam te laten voltrekken. Ze verkeken zich allebei op hun politieke verantwoordelijkheid voor zoiets schijnbaar eenvoudigs als een koninklijke bruiloft. Marijnen beschikte nog niet over de staatsrechtelijke instrumenten om de constitutioneel ongedisciplineerde prinses Irene aan de teugel te houden en Cals miste de soepelheid van geest om tegemoet te komen aan de emotionele bezwaren van Amsterdam en een veiliger alternatief te kiezen. Kok is een gewaarschuwd man die de fouten van Marijnen en Cals niet gauw zal maken. Door de vriendschap in het staatsrecht te betrekken heeft hij duidelijk gemaakt hoe de verhoudingen liggen: de kroonprins moet eraan geloven dat een eenvoudige vriendschap staatsrechtelijke implicaties kan krijgen die buiten de persoonlijke levenssfeer liggen en de minister-president kan er niet meer aan ontkomen de regie van het vervolg zelf te voeren.