VN moeten ingrijpen op Oost-Timor

Na het bekendmaken van de uitslag van het referendum is Oost-Timor een oorlogszone waar milities en leger vrijelijk hun gang gaan. De hoogste tijd om een gewapende VN-vredesmacht te sturen stelt Minka Nijhuis. Elk uur van uitstel is nu een uur te veel.

Met een overweldigende meerderheid van 78,5 procent heeft de Oost-Timorese bevolking gekozen voor een onafhankelijk Oost-Timor. Dat is een indrukwekkende uitslag gezien de terreur waaraan Oost-Timorezen al maandenlang blootstaan.

Als het referendum in een veilig klimaat had plaatsgevonden zou het percentage ongetwijfeld nog hoger gelegen hebben. Tragisch genoeg hing er tijdens de bekendmaking van de uitslag een lugubere stilte in de straten van de hoofdstad Dili. Al wekenlang dreigden de leiders van de milities die voorstander zijn van aansluiting bij Indonesië met bloedige vergelding als het referendum in hun nadeel zou uitvallen. Inmiddels hebben zij hun belofte waargemaakt. Vierentwintig uur na het bekendmaken van de uitslag is Oost-Timor een oorlogszone waar milities en leger vrijelijk hun gang gaan.

Volgens cijfers van de Verenigde Naties zijn inmiddels 200.000 tot 300.000 Oost-Timorezen, meer dan een kwart van de bevolking, op de vlucht. De kerken, het huis van bisschop Belo en de tuin van het internationale Rode Kruis zijn overspoeld met doodsbange vluchtelingen, maar geen plek is veilig op Oost-Timor. Vanmorgen werden onder onze ogen duizenden vluchtelingen uit de tuin van het internationale Rode Kruis en het huis van de bisschop gehaald. Zeker tientallen Oost-Timorezen zijn de afgelopen dagen vermoord, maar dat cijfer laat mogelijk maar een topje van de ijsberg zien. Communicatie is vrijwel onmogelijk en bijna alle buitenlandse waarnemers hebben het land verlaten of zitten in hun huizen en kantoren opgesloten.

Van de ongeveer 500 buitenlandse journalisten die de afgelopen dagen verslag deden van de situatie zijn er nog slechts een stuk of vijftien over. Zij zijn door de milities tot doelwit verklaard en kunnen slechts zeer beperkt verslag doen van de situatie. Zij hoeven niet te rekenen op bescherming van de politie of het leger. Het is overduidelijk dat Indonesië geen getuigen wil bij het uitvoeren van de operatie om Oost-Timor koste wat kost bij Indonesië te houden.

Het optimisme waarmee de Verenigde Naties de enorme opkomst van de kiezers aankondigden, is volledig aan scherven gevallen. In hun bedreigde compound in Dili zitten de medewerkers van de VN met de handen in het haar. Met een kleine ongewapende politiemacht zijn ook zij overgeleverd aan de terreur. Hun lokale staf die ondanks de dreigementen tot het allerlaatst is blijven werken hebben zij niet kunnen beschermen. Zeker vier medewerkers en mogelijk meer zijn vermoord, tientallen anderen worden vermist.

Hier en daar klinken geluiden dat de internationale gemeenschap verrast zou zijn door het geweld op Oost-Timor. Die onwetendheid is merkwaardig. Oost-Timorese politici, studenten, lokale mensenrechtenorganisaties en journalisten die al langere tijd op het eiland verblijven waarschuwen al maandenlang dat het Indonesische leger bezig is het geweld op Oost-Timor op te voeren. Er is beslist geen sprake van een burgeroorlog tussen voor- en tegenstanders van een onafhankelijk land. Het geweld tegen de bevolking is een zorgvuldig geplande operatie door het Indonesische leger. De milities worden gebruikt om het guerrillaleger Falintil tot een reactie te provoceren. Als dat lukt kan het Indonesische leger spreken van een burgeroorlog en dan is het excuus geboren om de Indonesische troepenmacht op het eiland te handhaven.

Tot nog toe heeft het Falintil zich gehouden aan de afspraak dat zij in speciale zones blijven en geen militaire operaties uitvoeren. Ongetwijfeld is de frustratie van de guerrilla's groeiende nu zij zich geconfronteerd zien met een massale stroom vluchtelingen die in hun gebieden bescherming zoeken.

Het argument dat de internationale gemeenschap zich met het sturen van een internationale vredesmacht zou mengen in een intern conflict is niet overtuigend. Uit de talloze resoluties die in de 24 jaar van de Indonesische bezetting door de VN zijn aangenomen blijkt dat de VN de annexatie van het eiland nooit hebben erkend. Daarmee is de kwestie Oost-Timor geen interne aangelegenheid, maar een internationaal conflict tussen Indonesië en de internationale gemeenschap.

Volgens het akkoord dat Portugal en Indonesië onder supervisie van de VN over Oost-Timor sloten, is Indonesië verantwoordelijk voor het handhaven van de veiligheid. Van die afspraak is niets terecht gekomen; de gang van zaken op Oost-Timor toont aan dat het akkoord allang een waardeloos document is geworden. Het is onacceptabel dat zelfs nu terwijl Oost-Timor brandt, sommige landen zich nog op die overeenkomst beroepen en het een positieve stap vinden dat Indonesië politie- en legerversterkingen naar het eiland stuurt. De VN zijn de verantwoordelijkheid van dit referendum aangegaan. Met lege handen staan terwijl zich een tragedie voltrekt werpt een onaanvaardbare smet op de VN-missie. Het is de hoogste tijd om een gewapende vredesmacht te sturen. Hopelijk zet Nederland als voorzitter van de Veiligheidsraad alsnog alles op alles om dat voor elkaar te krijgen. Voor Oost-Timor is elk uur van uitstel nu een uur te veel.

Minka Nijhuis is freelance-journalist en verblijft momenteel op Oost-Timor.