TV-biecht van een liquidatie

In mei 1994 schiet een Nederlandse militair een Bosnische jongeman dood. De soldaat, de 28-jarige Peter-Jan D., vertelt in de Zembla-documentaire Bekentenis van een soldaat over de toedracht van wat hijzelf noemt ,,de liquidatie”. Na zijn relaas en recente terugkeer naar Bosnië voelt hij zich ,,een stuk sterker () ik kan het aanvaarden () ik voel me prettig, ik ben hartstikke blij.”

Het incident vond volgens D. in mei 1994 plaats aan het Modrac-meer, even buiten Tuzla in Bosnië. Van april tot oktober 1994 was hij als chauffeur en vertaler uitgeleend aan een delegatie van de Europese Commissie die werkzaam was in Bosnië. In die periode werd er in zijn hotelkamer ingebroken. Twee weken na de inbraak vertelt hij het verhaal aan een Bosnische politie-agent. Voor driehonderd Duitse mark zou hij zijn spullen terug kunnen krijgen. De volgende dag staat de politieman voor zijn deur: ze hebben zijn spullen. Hij gaat mee en krijgt zijn spullen terug. In de kamer zitten ook twee jonge jongens, geboeid. In aanwezigheid van D. worden ,,die gastjes helemaal aan gort geslagen. De kop kapot.'' Vervolgens werden de twee jongens door drie politie-agenten in een jeep gezet en samen met D. naar het Modrac-meer gebracht.

Aan de rand van het meer werd een van de jongens in koelen bloede doodgeschoten. D. kreeg een pistool in zijn handen gedrukt en hem werd te kennen gegeven dat hij de andere jongen moest neerschieten. Hij weigerde. Vervolgens kreeg hij een Kalasjnikov tegen zijn nieren. D.: ,,Het was hij of allebei.'' Met een nekschot schoot hij de jongen dood. ,,Bravo voor Holland'', riepen de agenten.

Drie jaar lang zweeg D. over de liquidatie, maar het woekerde. In 1997 werd hij opgenomen op de afdeling psychiatrie van het Centraal Militair Hospitaal (CMH). ,,Hij was erg onrustig, verward, druk, somber'', analyseert psychiater F. Unck in de uitzending. ,,We hebben toen uitermate goed naar hem gekeken. Onderzoek bij hem gedaan. Langdurig, en uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat hij leed aan een complexe post traumatisch stress syndroom.'' Tijdens de behandeling vertelt D. uiteindelijk over de liquidatie in Bosnië. Het CMH zag wegens de vertrouwensband tussen arts en patiënt af van aangifte.

Begin 1998 besluit D. zelf met zijn geheim naar buiten te treden. Hij werkt aan een boek en benadert de tv-rubriek Zembla, maar bij nader inzien wordt het verstandig geacht om de verdere behandeling in Utrecht af te wachten. De zaak komt in een stroomversnelling wanneer D. begin dit jaar een officier van de landmacht in vertrouwen neemt. Ongeveer een maand geleden heeft deze officier hem overgehaald om zijn verhaal aan de Koninklijke Marechaussee te vertellen. D. legt, naar eigen zeggen, een volledige bekentenis afgelegd. De officier van justitie is inmiddels een onderzoek gestart.

Twee dagen na zijn verhoor onderneemt hij een zelfmoordpoging. De angst voor een arrestatie werd hem teveel. Deze angst drijft hem ook naar Tuzla. ,,Ik wil de herbeleving, de confrontatie nog een keer aangaan voordat ik eventueel wordt vastgezet en helemaal doordraai.''

Van deze reis doet Zembla verslag. De tv-biecht blijft hangen in veel beelden, veel informatie, veel vragen blijven onbeantwoord; waarom ging D. bijvoorbeeld mee met de politie naar het meer? Zo kwam hij in een situatie terecht waarvan hij zelf zegt. ,,Ik heb een misdaad begaan, maar ik kon niet anders.''

Zembla: Bekentenis van een Soldaat, Ned.3, 21.15-22.00u.

Naschrift (25 mei 2016): In overleg met de betrokkene is zijn volledig naam uit de online versie van dit artikel verwijderd [red.]