Trouwste buur keert Indonesië de rug toe

Australië heeft Indonesië jarenlang door dik en dun gesteund. Maar Oost-Timor maakt aan die welwillendheid een einde.

De Conservatieve Australische minister-president, John Howard, heeft de Indonesische regering het `ultimatum' gesteld om binnen enkele uren de orde in Oost-Timor te herstellen. Intussen gaat het Australische leger door met voorbereidingen voor deelneming in een internationale vredesmacht die de orde in de voormalige Portugese kolonie moet garanderen. Daarmee is in één klap een einde gekomen aan de verzoenende houding die regeringen van diverse politieke signaturen in Canberra de afgelopen vijftien jaar tegenover Jakarta hebben aangenomen.

Van alle Westerse landen voert Australië van oudsher verreweg het meest pro-Indonesische beleid. In 1989 kwamen Indonesië en Australië een verdrag overeen over de gezamenlijke exploitatie van de grote olievoorraden in de Timorzee, tussen Australië en Timor. Australië nam een uitzonderingspositie in toen het in 1979 de Indonesische annexatie van Oost-Timor erkende. Nadat de Verenigde Staten in 1991 als protest tegen het bloedbad op de Santa Cruz-begraafplaats in Dili de trainingscontacten met Indonesisch defensiepersoneel opschortten, nam Australië die opleidingsactiviteiten onmiddellijk over.

Labours minister-president Paul Keating was in 1995 verantwoordelijk voor een defensieverdrag van tien jaar met Indonesië, waarbij naast wederzijdse oefeningen ook uitwisseling van geheime informatie werd geregeld. Australië werd ook een belangrijke leverancier van wapens voor het Indonesische leger.

De banden met Indonesië – geografisch gezien de naaste buur van Australië – waren voor Canberra ook economisch van groot belang. Dat gold vooral in de periode voor de Aziatische economische crisis van 1997 toen de Indoneische economie jaarlijks gemiddeld met bijna tien procent groeide. Aan de belangen van de mensenrechtensituatie in Aziatische landen, met name in Indonesië, werd slechts fluisterende lippendienst bewezen.

Indonesië is inmiddels de op negen na grootste handelspartner van Australië, maar de groei van in- en uitvoer stagneert. Dat betekent niet dat Australië het economische potentieel van Indonesië kan negeren. Maar in Australië is de publieke opinie door de berichten uit Oost-Timor nu dermate sterk tegen het Indonesische optreden gericht, dat de regering van John Howard alleen maar harde woorden kan uiten. Daarbij lijkt het zelfs waarschijnlijk dat die woorden binnenkort in daden kunnen worden omgezet.

De noordelijke Australische havenstad Darwin is slechts een paar honderd kilometer van Dili verwijderd. Een groot deel van de Australische militaire infrastructuur bevindt zich in en rond Darwin. Mocht het tot een internationaal militair ingrijpen komen, dan wordt Darwin daarvoor de uitvalsbasis. Als gevolg van het Australische beleid beschikt het Indonesische leger in elk geval over de best mogelijke informatie over de Australische capaciteit.

    • Hans van Kregten