Niet iedereen in Griekenland vindt Turkije nu zielig

De Griekse minister van buitenlandse zaken Jorgos Papandreou, krijgt van bijna alle kanten lof voor zijn optreden op de informele EU-conferentie van afgelopen weekeinde in Finland.

De lof komt uit binnen- en buitenland en niet het minst uit Turkije. De meeste kranten daar schrijven dat hij bij uitstek heeft bijgedragen tot royale financiële steun voor het getroffen Turkije – waarbij het oude `Griekse veto' een dode letter werd – en dat hij `het groene licht' zou hebben gegeven voor Turkije's kandidatuur voor het EU-lidmaatschap, die waarschijnlijk op de topconferentie van december in Helsinki zal worden aangekondigd.

Toch gaan er in Griekenland altijd nog `realistische' stemmen op — en niet alleen bij de oppositie, ook in het regeringsgezinde kamp — die roepen dat de idylle voorlopig is, hoe overstelpend ook. Het woord `bedankt' mag dan door heel Turkije weergalmen, – bijna alle Turken hebben geleerd hoe men het in het Grieks moet zeggen – , maar uit de monden van premier Eçevit en president Demirel hebben we het niet gehoord, zeggen de `realisten'.

Aan militaire kant – en militairen regeren achter de schermen in Turkije, menen diezelfde `realisten' – hebben we weliswaar gezien hoe de Griekse vlootvoogd werd uitgenodigd bij de inwijding van zijn nieuwe Turkse collega in Ankara. En Turkse `schendingen van het Griekse luchtruim', vroeger aan de orde van de dag, zijn er sinds de aardbeving niet meer geweest. Maar de Turkse legerleiding, zo waarschuwt bijvoorbeeld de `realistische' krant Eleftheros Typos, houdt aan haar oude strategie vast, zint alleen maar op spoedig herstel, en, na de ramp met de vlootbasis Gölcük, op nieuwe vliegdekschepen.

Ook de felicitaties van Amerikaanse zijde over de wending in de Griekse opstelling worden in deze gelederen met ironie en argwaan bejegend. Men gaat nog niet zo ver te suggereren dat de aardbeving door de Amerikanen is aangericht. Maar de realisten geloven niet dat Eçevit, die later deze maand in Washington op bezoek gaat, dankzij die aardbeving gevoeliger wordt voor druk van Clinton.

Zou de aardbeving werkelijk haar uitwerking kunnen hebben op zoiets als de Cyprus-kwestie, waaraan Clinton deze herfst weer hard is gaan werken met een plan waar nu reeds veel van is uitgelekt? De enige reactie van de Turks-Cyprische leider Denktas op de ramp was dat wat hem betreft Turkse daklozen welkom zijn in de ontruimde `hotelwijk' van Famagusta (die volgens Clintons plan terug moet worden gegeven aan de Grieken). Maar intussen zijn ook de Grieks-Cyprioten in de stroomversnelling van de solidariteit met het Turkse volk geraakt.

De `realisten' herinneren aan eerdere, en zowat vergeten Grieks-Turkse toenaderingen, van 1931 (toen Venizelos en Atatürk elkaar vonden en eerstgenoemde zijn Turkse collega voor de Nobelprijs voordroeg) en de vroege jaren vijftig, voordat de Cyprus-kwestie losbarstte. Maar de emotionaliteit in brede lagen van de bevolking, zoals die nu hoogtij viert, was er toen niet bij. Wie de laatste weken in Athene was, en vermoedelijk ook wie in Istanbul was, heeft de neiging om optimistisch te zeggen: het wordt nooit meer zoals het eerst was.

    • F.G. van Hasselt