Mythes

Leuk dat Maarten 't Hart zijn bijbelserie heeft hervat in het Cultureel Supplement. Het zijn leerzame en vermakelijke artikelen. Het mooiste naar mijn smaak was een reactie op het christelijke Kamerlid dat gezegd had dat alle geboden uit de bijbel even ernstig genomen moesten worden. Maarten 't Hart gaf een opsomming van curieuze kleding- en bouwvoorschriften uit de bijbel die me bijna van mijn stoel deed vallen van het lachen. Meende het Kamerlid werkelijk dat deze voorschriften even streng moesten worden gehandhaafd als de Tien Geboden? Het Kamerlid reageerde niet, en dat was ook wel begrijpelijk, want hij had al genoeg te stellen met de mensen die hem vanwege zijn geloofsovertuiging voor de rechter wilden brengen.

Wat is men toch lichtgeraakt de laatste tijd. De afgelopen weken was er weer zoiets en voor de ongelovige was het werkelijk een curieuze zaak. Een priester, Herman Verbeek, die zijn eigen bisschop voor de rechter wilde slepen. Op de televisie zei de priester dat de vrijheid van godsdienst te ver was doorgeschoten en hij mopperde dat men het nu wel over vrijheid van meningsuiting had, maar dat de rechters blijkbaar hun mond moesten houden. En hij haalde de laatste woorden aan van een stervende die hij pas nog had bijgestaan. Ik ben vergeten wat de stervende zei, maar het wierp geen gunstig licht op de in opspraak geraakte bisschop.

Mag een priester dat wel, de laatste woorden van een stervende inbrengen in een openbare discussie? Zou ik het ook mogen, een stervende aanhalen die met zijn laatste krachten stamelde: ,,Pas op voor Priester Verbeek, want dat is een griezel''? Nee, ik geloof niet dat het mag.

Maar om op de bijbelserie van Maarten 't Hart terug te komen, er is toch iets mee dat ik niet begrijp. Vrijdag bijvoorbeeld schreef hij over Lazarus, die door Jezus uit de dood zou zijn opgewekt. Onwaarschijnlijk dat het echt gebeurd is, vond Maarten 't Hart. Dan zou het toch niet alleen door Johannes, maar ook door de andere evangelisten zijn gemeld. Het zou veel opzien hebben gebaard en volk van heinde en verre hebben aangetrokken, en ook Romeinse geschiedschrijvers zouden over de wonderdokter hebben bericht. Was het ook niet onwaarschijnlijk dat een lijk dat in windsels gebonden drie dagen had liggen rotten, op eerste aanroep weer op kon staan?

Ja, dat is zeker onwaarschijnlijk. Maar onwaarschijnlijker dan het oorspronkelijke wonder, dat een dood mens weer levend gemaakt werd, is het niet. Heeft het zin om van een wonder aan te tonen dat het onwaarschijnlijke consequenties heeft? Wie in het wonder gelooft zal zich door een paar extra onwaarschijnlijkheden niet uit het veld laten slaan. Gods wegen zijn nu eenmaal wonderbaar.

Stel je voor dat de methode van Maarten 't Hart zou worden toegepast op een andere religie, laten we zeggen de Griekse mythes. Daarin gebeurt veel vreemds. Alles verandert in alles, de goden nemen de gedaante aan van dieren die met mensen paren en in strijd met alle wetten van de biologie gezond nageslacht krijgen. Helden stijgen op naar de hemel en vormen daar een sterrenbeeld. Is dat niet zeer onwaarschijnlijk?

Ja, allicht, maar als het om de Grieken gaat, begrijpt iedereen dat kritiek op de onwaarschijnlijkheid van de vreemde gebeurtenissen niet ter zake is. En niet alleen omdat wij niet meer geloven in de Griekse goden. De Grieken begrepen het zelf ook.

Roberto Calasso schreef het mooie boek De bruiloft van Cadmus en Harmonia, een hervertelling en een interpretatie van de Griekse mythes, en hij gaf het een motto van een Grieks-Romeins schrijver uit de vierde eeuw na Christus, Saloustios: ,,Deze dingen zijn nooit gebeurd, maar ze zijn altijd.''

Waarom zijn de mythes zo vreemd? vroeg Saloustios zich af in zijn korte geschrift Over de goden en de wereld. De goden zijn volmaakt, maar in de mythes moorden en stelen ze, ze zijn jaloers en soms krankzinnig van woede, ze plegen overspel en ze eten hun kinderen op. Hoe kan dat?

Als een modern theoloog die de bijbelwonderen niet meer letterlijk neemt, legt Saloustios uit dat de mythes verschillende functies vervullen. Ze zeggen iets over de aard van de goden, over de wereld en over de menselijke ziel en ze doen dit alles tegelijk door een verhaal te vertellen.

De Moeder der goden ziet Attis bij de rivier Gallos en wordt verliefd op hem, ze geeft hem een sterrenmuts en houdt hem bij haar, maar Attis wordt zelf verliefd op een nimf. De Moeder der goden maakt Attis krankzinnig, waardoor hij zijn geslachtsdelen afsnijdt, ze bij de nimf achterlaat en zichzelf weer bij de Moeder der goden voegt. ,,Dit gebeurde niet op een bepaald moment, maar het is altijd zo'', schrijft Saloustios dan.

Wie Saloustios precies was, schijnt niet met zekerheid bekend te zijn. Er wordt vermoed dat hij een vriend was van keizer Julianus, die door de christenen de Afvallige werd genoemd, omdat hij probeerde het oprukkende christendom terug te dringen en de Grieks-Romeinse goden in ere te herstellen.

De Maarten 't Harts van de vierde eeuw waren de christenen, die de spot dreven met de Griekse mythes. Ze waren er nog lang niet aan toe om de onwaarschijnlijkheid van hun eigen verhalen in te zien, en helemaal niet aan het inzicht dat de waarschijnlijkheid niet ter zake doet.

Het is duidelijk dat het geloof van de christenen primitiever was dan dat van Julianus en Saloustius, maar de christenen wonnen, misschien juist doordat hun geloof letterlijk en primitief was.

Er staan aardige dingen in dat geschrift van Saloustios. Waarom gaat het de slechte mensen vaak goed en leeft de deugd in armoede? De slechten interesseren zich nu eenmaal voor geld, de goeden niet. Maar waarom worden de slechten niet gestraft door de goden? Dat worden ze ook, maar niet meteen, want dan zou iedereen uit berekening goed worden. Een van hun straffen kan zijn dat ze in een volgend leven terugkeren als arme ongelovigen, verstoken van kennis van de goden. Als christenen, bedoelde Saloustios.