Montessori zocht steun bij fascisten

De Italiaanse onderwijsvernieuwer Maria Montessori (1870-1952) dweepte in de jaren twintig en dertig met het fascisme. Om haar pedagogische en didactische ideeën zo breed mogelijk te verspreiden, deed zij veel moeite de Italiaanse fascisten voor zich te winnen.

Dit schrijft pedagoge H. Leenders in haar proefschrift `Montessori en fascistisch Italië' waarop zij aanstaande donderdag hoopt te promoveren aan de Universiteit Utrecht.

Leenders komt tot die conclusies op basis van archiefmateriaal dat nooit eerder werd geraadpleegd, zoals de correspondentie tussen Montessori en Mussolini van 1920 tot 1935.

De fascistische periode in het leven van Montessori was in onderzoek tot nu toe onderbelicht gebleven. Montessori wilde een internationale Montessori-beweging met Rome als centrum, om vandaar uit een op haar ideeën geënte opvoeding te promoten. Aanvankelijk waren de fascisten, met name Mussolini, geïnteresseerd in de Montessori-methode: ze was van eigen bodem, bruikbaar voor nationale opvoeding en had internationaal prestige.

In de jaren dertig liet het regime Montessori vallen. Niet omdat ze een kritische houding innam, maar omdat ze haar niet meer nodig hadden. Voor de Italiaanse jeugd werd toen een militaristische jeugdbeweging belangrijker gevonden, wat meer in de lijn lag van het fascisme.

De Montessori-methode komt er op neer dat kinderen zelf de kans moeten krijgen hun capaciteiten te ontdekken en dat volwassenen hen niet in het keurslijf van hun eigen opvattingen moeten persen. De opvoeder of onderwijzer dient zich te beperken tot het liefdevol observeren van het kind en moet pas nieuw leermateriaal aanreiken als het kind zelf aangeeft dat het daar aan toe is.

Leenders wil pas na haar promotie op haar bevindingen reageren.