Kokkelvissers: goed seizoen, vage toekomst

Milieuvoorschriften en vangstbeperkingen maken het bestaan van de kokkelvisser onzeker. ,,We investeren niet meer, we proberen de boel zo lang mogelijk gaande te houden.''

Kokkelvisser A. Schagen heeft zijn hand op een van de handels van de Texel 63 liggen. Zijn bemanning staat paraat. Geconcentreerd stuurt hij zijn schip kriskras over de Kromme Balg in de Waddenzee om in een uur tijd zoveel mogelijk kokkels binnenboord te halen.

Het kokkelseizoen is vorige week begonnen. Twaalf weken lang mogen in totaal 28 schepen samen maximaal tienduizend ton van deze schelpdiertjes vangen.

De concurrentie is enorm. Op enkele meters van elkaar bevissen vier veertig meter lange schepen – naast de Texel 63 zijn dat de Yerseke 23, de Harlingen 24 en de Bergen op Zoom 8 – hetzelfde gebied van nog geen halve vierkante kilometer groot.

Twee grote scheppen aan weerszijden van het schip schaven de kokkels van de zeebodem, waarna de schelpdieren het dek op worden gezogen. Dan geeft de kokkel-blackbox, die nauwkeurig meet of de schipper zich aan de toegemeten vangsttijd houdt, het stopsein. Sommige schippers benutten de minuut die bedoeld is om hun apparatuur te spoelen om toch nog even door te vissen. Schipper Schagen is tevreden met de 55 ton vangst, waarvan gemiddeld 11 ton vlees overblijft.

,,Wel was het vissen ooit leuker'', vertelt Schagen. Hij maakte de veranderingen in de kokkelvisserij van de afgelopen jaren van dichtbij mee. Van de oorspronkelijke handmatige kokkelvisserij is sinds de jaren vijftig weinig meer over. Grote producenten als Roem van Yerseke en de Combi Zeeland-Waddenzee kochten in de jaren tachtig de kleinere familiebedrijfjes op. Van de 28 professionele kokkelvissers in Nederland zijn er nog drie onafhankelijk.

De grootste veranderingen zijn echter, volgens secretaris J. Holstein van de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Kokkelvisserij, gevolg van de beperkingen die de overheid oplegt. Van de vijftigduizend ton in de Waddenzee – veruit het belangrijkste vangstgebied – mogen de vissers jaarlijks maximaal tienduizend ton (vleesgewicht) vangen. In 1993 werd 26 procent van de Waddenzee verboden gebied voor kokkelvissers, omdat de visserij het milieu sterk aan zou tasten. Om de vogels er voldoende voedsel te garanderen moeten de vissers dit jaar 5 procent Waddenzee extra ongemoeid laten.

De producentenorganisatie heeft als gevolg van de vangstbeperkingen de vloot sinds 1993 gehalveerd en de vangst streng gereguleerd. Twaalf weken per jaar en vier dagen per week mogen de vissers één uur per dag kokkels vangen – in een beperkt aantal gebieden. De Kromme Balg, populair wegens de grote kokkels, is na vorige week zo goed als leeggevist. De schippers vissen sinds gisteren in nieuwe gebieden.

De kokkelvisserij is in Nederland omstreden. Volgens Waddenvereniging en Vogelbescherming bedreigt de kokkelvisserij de scholekster, het zeegras en de mosselbanken. De kokkelvissers menen dat de milieubeschermers iedere keer weer iets nieuws verzinnen. Volgens hen is de aantasting van de zeebodem, waardoor het natuurlijke evenwicht verstoord wordt, te wijten aan de natuur zelf, de strenge winters bijvoorbeeld.

Door de strenge vangstbeperkingen is de toekomst van de driehonderd mensen in de branche onzeker geworden. In totaal gaat gemiddeld zo'n 175 miljoen gulden in de sector om.

,,Niemand durft in de kokkelvisserij te investeren'', merkt schipper H. Teerling van de Harlingen 24 op. ,,Al jaren worden er geen kokkelvisschepen meer gebouwd. We doen er alles aan om de boel maar gaande te houden.'' Tot 2003 mogen de kokkelvissers van minister Faber van Visserij hun beroep uitoefenen, daarna moet de politiek zich opnieuw uitspreken of de kokkelvissers hun gang mogen blijven gaan. ,,Maar een rechtszaak kan ieder jaar opnieuw roet in het eten gooien'', aldus Holstein.

Na enkele strenge winters was 1998 eindelijk weer een goed jaar voor de kokkelvissers. In totaal vingen ze 9963 ton kokkelvlees, de grootste hoeveelheid sinds 1989. De kokkelstand is dit seizoen opnieuw uitstekend. Dat vangsten kunnen tegengevallen door natuurlijke omstandigheden – dat nemen de vissers op de koop toe. Weer, wind en zee kan je niet controleren, weten ze. Maar vangstbeperkingen zijn onrechtvaardig.

,,De rek is eruit'', zegt Holstein. De kokkelvissers moeten zich volgens hem weerbaarder opstellen tegen het ministerie. Holstein volgt de situatie van de varkensboeren, die eveneens in een overheidsklem zitten, op de voet. De gelijkenissen zijn volgens hem groot. ,,We zitten in dezelfde situatie. Vanaf nu zullen alle beperkingen moeten worden gecompenseerd. Voor ons is het erg makkelijk om met een paar bootjes iets af te sluiten. Als de maatschappij vindt dat de kokkelvisserij moet worden afgeschaft, moet ze ons maar uitkopen.''

Maar de kokkelvissers zouden niet weten wat ze anders moeten doen. De meesten zitten hun hele leven al in het vak, net als hun vaders en andere familieleden, en hebben nooit nagedacht over een ander beroep. Ze kunnen en willen niets anders. ,,Je hebt het er onderling wel eens over'', zegt schipper Teerling, ,,,maar daar blijft het altijd bij.''