Fiscaal plan biedt 65.000 banen extra

De herziening van het belastingstelsel, voorzien voor het jaar 2001, levert ongeveer 65.000 banen extra op. De belastingverlaging van 4,6 miljard gulden betekent een extra impuls voor de Nederlandse economie.

Dat blijkt uit vertrouwelijke berekeningen die het Centraal Planbureau (CPB) heeft gemaakt voor het Belastingplan 21ste eeuw, dat minister Zalm (Financiën) en staatssecretaris Vermeend volgende week presenteren. Het belastingplan, dat al in grote lijnen is uitgelekt, voorziet in lagere tarieven en veel minder aftrekposten. De ministerraad onderhandelt deze week nog over de `koopkrachtplaatjes', die aangeven welke burgers meer of minder profiteren van de lastenverlichting.

Doordat arbeid in het nieuwe stelsel minder wordt belast krijgt de werkgelegenheid verschillende impulsen. Dankzij de tariefsverlaging stijgt de consumptie van de burgers met 2,2 procent, welke bestedingen economie en dus werkgelegenheid belangrijk stimuleren. De loonkosten voor werkgevers dalen fors door de verkleining van het verschil tussen netto- en brutoloon (de `wig'), waardoor het goedkoper wordt mensen in dienst te nemen. Hierdoor wordt ook zwart werken minder aantrekkelijk, wat naar schatting 2.000 `witte' banen oplevert.

De daling van de arbeidskosten voor mensen met een minimumloon bedraagt 9 procent, voor modaal 5 procent en voor mensen met een hoog inkomen 4 procent. Dit past in het streven van het kabinet om vooral banengroei aan de `onderkant' van de arbeidsmarkt te stimuleren. Mensen met een minimumloon genieten ook de grootste koopkrachtverbetering (plus 6,4 procent). Dat is mede te danken aan de nieuwe, laagste belastingschijf, waarvan het tarief is vastgesteld op 32,75 procent; de andere tarieven zijn 36,7, 42 en 52 procent.

Mensen met een laag inkomen profiteren naar verhouding ook het meest van de nieuwe heffingskorting voor werkenden van 1.535 gulden, die komt naast het arbeidskostenforfait (verlaagd tot 1.262 gulden). De huidige koopkrachtberekeningen geven aan dat mensen met zo'n 70.000 gulden inkomen (de politiek belangrijke `middeninkomens') er niet veel op vooruit gaan, net als sommige AOW'ers. Het kabinet sleutelt nog aan de koopkrachtplaatjes.