Euthanasie 3

Naar aanleiding van het artikel van prof. Van Dantzig (19 augustus) het volgende. Van meet af aan heeft de regeling van euthanasie in Nederland gehinkt op twee gedachten. Enerzijds moest het een medische handeling worden en anderzijds een handeling op (uitdrukkelijk) verzoek. In wezen gaan die twee dingen niet samen en men zal dus kiezen voor het een of voor het ander. Kiest men voor het eerste, dan betekent dat dat euthanasie wordt toegevoegd aan het therapeutische arsenaal van de medicus. De beroepsgroep dient dan dus duidelijk vast te stellen wanneer euthanasie geïndiceerd is en welke alternatieven er zijn voor het geval de patiënt deze therapie, zoals dat bij iedere therapie kan gebeuren, weigert. Uiteraard zal de arts, zoals dat voor iedere operatie geldt, niet wachten met euthanasie ter sprake brengen zodra er een duidelijke indicatie is.

De andere mogelijkheid: euthanasie als handeling op verzoek. Een verzoek kan men per definitie toestaan of weigeren. Gaat men op het verzoek in dan bewijst men de verzoeker een gunst. Aangezien een handeling op verzoek, anders dan een handeling op indicatie, geen medische handeling is behoeft degene die de gunst bewijst uiteraard geen medicus te zijn, beter niet zelfs, namelijk om branchevervaging te voorkomen. Iemand die verstand heeft van thanatica (dat zijn dodende middelen, dus geen geneesmiddelen) en het omgaan daarmee, volstaat. Gebeurt het toch door een arts, omdat dat nu eenmaal zo geregeld is, dan zal zo'n arts, indien hij euthanasie ziet als een handeling op verzoek, zo'n gunst slechts schoorvoetend en pas als hij met de rug tegen de muur meent te staan, verlenen. En zeker zal hij of zij niet zelf als eerste euthanasie ter sprake brengen. Er is dus een belangrijk verschil in attitude tussen de beroepsmatige en de schoorvoetende euthanasisten. In de praktijk blijkt dit vooral hieruit dat de eerste soort, in tegenstelling tot de tweede, geneigd is - en vanuit dat standpunt is dat terecht, er is immers een indicatie - de patiënt en diens familie min of meer onder druk te zetten.

    • J.A. van der Does de Willebois