Euthanasie 2

Dr. Van Klink concludeert dat geen recht op euthanasie bestaat omdat daar geen plicht van een ander tegenover staat (NRC Handelsblad, 13 augustus). Deze stellingname roept vragen op. Ongetwijfeld bestaan situaties waarin de fysieke en/of geestelijke nood zo groot is dat de dood als enige of beste uitweg wordt gezien. In zo'n situatie is een verzoek tot levensbeëindiging, geuit door de noodlijdende patiënt of een naaste verwant, niet meer dan begrijpelijk en ook legitiem,aldus Van Klink.

Inderdaad, de vraag van de zieke is legitiem op grond van ondraaglijk en uitzichtloos lijden waardoor een mensonwaardige situatie is ontstaan. In die situatie mag een zieke terecht een beroep doen op zijn zelfbeschikkingsrecht en, aangenomen dat geen effectieve palliatie mogelijk is, om levensbeëindiging vragen. Het recht om dit te vragen wordt in ons land maatschappelijk vrijwel algemeen erkend en is door jurisprudentie bevestigd. Het effectueren van dit recht is een plicht die rust op de maatschappij die dat recht heeft erkend. Het erkennen van een recht zou zinloos zijn als het effectueren ervan onmogelijk zou worden gemaakt. In eerste instantie rust de taak van levensbeëindiging op de behandelend arts. Die kan redenen hebben om die taak niet op zich te nemen. Dat is zijn goed recht. Daarmee verdwijnt niet het recht van de zieke om levensbeëindiging te vragen. De behandelend arts hoort dan wel aan de zieke voor te stellen een andere behandelaar te kiezen. Als hij ook dat niet tot zijn plicht rekent, heeft de zieke het recht om toch die keuze te maken. Een conflict van rechten betekent nog geen ontkenning van een recht.