De stem van Timor

De vandaag door de Indonesische regering in vrijheid gestelde José Alejandro Gusmão is het symbool van de strijd van het Oost-Timorese volk tegen de Indonesische overheersing. De 53-jarige Gusmão, beter bekend onder zijn krijgsnaam `Xanana', was jarenlang de legendarische guerrilla-leider van de verzetsbeweging Falintil, de gewapende arm van het Tiomerese Front voor Nationale Bevrijding (Fretilin), tot hij in november 1992 door verraad in handen viel van Indonesische commando's. Op 31 mei 1993 werd hij door een rechtbank in Dili veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, een vonnis dat later op last van president Soeharto werd omgezet in twintig jaar cel.

Ook in gevangenschap is de invloed van Gusmão als woordvoerder van de Nationale Verzetsraad voor Maubere (de inheemse naam voor Oost-Timor) de afgelopen jaren zeer groot gebleven. Dat ook de Indonesische regering hem beschouwde als een belangrijke gesprekspartner namens alle partijen in Oost-Timor die streven naar onafhankelijkheid, bleek in februari van dit jaar toen hij zijn gevangenis in Jakarta mocht verlaten en daarvoor in de plaats huisarrest kreeg opgelegd. Dat gebeurde niet lang nadat de vorig jaar aangetreden president Habibie de ontwikkelingen rond Oost-Timor in een stroomversnelling had gebracht door de voormalige Portugese kolonie een verregaande vorm van autonomie aan te bieden.

Door Gusmão meer manoeuvreerruimte te geven, hoopte Jakarta de onderhandelingen over de toekomst van Oost-Timor te vergemakkelijken. Het voorstel van Habibie leidde afgelopen mei tot een overeenkomst tussen Indonesië en Portugal over het houden van een referendum onder toezicht van de Verenigde Naties. Die volkstelling vond vorige week maandag plaats, waarbij 78,5 procent van de kiezers zich uitsprak tegen autonomie binnen het Indonesische staatsverband, en dus voor onafhankelijkheid.

Gusmão, zoon van een onderwijzer, werd geboren in Manatuto in Oost-Timor. Hij was onder andere journalist bij `A Voz de Timor' (de stem van Timor). Toen kolonisator Portugal, na de Anjerrevolutie in 1974, toestemming gaf om in Oost-Timor politieke partijen op te richten, trad Gusmão toe tot het Fretilin, indertijd een trefpunt van sociaal-democraten en links-radicalen dat zich uitsprak voor de onafhankelijkheid van de kolonie. Na het vertrek van de Portugezen in augustus 1975 brak in Oost-Timor een korte burgeroorlog uit, waarna het Fretilin in november de onafhankelijkheid uitriep.

Dat was voor Indonesië aanleiding om Oost-Timor binnen te vallen. Een jaar later, in juli 1976, annexeerde Jakarta het gebied als 27ste provincie van Indonesië, een stap die nooit door de Verenigde Naties is erkend. Gusmão trok zich met andere Fretilin-leiders terug in de bergen en begon een guerrilla tegen de Indonesiërs. Tijdens een aantal militaire campagnes in de jaren '80 werd het Fretilin-leger teruggebracht tot enkele verspreid opererende groepjes van niet meer dan 300 man.

Volgens het Indonesische leger ging `Xanana' na de openstelling van Oost-Timor in 1989 over van de gewapende strijd op politieke agitatie onder stedelijke jongeren. Hij zou het brein zijn geweest achter de anti-Indonesische demonstratie van 12 november 1991 die uitliep op een bloedbad toen militairen het vuur openden op een begrafenisstoet bij de begraafplaats Santa Cruz in Dili.

Waarnemers zien in Gusmão een goede kandidaat om de eerste president te worden van een onafhankelijk Oost-Timor, hoewel hij zichzelf niet als zodanig profileert. ,,In de periode van strijd heb je een leider nodig om te vechten. Een nieuw land heeft een leider nodig die een architect is, die leiding geeft aan het verzoeningsproces'', zei hij onlangs. Vanochtend, na zijn vrijlating zei hij: ,,Ik beloof dat ik als vrij man alles zal doen om vrede te brengen voor Oost-Timor en mijn volk.''