Dagboek II

,,Victor Klemperer was bij ons in de DDR al in de jaren vijftig een cultfiguur'', vertelt de bewerker van zijn dagboeken, Walter Novojski (74). ,,Zijn colleges waren belevenissen. Hij was oud en ziek, maar de zaal zat altijd bomvol. Wat in onze koppen zat was afgedaan, oude nazitroep, dat wisten we. Maar wat hij in zijn hoofd meedroeg was een bijna verloren rijkdom, de Duits-joodse intellectuele cultuur waarvan hij een van de laatste grote vertegenwoordigers was. En dan begon hij, en we hingen aan zijn lippen, anderhalf uur lang.''

Hoe kon zo'n man zich ooit thuis voelen in die benauwde DDR? ,,Heel simpel: hij had een gevoel van grote urgentie. Hij had tussen 1933 en 1946, dertien van zijn vruchtbaarste jaren, niets kunnen doen. In het Westen zou hij zijn gepensioneerd. In de DDR droegen ze hem op handen.'' Novojski, ooit in de DDR een gevierd literatuurcriticus, herkent dat gevoel. ,,Ik ben de zoon van een mijnwerker, alleen dankzij de DDR kon ik studeren. Daarvoor was ik intens dankbaar, en dat heeft mijn kijk op de DDR lang vertroebeld. Het was niet willen zien, en zien. Ik zat middenin het systeem, en toch ben ik vanaf 1978 avond na avond bezig geweest met de bewerking van Klemperer, een boek waarvan ik wist dat het nooit door de DDR-censuur zou komen. Mijn hele generatie heeft dat soort schizofrenie gekend.''

In 1989 kon eindelijk iets gepubliceerd worden. ,,Ook dat hoorde bij de Koude Oorlog: als iemand zich in het ene Duitsland onderscheidde, was hij in het andere dood.'' Er werden van die eerste selectie 40.000 exemplaren in de DDR verkocht, en in de Bondsrepubliek 200.