Bladeren

THE GUARDIAN WEEKLY

Vrije handel kan welvaart en welzijn bevorderen, maar dat wil nog niet zeggen dat elke vorm van regulering nadelig is voor de handel.

In 1930 stegen de Amerikaanse importtarieven met 59 procent, als gevolg van de Smoot-Hawley-wet. Deze is er in de ogen van de voorstanders van deregulering de belangrijkste oorzaak van geweest dat de beurskrach van 1929 uitliep op de Depressie van de jaren dertig. Dat kan wel zijn, merkt de Guardian Weekly op, maar in de jaren twintig stegen de importtarieven in de Verenigde Staten ook al, en wel van zestien tot veertig procent. In strijd met het leerstuk van de vrije handel steeg de productie in die periode met vierenzestig procent, en de economie groeide in de periode van 1922 tot 1927 met zeven procent per jaar.

De Depressie ontstond niet door de stijging van de importtarieven maar omdat het monetaire beleid en het financiële beleid van de overheid onjuist was. Van de daaropvolgende daling van het bruto binnenlands product met achtenveertig miljard dollar was 47,3 miljard dollar toe te rekenen aan minder binnenlandse bestedingen, en de resterende zevenhonderd miljoen aan dalende export.

Het blad wijst op de recente discussie in de vakpers over de voor- en nadelen van handelsliberalisering. Daaruit blijkt dat nog lang geen uitgemaakte zaak is dat ongelimiteerde handelsmogelijkheden de groei bevorderen. Het verschil tussen Noord- en Zuidkorea als bewijs aanvoeren voor de slechte eigenschappen van protectionisme is misplaatst, omdat er eeen wereld van verschil is tussen bijvoorbeeld de VS in de jaren twintig en Noordkorea anno 1999, waar protectionisme vergezeld gaat met een gebrek aan interne concurrentie.

Is optimale handelsvrijheid dan misschien wel goed voor de consument? Nou nee, Consumers International, een overkoepelend orgaan van consumentenorganisaties, schrijft in een recent rapport dat de meest recente liberaliseringsmaatregelen alleen ten goede komen aan een handvol multinationals. Deze gebruiken de Wereld Handelsorganisatie om handelsbeperkingen, bijvoorbeeld op de sigaretten van Philip Morris, ongedaan te maken.

The Guardian Weekly is verkrijgbaar in de kiosk.

THE NIKKEI WEEKLY

De productie en consumptie in Japan beginnen weer op toeren te komen. De Japanse managers geloven er weer in en de aandelenprijzen stijgen. Maar deze euforische noties zijn voor Tadashi Nakamae, president-directeur van Nakamae International Economic Research, geen reden tot vertrouwen in spoedig herstel van de Japanse economie, schrijft The Nikkei Weekly.

Zo is het volgens hem bijvoorbeeld helemaal niet zeker dat de gunstige consumptiecijfers van het eerste kwartaal de werkelijke economische toestand goed weergeven omdat de groei het gevolg was van groei in het aantal huishoudens. Integendeel. Als je de daling van salarissen en van contante betalingen zou meetellen dan zou je moeten concluderen dat de consumptie vergeleken met vorig jaar drie procent is gedaald. Bovendien blijven de investeringen dalen en groeit de werkloosheid. De stijging van de aandelenprijzen wordt veroorzaakt door buitenlandse investeerders die hopen dat de economie zich herstelt, maar in feite zijn de aandelen momenteel gewoon te duur.

Ook de gang van zaken buiten Japan belooft weinig goeds. De structurele problemen in de Aziatische economie zijn niet opgelost. En de geldstroom naar de Verenigde Staten zal kleiner worden omdat de dollar continu zwakker wordt. Volgens Nakamae zal Washington het tekort op de lopende rekening moeten verkleinen door beperking van de import, zodat de Verenigde Staten minder goed als aanjager van de Japanse economie kunnen functioneren. Ook meent hij dat de Japanse wetgeving voor revitalisering van de industrie tekort schiet en veel te weinig aandacht heeft voor de ontwikkeling van de dienstverlening. En tenslotte moet de hervorming van het belastingstelsel gericht zijn op steun aan structurele hervormingen van het bedrijfsleven, met name de aanbodzijde.

The Nikkei Weekly is verkrijgbaar in de kiosk.

www.nni.nikkei.co.jp

AMSTERDAMS SOCIOLOGISCH TIJDSCHRIFT

De processen die in de jaren negentig globalisering zijn gaan heten dateren niet vandaag of gisteren maar zijn in feite al zo'n vijfhonderd jaar oud, toen de kapitalistische wereldeconomie ontstond. Het laatste deel daarvan, vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog, is een typische Kondratieff-cyclus, meent Immanuel Wallerstein in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift. De auteur beschrijft hoe het kapitalisme aan zijn eigen successen bezwijkt, conform de visie van Joseph Schumpeter.

Hij onderscheidt drie trends die het kapitalisme bedreigen omdat ze grenzen stellen aan de accumulatie van kapitaal. Verlaging van het loonniveau door de productie voortdurend te verplaatsen naar de landen met de laagste lonen behoort tot het verleden zodra de rurale sector helemaal is opgenomen in de arbeidsmarkteconomie. Dat proces van deruralisatie is al eeuwen aan de gang, maar verloopt het snelst sinds 1945, en zal over ongeveer 25 jaar zijn voltooid. En dan zijn er geen mensen meer die voor een nog lager loon willen werken.

De tweede trend die de uiterste houdbaarheidsdatum nadert is die van de milieukosten. Zodra deze kosten niet meer kunnen worden afgewenteld zullen de bedrijven deze kosten zelf moeten dragen, zodat ze geen winst meer kunnen maken. De derde trend die het kapitalisme bedreigt ligt in de voortdurende stijging van de kosten voor sociale en publieke voorzieningen. De ironie is dat de klachten over belastingdruk samenvallen met groeiende vraag naar de overheidsvoorzieningen die betaald worden met belastinggeld. Kortom, de kapitalistische wereldeconomie verkeert in een terminale crisis.

Deze crisis wordt nog versterkt door het verschijnsel dat de staat bezig is zijn legitimiteit te verliezen. Een van de oorzaken daarvan is dat ook de politieke bewegingen die zich tegen de gevestigde orde verzetten gefaald hebben, toen ze de macht kwamen. Het resultaat daarvan is dat grote groepen mensen die hun hoop daarop hadden gevestigd een fundamenteel wantrouwen hebben ontwikkeld in het vermogen van de staat om veranderingen tot stand te brengen of zelfs maar om sociale orde te garanderen.

Het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift verschijnt vier keer per jaar en is een uitgave van Wolters-Noordhofff.