Bedrog

Ook literair bedrog is er in alle soorten en maten.

Herman Brusselmans vertelt aan Guus Luijters in het septembernummer van Playboy een interessante variant. De negatieve reacties van critici op zijn werk beu, besloot Brusselmans zijn boek Het sterven van mensen in 1967 onder de naam van een vriend, Peter van Oostende, te publiceren. Hij stuurde zijn manuscript onder die valse vlag naar diverse uitgevers, die het zonder uitzondering afwezen. Daar was ook zijn eigen uitgever, Prometheus, bij. Brusselmans: ,,Uiteindelijk heb ik tegen mijn redacteur gezegd: Herinner je je dat boek van Peter van Oostende? Toen hebben ze het uitgegeven.''

In Engeland is de schrijver Ian McEwan nog een stapje verder gegaan. Ik herinner me hoe McEwan zich in 1997 tijdens een openbaar interview in De Balie ter gelegenheid van het uitkomen van de Nederlandse editie van zijn roman Enduring Love (`Ziek van liefde') zeer venijnig uitliet over een criticus van The New York Times. De man had McEwan verweten dat hij te dichtbij de feiten was gebleven.

Enduring Love gaat over een man die lijdt aan het syndroom van De Clérambault, een vorm van erotische waan, genoemd naar een Franse psychiater. Lijders aan dit syndroom beelden zich in dat iemand, vaak van hogere maatschappelijke status, verliefd op hen is. Dit kan leiden tot een verbeten jacht op de betrokkene, tegenwoordig beter bekend als `stalking'.

McEwan beschrijft zo'n geval in zijn roman. In een appendix in zijn boek heeft hij een artikel overgenomen uit de British Review of Psychiatry van de hand van de psychiaters Wenn en Camia. Daaruit blijkt dat hij zijn verhaal heeft gebaseerd op een werkelijk bestaand `geval P'. Was dat ook zo? Ik heb het me altijd afgevraagd. In De Balie bleef McEwan er vaag over, al gaf zijn uithaal naar de Amerikaanse criticus te denken.

Het dagblad The Guardian kwam onlangs met de oplossing van dit literair-psychiatrische vraagstuk. Het geval P. had nooit bestaan, evenmin als de British Review of Psychiatry en de psychiaters Wenn en Camia. Het was een mystificatie van McEwan. Menig deskundige bleek erin getrapt te zijn. In het vakblad The Psychiatric Bulletin had een psychiater die het boek besprak, voetstoots aangenomen dat McEwan van een bestaand geval was uitgegaan. Voor de duidelijkheid: De Clérambault en zijn syndroom zijn géén verzinsels.

McEwan verklaarde zijn grap aldus: ,,Het is voor een schrijver altijd erg verleidelijk om de lijn tussen fictie en werkelijkheid te doen vervagen. Het geeft de fictie een toegevoegd gezag en het zet het feitelijke op losse schroeven. Het was ook taalkundige uitbundigheid ik wilde laten zien dat ik dit ook kon.''

Rest voor u, de lezer, de vraag hoe McEwan aan de namen van zijn verzonnen psychiaters Wenn en Camia kwam. Ik raad u aan deze namen goed te vergelijkem met die van McEwan zelf.