AARDAPPELSALADE MET BLEEKSELDERIJ

Franse vrienden te logeren, dat betekent met de rug tegen de muur. Die van de keuken, wel te verstaan. Fransen kun je niet afschepen met een boterhammetje tussen de middag. Ze blijven hartstochtelijk verlangen naar hun twee warme maaltijden per dag. Het driespan dat bij mij vertoefde, schotelde ik uit vaderlandse trots veel lekkere Nederlandse producten voor, zoals gerookte paling en makreel, meikaas (veel lekkerder dan mozzarella vonden ze), biologisch geteelde trostomaten en Texels lam. Waar ze vooral ook gecharmeerd van waren was het stuk oude Reijpenaar op het kaasplateau. Reijpenaar is een semi-ambachtelijke fabriekskaas uit Noord-Holland die in een ongekoeld pakhuis op natuurlijke wijze mag rijpen. Fabriekskazen verworden meestal in krap 4 maanden de tijd `oude kaas'; door het forceren van de rijpingstijd blijft dergelijke kaas altijd onder zijn smaakniveau. Uit tijdnood maakte ik tussen de middag heel vaak lauwe aardappelsalade – een voedzaam bijgerecht dat voor de verandering telkens voorzien werd van een variabel neven-ingrediënt. Bereiding: Halveer de aardappels overlangs en snijd ze overdwars in plakjes van krap 1 cm dik. Snijd de stengels bleekselderij overlangs in twee of drie repen en vervolgens in korte stukjes. Kook de aardappels gaar in circa 8 minuten; kook de stukjes bleekselderij de laatste 2-3 minuten mee. Giet aardappels en bleekselderij af en doe ze over in een ondiepe serveerschaal. Besprenkel ze met de wijn en laat die even intrekken. Sprenkel er olie en azijn over en schep alles om. Strooi er royaal zeezout en zwarte peper over, de fijngesneden stengel-uitjes en peterselie en schep de salade nogmaals om. Serveer dit bijv. bij het restant van een gebraden lamsbout, in dunne plakken gesneden en vergezeld van mosterd en een gemengde salade van romaine en rucola die is aangemaakt met een vinaigrette. Schenk er een lichte rode wijn bij of un petit Bordeaux déclassé.