Voor aanpassing regeerakkoord is het nog te vroeg

Van verschillende kanten is gepleit voor aanpassing van het regeerakkoord nu de economie zich gunstig blijft ontwikkelen. Hans Dijkstal en Hella Voûte-Droste waarschuwen voor overhaaste stappen.

De New Economy-discussie lijkt over te waaien naar Nederland. Gerenommeerde Amerikaanse kranten en tijdschriften zijn al maandenlang met het onderwerp in de weer. Deze zomer berichtten ook de Nederlandse media over een mogelijke vertaling van het nieuwe economische denken naar ons land.

Na de recente (positieve) bijstelling van de economische groei door het CPB en de (eveneens positieve) tweede kwartaalraming van het CBS is de New Economy-gedachte inmiddels niet tot theoretische exercities van economen beperkt gebleven. De politiek lijkt er ook door aangestoken. Zo vroeg D66-fractieleider De Graaf zich af of de Nieuwe Economie moet leiden tot nieuwe coalitie-afspraken. Als op langere termijn voorspoed zichtbaar zou zijn, wordt het tijd om te bekijken of de begrotingsafspraken aangepast kunnen worden.

De theorie van de Nieuwe Economie herschrijft economische wetmatigheden. Het idee over schaarste gaat op de helling, omdat de waarde van producten steeds meer bepaald wordt door immateriële elementen (kennis en informatie), die onbeperkt reproduceerbaar en verkoopbaar zijn. Aanbod is eenvoudig aan te passen aan de vraag, zonder de consequentie van prijsverhogingen of economische oververhitting. De Nieuwe Economie zou minder vatbaar zijn voor conjunctuurbewegingen en inflatie dankzij ontwikkelingen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie (ICT).

De cijfers van de Amerikaanse economie lijken de theorie te ondersteunen: de Verenigde Staten lopen al jarenlang voorop met betrekking tot ICT-ontwikkelingen en inderdaad groeit het nationale inkomen daar al acht jaar onafgebroken. De werkloosheid daalt gestaag, de arbeidsproductiviteit stijgt in snel tempo en de inflatie is gedaald naar een niveau van rond de 2 procent.

Echter, economische groei kan ook aan andere factoren dan de ICT-revolutie worden toegeschreven. Bijvoorbeeld de flexibiliteit en de mobiliteit op de Amerikaanse arbeidsmarkt. Of de ontwikkeling van de lonen, mogelijk gemaakt door lastenverlichting, waarmee een hoge consumptie mogelijk werd. De goed presterende Amerikaanse economie werd mede aangedreven door forse verlaging van financieringstekorten en schuldreductie. Die leidden – heel traditioneel – tot lage rente en lage inflatie.

De Nederlandse economie verkeert net als de Amerikaanse in een fase van hoogconjunctuur. Er is sprake van dalende werkloosheid en een koppositie op het gebied van de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur. Daar staat een lage arbeidsparticipatie tegenover. Slechts 60 procent van de potentiële beroepsbevolking heeft een betaalde baan. De rente is hier eveneens laag, maar de inflatie niet. Het financieringstekort gaat wel omlaag, maar de staatsschuld nauwelijks. Die bedraagt 518 miljard, oftewel bijna 80.000 gulden per huishouden. Met 67 procent van het BBP ligt dat nog altijd boven de EMU-norm. Reductie daarvan is de beste weg om sociale problemen aan te pakken.

Is het bovenstaande voldoende om voor Nederland een Nieuwe Economie te bewijzen? Of ligt het meer voor de hand de economische groei in een breder perspectief van financieel-economisch beleid en stimulering van het ondernemingsklimaat te plaatsen? Laten we ons niet te snel overgeven aan een onbewezen theorie. Om in één adem de successen van de Amerikaanse economie te vertalen naar aanpassing van de Nederlandse begrotingsplanning is tamelijk onbezonnen. En toch dreigt dat te gebeuren.

Daarom moeten we ons de totstandkoming van het regeerakkoord in 1994 herinneren: de redenering achter de gigantische lastenverlichtingsoperatie die toen is ingezet. Daarmee is loonmatiging mogelijk gebleven. De paarse politieke afspraken creëerden de randvoorwaarden voor de gunstige economische ontwikkelingen zoals we die nu kennen.

Wat is dan wel interessant aan de New Economy? Kernbegrippen zijn kennis en informatie- en communicatietechnologie. We bevinden ons in een overgangsfase van het postindustriële tijdperk naar de informatiemaatschappij of kennissamenleving. Nieuwe ICT-toepassingen vinden in snel tempo hun weg in de samenleving. Dat leidt tot andere manieren waarop bedrijven zakendoen en mensen consumeren, andere vormen van management, maar ook tot een andere rol van de overheid in de samenleving. Het denken daarover heeft wel degelijk een impuls nodig.

De ministers van Economische Zaken en Grote Stedenbeleid leggen sinds hun aantreden een nieuw accent op de economische en bestuurlijke ontwikkelingen, knelpunten en uitdagingen betreffende kennis en ICT. Met de recent verschenen Industriebrief is kennisontwikkeling prominent op de agenda gezet als basis voor ondernemerschap en industriële vernieuwing. De overheid investeert als zogeheten launching customer ruim 1 miljard gulden in projecten als `onderwijs on-line', Twinning en Gigaport. Overigens kunnen we op ICT-gebied nog wel een aantal dingen leren van de Verenigde Staten, bijvoorbeeld de wijze waarop men daar met elektronische handel (e-commerce) omgaat.

Naast het versterken van de ICT-basis is het, voor het behoud van economische groei, voor de politiek echter vooral zaak door te gaan met het doorvoeren van de stimulerende randvoorwaarden. Wat hebben we aan een globalizing New Economy als de Nederlandse arbeidsmarkt niet flexibeler wordt? Nederland behoort nu al tot de landen waarin het minste aantal arbeidsuren per werknemer wordt gemaakt. Enerzijds is sprake van een te lage arbeidsparticipatie en anderzijds heerst in tal van sectoren, waaronder de ICT-sector zelf, krapte op de arbeidsmarkt. En te sterke loonstijgingen blijven een bedreiging die moet worden voorkomen.

Het blijft zaak het in het regeerakkoord afgesproken pakket aan intensiveringen, lastenverlichting en vermindering van het tekort integraal en onverminderd uit te voeren. Het is niet doordacht terug te komen op een in financieel-economisch opzicht gedegen regeerakkoord waar een jaar geleden de handtekening onder is gezet.

Hans Dijkstal en Hella Voûte-Droste zijn lid van de Tweede Kamer en maken deel uit van de VVD-fractie.