`Toetreding Turkije tot EU dichterbij'

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zijn zeer optimistisch over een snelle verbetering van de betrekkingen met Turkije. Onder welke voorwaarden dat land besprekingen met de EU mag openen over toetreding, is evenwel nog niet duidelijk.

Dat bleek gisteren na afloop van informeel overleg over Turkije, dat in 1997 de politieke dialoog met de EU afbrak nadat Europese regeringsleiders hadden besloten dit land niet de status van kandidaat voor het EU-lidmaatschap te geven, onder meer vanwege de schending van de mensenrechten in dat land.

Finland wil als huidig voorzitter van de EU dat de Europese regeringsleiders in december in Helsinki besluiten dat Turkije kandidaat is. Dat zou Turkije in dezelfde positie brengen als andere kandidaat-leden van de EU, zoals Polen, Hongarije en Tsjechië. Deze kandidaten krijgen speciale financiële steun om hervormingen door te voeren die noodzakelijk zijn om zich aan te passen aan de eisen die de EU stelt voordat onderhandelingen over toetreding kunnen beginnen. De Finse minister van Buitenlandse Zaken, Halonen, heeft haar Turkse collega, Cem, uitgenodigd om volgende week maandag in Brussel met de EU-ministers te komen lunchen. De Griekse minister Papandreou, die zaterdag met Cem telefoneerde, zei dat de Turkse bewindsman positief op de uitnodiging heeft gereageerd.

Minister Van Aartsen noemde het ,,niet onmogelijk'' dat Turkije in Helsinki de kandidaat-status krijgt. Hij prees de opstelling van Papandreou, die een ,,forse dialoog'' met Turkije op gang heeft gebracht en geen bezwaren heeft gemaakt tegen financiële steun aan Turkije na de aardbeving van vorige maand. ,,Het klimaat is veranderd'', zei de Franse minister Védrine. ,,We zijn allemaal een oplossing aan het zoeken.''

Zijn Duitse collega Fischer zei ,,zeer optimistisch'' te zijn en erop te vertrouwen dat Finland de veranderde stemming zal weten te gebruiken voor het bereiken van overeenstemming in december. Hij beklemtoonde dat de EU geen religieuze bezwaren tegen Turkije heeft omdat de EU ,,geen christelijke gemeenschap is, maar een belangengemeenschap''. Bij de Europese top van regeringsleiders in Keulen, begin juni van dit jaar, deed Duitsland nog een vergeefse poging bij de EU-partners om Turkije kandidaatlid te maken.

De Griekse minister Papandreou zei ook dat aan Turkije geen religieuze of etnische eisen gesteld worden, maar dat het land voordat het lid van de EU kan worden, aan dezelfde eisen moet voldoen als andere landen. ,,Het is in het belang van Griekenland dat Turkije lid wordt van de EU wordt'', zei hij. Duitse diplomaten zeiden dat Papandreou bewondering verdient omdat veel Grieken vinden dat hij te ver gaat bij zijn toenadering tot Turkije.

Papandreou wilde overigens niet toezeggen dat Griekenland het veto intrekt dat het in 1995 uitsprak tegen de betaling van 375 miljoen euro aan Turkije in verband met de totstandkoming van de EU-Turkse douaneunie. De EU had zich tot de betaling van dit bedrag verplicht om tegemoet te komen aan schade die Turkse bedrijven zouden ondervinden van deze douaneunie die tot meer Europese importen leidde.