Taalruzie binnen EU laait weer op

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie zijn het oneens over de talen die bij hun informele besprekingen gebruikt mogen worden. Hun bijeenkomst afgelopen zaterdag in Saariselkä, een dorpje in Lapland, begonnen zij met een talentwist. De Nederlandse minister Van Aartsen vond deze zaak van zo weinig belang, dat hij het vergaderzaaltje verliet en de discussie aan zijn collega's overliet.

Traditioneel zijn op informele bijeenkomsten van EU-ministers Frans, Engels en de taal van het voorzitterschap (op het ogenblik Fins) de voertalen. Voor een minister die met deze talen niet overweg kan, is er de mogelijkheid om een speciale tolk te krijgen. Maar sinds het Finse voorzitterschap van de EU afgelopen juli begon, heeft Duitsland geëist dat het Duits als taal van bijna negentig miljoen Europeanen dezelfde status krijgt als het Frans en het Engels. Duits was gedurende een jaar een van de voertalen bij informele bijeenkomsten toen achter elkaar Oostenrijk en Duitsland een half jaar voorzitter van de EU waren.

De Finse regering voelde er niets voor om Duits tot vaste voertaal te verheffen. Hoe minder talen, hoe praktischer, was haar redenering. Duitsland besloot daarop informele bijeenkomsten van EU-ministers te boycotten. Aan die boycot kwam het afgelopen weekeinde een einde. De Finse minister van Buitenlandse Zaken Halonen had georganiseerd dat voor haar Duitssprekende collega's getolkt werd. De Duitse minister Fischer begon daarom Duits te spreken, maar vond het al snel praktischer om op het Engels over te stappen.

Het was de Spaanse minister Matutes die vervolgens de knuppel in het hoenderhok gooide. Hij begon zijn collega's in het Spaans toe te spreken, hoewel voor die taal geen tolken beschikbaar waren. Toen hij daarna op het Engels overstapte, vertelde hij dat hij het met het oorspronkelijke standpunt van het Finse voorzitterschap eens was en dat Duits geen voertaal moest worden. Als de traditie om zich tot Frans en Engels te beperken wordt doorbroken, dan moet er volgens hem in alle elf talen van de EU gesproken kunnen worden. Matutes kreeg steun van zijn Italiaanse collega Dini. Daarop stelde de Finse minister Halonen voor dat de permanente vertegenwoordigers van de EU-lidstaten in Brussel deze week een oplossing voor de talenkwestie zoeken.