Leger en milities hebben de vrije hand in Oost-Timor

In Oost-Timor gaan milities te keer tegen de bevolking die voor onafhankelijkheid koos. Zij hebben de vrije hand: politieke leiders in Jakarta zijn niet van plan het gebied zo snel op te geven. De internationale gemeenschap kijkt machteloos toe.

Oost-Timor brandt. Het dreigement, een paar weken geleden, van een van de bekendste militie-leiders, Eurico Guterres, dat Dili zou veranderen in een ,,zee van vuur` als een meerderheid van de bevolking zich zou uitspreken voor onafhankelijkheid van de voormalige Portugese kolonie, blijkt werkelijkheid te worden.

Afgelopen zaterdag maakten de VN de uitslag bekend van het referendum van vorige week maandag waarbij de bevolking van de 27ste provincie zich na 23 jaar Indonesische bezetting mocht uitspreken over de toekomst van dit gebiedsdeel. Daarbij bleek dat bijna 80 procent van de 430.000 geregistreerde stemmers het voorstel van de Indonesische regering had afgewezen om Oost-Timor een autonome status te verlenen. In januari had president B.J. Habibie toegezegd dat Oost-Timor in dat geval onafhankelijkheid zou worden verleend. Dat werd ook zo vastgelegd in het op 5 mei onder auspiciën van de VN bereikte akkoord van New York tussen Indonesië en Portugal.

Inmiddels is duidelijk dat de belangrijkste militaire en politieke leiders in Jakarta niet van plan zijn Oost-Timor zo snel op te geven. Formeel moet het Indonesische Volkscongres, dat in het najaar bijeenkomt om een nieuwe president te kiezen, daartoe eerst een decreet uit 1976 herroepen waarin tot de inlijving van Oost-Timor werd besloten. Niet alleen de regeringspartij Golkar verzet zich tegen die gedachte. Ook de Strijdende Democratische Partij van Indonesie (PDI-P), onder leiding van Megawati Soekarnoputri, wil ,,de nationale eenheid'' bewaren. Een van Megawati's adviseurs, generaal b.d. Theo Syafei, heeft gezegd dat zijn partij tijdens het Volkscongres zal stemmen tegen de intrekking van het decreet uit 1976. Dit zou een politieke manoeuvre kunnen zijn van Megawati, die als overwinnaar uit te bus kwam van de parlementsverkiezingen op 7 juni, om zich voor de presidentsverkiezingen te verzekeren van de steun van het leger. Maar voor het ogenblik betekent het dat leger en milities de vrije hand hebben in Oost-Timor.

Woordvoerders van het ministerie van Buitenlandse Zaken en van de strijdkrachten hebben steeds volgehouden dat een referendum in Oost-Timor een burgeroorlog tot gevolg zou hebben tussen voor- en tegenstanders van de onafhankelijkheid. Het referendum heeft uitgewezen dat het aantal tegenstanders van onafhankelijkheid ruim in de minderheid is. Bovendien zijn er aanwijzingen te over die erop duiden dat het geweld van pro-Indonesische milities door Jakarta zelf in scene is gezet. In Oost-Timor zijn zo'n dertien van deze militie-groepen actief, de grootste en meest meedogenloze zijn daarbij de zogeheten Rood-Wit IJzer (Besi Merah-Puti) en Aitarak (Doorn) groepen. De indruk bestaat daarbij dat het merendeel van deze milities, die voornamelijk uit jongeren bestaan, betaald worden voor hun optreden,terwijl er ook aanwijzingen zijn dat militieleden handelen onder dreigementen dat zij zelf of hun familieleden gevaar lopen wanneer zij medewerking zouden weigeren. Ook zijn er in toenemende mate signalen van onderlinge verdeeldheid tussen de verschillende milities. Zo zou het geweld vorige week voor het kantoor van de VN in Dili, waarbij drie mensen werden gedood, volgens diplomatieke bronnen eigenlijk een gevecht zijn geweest tussen verschillende milities. Aitarak-leider Guterres lijkt sinds vorige week bezig van kamp te veranderen: hij is diverse malen gesignaleerd in gezelschap van leiders van het rebellenleger Falentil.

Falentil is tot nu toe een gewapend treffen met milities uit de weg gegaan om te voorkomen dat het Indonesische leger een voorwendsel zou krijgen om in te grijpen in een `burgeroorlog'. Falentil-strijdgroepen hebben zich teruggetrokken in vier enclaves. Milities hebben de bevoorrading van twee enclaves geblokkeerd in een poging Falentil te bewegen tot een openlijk conflict.

De roep om internationale interventie is sinds de escalatie van het geweld verder toegenomen. De internationale gemeenschap staat voorlopig echter machteloos langs de zijlijn, zo lijkt het. Nieuw Zeeland, de Filippijnen en, na lang aarzelen, ook Australië hebben aangeboden troepen te leveren voor een interventiemacht. Maar de VN-Veiligheidsraad heeft gisteren in een spoedberaad besloten geen gewapende vredesmacht te sturen, ook al omdat Jakarta zich steeds daartegen blijft verzetten. Gisteren is wel besloten om zo snel mogelijk een delegatie van VN-ambassadeurs af te vaardigen naar Jakarta om de regering daar erop te wijzen dat het Indonesische leger volgens het akkoord van 5 mei in New York verantwoordelijk is voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid in Oost-Timor. Zonder medewerking van de Indonesische regering is het echter onmogelijk een VN-vredesmacht naar het gebied te sturen. De Portugese diplomatieke vertegenwoordiger in Jakarta, Ana Gomes, noemde de passiviteit van de Veiligheidsraad vandaag ,,crimineel'': ,,Een nieuwe genocide is in de maak.''